Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 84 maart-april 2000

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

De neef van Beethoven

In 1998 draaide Ana Torfs de film Zyklus von Kleinigkeiten, gebaseerd op de Konversationshefte van Ludwig van Beethoven, de kleine notitieboekjes die vrienden en familieleden konden gebruiken om met de doof geworden componist te communiceren. Tijdens de opnames nam ze setfoto’s met het oog op de realisatie van het boek De neef van Beethoven, dat inmiddels uitkwam, zeer mooi uitgegeven blijkt, en duidelijk niet zomaar een ‘boek bij de film’ wil zijn.

We zien foto’s van de personages, zittend aan tafel of in een fauteuil, wandelend over een tuinpad, mijmerend of voor zich uitstarend. Iemand wendt zich tot een persoon buiten het kader, of luistert naar een onzichtbare spreker. Onder de foto’s staan flarden tekst die teruggaan op interventies van de historische personages in de conversatieboekjes. Aanvullend krijgen we regelmatig informatie over de biografische stand van zaken, en achteraan staat een lijst van de betrokken personen uit Beethovens omgeving.

Beethoven schreef zelf maar zelden iets in zijn conversatieboekjes, die immers als remedie tegen zijn doofheid, niet tegen stomheid waren bedoeld. Hij wordt in het boek enkel vertegenwoordigd door een aantal korte frazen in gebeitelde witte letters tegen een zwarte fond. Er wordt niet expliciet bij gezegd dat ze van Beethoven zijn, maar de sansculotten-stijl – van ‘Österreicher, Eselreicher’ tot ‘Der Kaiser ist aber ein dummes Vieh...’ – verraadt onmiskenbaar de componist. In één van die frazen bezingt hij de wouden, bomen en rotsen. Dat bracht Torfs allicht op het idee om het verhaal hier en daar met natuurbeelden – op dubbele pagina’s – te doorbreken. Een sfeervolle noot, maar meteen ook de enige weke, overbodige toevoeging in het boek.

Het interessante aan De neef van Beethoven is de manier waarop het verhaal wordt geconstrueerd. Alles draait rond Beethoven, een hele zwerm mensen praat op hem in, maar zijn reacties krijgen we niet te horen. De hoofdpersoon komt niet voor in zijn eigen stuk. De mythische geadresseerde is het gat waarrond personages en notities cirkelen. Zijn doofheid weerkaatst in de blindheid van het narratieve centrum.

De figuur van Beethoven krijgt pas vorm als een soort blanco silhouet dat zich gaandeweg uitsnijdt tussen de figuren die met hem communiceren. Op die manier slaagt Torfs erin een onmythische omgang te ontwikkelen met het mythische personage bij uitstek. Haar boek eindigt alsnog een beetje pathetisch: ‘Es muss sein’ staat op de laatste pagina van het verhaal, een verwijzing naar het bekende opschrift dat boven de eerste maten van de laatste beweging uit Beethovens laatste strijkkwartet staat.

 

• Ana Torfs, De neef van Beethoven, in 1999 uitgegeven door Yves Gevaert Uitgever, Vinkstraat 160, 1170 Brussel (02/660.23.72) ISBN 2-930128-11-9