Ilse Kuijken

DE WITTE RAAF

Editie 88 november-december 2000

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Dépaysement

Denys Zacharopoulos verliet begin dit jaar het Domaine de Kerguéhennec in Bretagne waar hij als directeur tentoonstellingen organiseerde met hedendaagse kunstenaars. Na enkele maanden hield hij het ook voor bekeken op het Ministerie van Cultuur in Parijs en trok hij voor een sabbatjaar naar Athene. Dépaysement was zijn laatste tentoonstelling in Kerguéhennec. Ze toonde werk van zes Franse kunstenaars: Jean-Pierre Bertrand, Jean-Marc Bustamante, Bernard Frize, Xavier Noiret-Thomé, Yves Oppenheim en Adrian Schiess. Dit zestal heeft Zacharopoulos nu nog eens samengebracht in Museum Dhondt-Dhaenens (Deurle). Zo voegde hij aan het thema 'dépaysement' een tweede luik toe. Directrice Edith Doove geeft daarvoor een voor de hand liggende reden: 'dépaysement' betekent letterlijk 'plaatsing in een vreemde omgeving', en deze tentoonstelling verlaat haar oorspronkelijke plaats. Bovendien vindt ze ook de overeenkomst tussen de twee tentoonstellingsplekken erg uitnodigend, want beide liggen ze 'buiten het centrum' of 'in de periferie'. Het zijn "vreemde omgevingen, uitermate geschikt voor geconcentreerde reflectie op deelaspecten van de hedendaagse kunst," aldus Doove. Dus zonder enig probleem wordt het imposante Bretoense domein met 18de-eeuws kasteel, uitgestrekte landschapstuinen, een meer en een arboretum – pleisterplaats voor een gedeelte van de Bretoense FRAC-collectie – verruild voor een museum met een handvol Latemse meesters in een banale verkaveling.

Het letterlijke dépaysement ten spijt stelt de tentoonstelling teleur. Bertrand weet nog een intrigerend effect te bekomen met semi-transparante lagen van een 'Vlaams medium' op papier. Bustamente realiseert schilderij-objecten in inkt op heldere plexiplaat, op zo'n manier dat ook de schaduwen op de muur meespelen. De overige schilders blijven steken in formules: het schilderen van veelkleurige vlechten (Frize), het pappen met donker over blinkend of omgekeerd (Noiret-Thomé) of het smeren met olieverf op aluminium tot het eruit ziet als roomijs (Schiess).

Zacharopoulos benadrukt in de catalogus de unieke status van elk kunstwerk (hier: schilderij), als een 'onontgonnen land' dat door zijn specificiteit weerstand biedt aan veralgemeningen van nationale, culturele of ideologische aard. Het lijkt er dus op dat we het concept en de tentoonstelling als een 'antwoord' moeten lezen op een begrip dat oprukkend extreem-rechts in Frankrijk hanteert: 'paysement' als regionale verankering van het individu en zijn cultuur. Onder de dekmantel van een theoretisch concept en een politiek correcte boodschap wordt ons een tentoonstelling voorgeschoteld die op een weekendje in elkaar gebokst lijkt. De curator vergeet echter niet zijn visitekaartje achter te laten, in de vorm van een accrochage van kleine werkjes, klein-formaat broertjes van de zes oeuvres. Elegant verstrooid op de achterste wand van de centrale hal, voeren ze het middelmatige aanschijn van de tentoonstelling alleen maar ten top.

 

• Dépaysement loopt nog tot 10 december in Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan 14, Deurle (09/282.51.23)