Jorinde Seijdel

DE WITTE RAAF

Editie 83 januari-februari 2000

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Stimuli

In het centrum voor hedendaagse kunst Witte de With is momenteel een tentoonstelling te zien, die geïnitieerd is door directeur Bartomeu Marí in samenwerking met Karel Schampers, conservator van Museum Boijmans Van Beuningen. Zij brachten een aantal oude en nieuwe kunstwerken samen rond het thema ‘stimuli’ – in dit project opgevat als de eigenschap van kunst om via de directe impuls het lichaam en de geest te beroeren en bewustzijnstoestanden als hypnose, extase, trance en shock te genereren. Video’s en objecten van onder meer Fiona Tan, Runa Islam, Francis Alÿs, Vito Acconci, Justin van Duurling en Koen Timmermans delen aldus een fysieke en theoretische ruimte met opgediepte werken van Marcel Duchamp, Piero Manzoni, Ann Veronica Janssens, Bruce Naumann en Lou Reed.

Weer een tentoonstelling waarvan je het thema onder de loep kunt nemen en kunt testen op zijn actualiteit en relevantie. Je kunt commentaar leveren op de interpretatie van het onderwerp door de curatoren en het al of niet aanvullen met eigen inzichten. Vervolgens kun je controleren in hoeverre elk tentoongesteld werk binnen het thema valt, of hoe de werken zich in dat opzicht tot elkaar verhouden. Je kunt je afvragen waarom bepaalde kunstenaars in godsnaam gekozen zijn en andere niet. Je kunt ook het hele thema als niet terzake doende van je afschudden en je louter op de individuele werken richten, de goede localiseren en de slechte elimineren. En zo zijn er nog wel wat moordende perceptie- en receptiemechanismen die in werking gezet kunnen worden door het fenomeen thematentoonstelling.

Los van de individuele kunstwerken ontlokt Stimuli in het bijzonder gedachten over de limieten van de traditionele thematentoonstelling. Door het nadrukkelijke beroep dat de tentoonstelling wil doen op de directe mentale en fysieke ervaring, doet zich de vraag voor of je ‘stimuli’ wel op museale wijze kunt tentoonstellen zonder dat de beoogde effecten verflauwen. “Is er sprake van thematisering van een attractie, dan zal er een brug geslagen moeten worden tussen de werkelijkheid van een park en de fictie van het desbetreffende thema,” las ik ergens op internet in een stukje geschreven door een door themaparken gefascineerde autodidact (http://www.chernabog.demon.nl/nlmenu.html). Precies die ‘brug’ ontbreekt in Witte de With: de conventionele presentatie staat los van de inhoud, zodat de ervaring secundair wordt en de afstand tussen publiek en tentoonstelling steeds voelbaar blijft. Door het ontbreken van een vorm van immersive environment blijft de waarneming inspecterend en ratificerend, en de ervaring indirect: Matt Mullican onder hypnose? Klopt. Duchamps Rotoreliëfs duizelingwekkend? Inderdaad. Koen Timmermans Cancan extatisch? Lijkt er wel op… De laatste tijd heerst er bij het kunstpubliek en critici een zekere thema-moeheid. En dat terwijl thematisering in de huidige cultuur aan de orde van de dag is, als poging om tijdelijk orde te brengen in de chaos van losse gebeurtenissen en snel wisselende verschijnselen die naast elkaar bestaan in een gefragmenteerde werkelijkheid. De ondertitel van Stimuli, Too much noise. Too much movement, geeft aan dat Witte de With daar ook onder gebukt gaat – Marí heeft het in de publicatie over “jungles van geschiedschrijvingen, contextdenken en theoretische beschouwingen”. Thematiseren heeft echter niet alleen een ordenend effect – natuurlijk met het gevaar van vervalsing, versimpeling en globalisering – maar is ook een marketingstrategie, gericht op het zoveel mogelijk van iets verkopen, of zoveel mogelijk aandacht voor iets krijgen. De thematentoonstelling past als cultureel presentatiemodel naadloos in de economie en politiek van de spektakelcultuur.

Hoe het ook zij, ten aanzien van het hedendaagse tentoonstellingswezen is het maar de vraag hoe zuiver de kritiek van de kunstkritiek op de thematentoonstelling is. Heeft de kritiek dit verschijnsel niet zelf mede voortgebracht? Met name de kunstkritiek vraagt, namens het publiek, altijd naar de legitimatie van een tentoonstelling: waarom zijn deze werken bij elkaar gebracht, waarom worden ze tentoongesteld, waar gaan ze over…? Waarschijnlijk is de thematentoonstelling inherent aan het moderne kunstwezen, waarin kunstwerken niet langer een groter verhaal delen en niet meer onlosmakelijk verbonden zijn aan vaste plekken. De (thema)tentoonstelling moet hier tegenwicht aan bieden door een tijdelijk fictief kader voor de kunst te scheppen, overeenstemmingen, samenhang en continuïteit te zoeken en betekenisvolle relaties met het heden aan te gaan – niet toevallig ook precies wat de criticus doet.

Maar ook schijnbaar themaloze exposities thematiseren in bepaalde mate: op leeftijd, tijdsperiode, nationaliteit, medium… De themaloze tentoonstelling lijkt aldus een illusie: de tentoonstelling is een thema op zich. Voorlopig ligt de uitdaging van de tentoonstelling erin dat zij nieuwe thema’s poneert, in plaats van de gangbare te illustreren, dat zij zelf een onderwerp maakt, in plaats van over een onderwerp te gaan, dat zij presentatie en inhoud laat vervloeien of tenminste een gevaarvolle verhouding met elkaar laat aangaan. Met de verdwijning van de thematentoonstelling verdwijnt ook de tentoonstelling, en de kritiek, en het publiek. Een hallucinerende gedachte, om in de sfeer van Stimuli te eindigen.

 

• Stimuli loopt nog tot 13 februari in Witte de With, Witte de Withstraat 50, 3012 BR Rotterdam (010/411.01.44). Bij deze tentoonstelling verscheen een publicatie met teksten van Marí, Jos ten Berge en Georg Simmel.