Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 88 november-december 2000

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Wim Delvoye

De tentoonstelling van Wim Delvoye in het MUHKA hoort bij de veelbesproken tentoonstellingen van de laatste tijd. Dat betekent zoals gewoonlijk dat ze wordt herleid tot één scandalon. Dit keer is de 'kakmachine' genaamd Cloaca het gespreksonderwerp. Na Jan Fabre's hamplakken aan de zuilen van de Gentse universiteitsaula, afgelopen zomer, is deze machine de nieuwste speelbal in de pseudocontroverse rond de dilemma's 'briljant of banaal' en 'kunst of bedrog'. Je zou bijna denken dat die werken alleen nog maar gemaakt worden om het 'controversiële potentieel' van de kunst nog eens te reanimeren.

Daarbij mogen we niet vergeten dat Delvoye meerdere werken toont in het MUHKA. Zijn tentoonstelling heeft zelfs een thema; ze brengt ouder en nieuw werk samen rond het anale en scatologische. Zo toont Delvoye zijn oudste onverbloemd scatologische werk, de bekende Mozaïek (1990-1992), waarin menselijke drollen op keurig symmetrische wijze een kwadraat van witte badkamertegels sieren. Recenter zijn de afdrukken van lippenstift op papier, afkomstig van de anus in plaats van de mond. Een video toont enigszins weerzinwekkende close-ups van puisten die worden uitgeknepen. Op de achtergrond een zoeterige soundscape: tienerverdriet.

Cloaca, zoveel is duidelijk, is de meest recht-voor-de-raapse vertolking van de excrementale 'idee'. Geen esthetische omkleding meer. Cloaca is een perfect transparante simulatiemachine die in negen stadia het spijsverteringsproces uitvoert, en in het laatste stadium een drol afscheidt. Het ding ziet er uit als een laboratoriumcircuit. Met superieur cynisme werd in een aparte zaal het exquise menu uitgehangen waarmee deze apparatuur gevoed wordt.

De machine van Delvoye bevestigt alleen maar de stoere almacht van de representatie: kijk, alles, ook het laagste, kan ik in zijn twijfelachtige zuiverheid voor het voetlicht brengen. Alles is stront, en ik kan het allemaal nog netjes tonen én verkopen ook. Dat is cool. Het werk is niet meer dan die zichzelf postulerende 'coolness'. Het valt samen met zijn stunt, die er eigenlijk geen is. De expositiemachine verteert allang moeiteloos het meest ontoonbare en afvallige, en het stoere etaleren van die waarheid is allang het pomocliché bij uitstek geworden. Toch doet Delvoye zijn uiterste best om zich in zijn 'schaamteloze eerlijkheid' een durver te wanen. De cynicus die zijn eerlijkheid zo aanprijst, bedriegt echter zichzelf. In de soevereine geste waarmee hij met zijn laagste waarheid uitpakt, ontkent hij dat hij er zelf in verstrikt zit. Zijn eerlijkheid is die van een infantiele God.

De tentoonstelling maakt wel duidelijk dat Delvoye ooit meer was dan een soort macho-exhibitionist. De mozaïeken of 'strontvloeren' tonen bijvoorbeeld niet zomaar stront. De uitwerpselen zijn er als decoratie over de vloer gedrapeerd, en vertellen iets over de manier waarop cultuur en afval met mekaar verbonden zijn. Zulke werken vermeien zich niet zomaar in een gespierde affirmatie van de tentoonstellingsmachine; ze gaan over mechanismen die onze cultuur – en dus ook die machine – aandrijven.

De strontvloeren toonden nog dat in elk tentoonstellen – of in elke vorm van esthetisering – een ontkenning of 'verdringing' werkzaam is. Vandaag geniet Delvoye alleen nog van die ontkenning. De strategie van de overtreffende trap dient vooral om de impasse waarin zijn werk beland is, te overschreeuwen. Einde jaren tachtig bekleedde Delvoye butaanflessen met bootjes en molentjes in Delfts blauw. Dat poepsimpele beeld heeft vandaag nog niets aan scherpte ingeboet. Maar zoals Bart Meuleman recent nog in De Witte Raaf stelde, heeft Delvoye sindsdien tot in het belachelijke nieuwe versies proberen te bedenken van dezelfde visuele strategie. Soms voorzag hij zijn thematiek nog wel eens van een nieuwe laag – in de gedecoreerde betonmolens bijvoorbeeld, die schoonheid verbonden met passiviteit en decadentie, en eigenlijk ook in de strontvloeren. Maar de dubbelzinnige spanning van zijn objecten was snel verdwenen. Wellicht bestaat zijn werk nu alleen nog uit reclame voor de eigen impotente durf.

 

• Wim Delvoye, Cloaca, loopt nog tot 31 december 2000 in het MUHKA, Leuvenstraat 32, Antwerpen (03/238.59.60)