Rogier Schumacher

DE WITTE RAAF

Editie 88 november-december 2000

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

The collection Visser at the Kröller-Müller Museum

Behalve als ontwerper van meubelklassiekers zoals de lattenbank voor het Stedelijk Museum en de naar hem vernoem­de slaapbank is Martin Visser vooral bekend als verzamelaar van eigentijdse kunst. Samen met zijn eerste vrouw Mia legde hij in de late jaren veertig de basis voor een omvangrijke collectie. Visser was destijds werkzaam op de meubelafdeling van de Amsterdamse Bijenkorf, en organiseerde in die functie op eigen initiatief verkooptentoonstellingen met werk van de destijds nog zeer controversiële Cobra-kunstenaars. De vele gunsten die hij Appel en de zijnen bewees, werden vaak in natura gehonoreerd, en daardoor wist Visser één van de destijds belangrijkste Cobra-collecties van het land op te bouwen.

Vissers verzamelgedrag werd altijd gekenmerkt door een grote dynamiek. In de late jaren vijftig werd een deel van de intussen drastisch in marktwaarde gestegen verzameling Cobra-werken te gelde gemaakt om nieuwe aankopen te kunnen realiseren. Aanvankelijk kochten de Vissers – daarin soms financieel bijgestaan door Martins broer Geertjan – omvangrijke ensembles van Piero Manzoni en nouveaux réalistes als Christo en Arman. Later legden ze zich meer en meer toe op werk van minimalistische en conceptuele signatuur, waaronder indrukwekkende ensembles van Carl Andre, Donald Judd en Sol Lewitt. De aankoop van vier tekeningen van A.R. Penck bij galerie Wide White Space in 1974 markeerde een volgende cesuur in de collectie. Naast de aanvullingen van al aanwezige ensembles (met onder andere een prachtige groep sculpturen en tekeningen van Bruce Nauman) deden Visser en zijn tweede ega nadien grootscheepse aankopen op het gebied van de 'wilde' schilderkunst.

Vlak voordat deze laatste verschuiving zich begon af te tekenen, lonkte directeur Rudi Oxenaar van het Kröller-Müller Museum naar de minimalistische en conceptuele kern van Vissers verzameling. Het cerebrale karakter van deze kunst sloot nauw aan bij de interpretatie die Oxenaar in de vroege jaren zeventig gaf aan de dwingende signatuur die mevrouw Kröller-Müller haar museum had meegegeven. Zij was er onder invloed van de kunstexegeet H.P. Bremmer van overtuigd geraakt dat de moderne beeldende kunst werd gekenmerkt door een teleologische ontwikkeling van realisme naar idealisme. Stromingen die zich volgens haar aan deze onontkoombare gang van zaken onttrokken, zoals het expressionisme, werden uit de collectie geweerd. Met de adem van deze stichtster in zijn nek, richtte Oxenaar zijn aankoopbeleid op de 'Apollinische' kunst van zijn dagen. Geconfronteerd met krappe aankoopbudgetten zag hij in de verwerving van delen van de collectie Visser een uitgelezen mogelijkheid de eigen aankopen van kunstenaars als Judd, Flavin, Kosuth en Weiner aan te vullen met werk dat op de vrije markt voor het museum intussen onbereikbaar was geworden.

De ruim vierhonderd werken van tweeënveertig kunstenaars die tussen 1973 en 2000 door aankoop of schenking naar Otterlo verhuisden, zijn gedocumenteerd in de beredeneerde catalogus die onlangs door het museum werd uitgegeven. Het helder vormgegeven boek wijdt aan elk van de tweeënveertig kunstenaars een katern, waarin het oeuvre wordt geschetst en de band die Visser ermee had. Het geheel geeft een goed beeld van de wederkerigheid van museum en verzamelaar. Hoewel vanuit praktisch oogpunt begrijpelijk, is het spijtig dat men enkel het deel van de collectie Visser boekstaaft dat in het Kröller-Müller terecht is gekomen. In één van de inleidende teksten wordt opgemerkt dat Visser Oxenaar en zijn opvolger Evert van Straaten de vrije hand gaf om naar believen uit zijn bezit te kiezen. Dat maakt nieuwsgierig naar hun specifieke keuzen, zowel in relatie tot de verzameling Visser als tot die van het museum. Ook de vele stukken die de Vissers afstootten en hun motieven daarbij vallen buiten het bestek van het boek. The Collection Visser ontsluit Vissers verzameling zodoende meer als een fysieke dan als een mentale constructie.

 

• Paula van den Bosch, Evert van Straaten, Annie De Decker (e.a.), The Collection Visser at the Kröller Müller Museum, Kröller Müller Museum, Postbus 1, 6730 AA Otterlo, (0318/59.12.41) ISBN 90-74453-22-8.