Alexandra Pauwels

DE WITTE RAAF

Editie 89 januari-februari 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Exitcongomuseum

De driedelige tentoonstelling ExItCongoMuseum in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika heeft als ondertitel Een eeuw kunst met/zonder papieren, waarmee wordt gealludeerd op het feit dat ze zowel ‘anonieme’ etnografica als hedendaagse kunst omvat. De etnografica stofferen de eerste twee delen, die gaan over geschiedenis en voorgeschiedenis van dit museum en die voorzien zijn van een verzorgde didactische duiding. Deel één vraagt zich onder de titel ‘ExIt Congo’ af hoe en binnen welk programma al die Afrikaanse objecten naar hier zijn gebracht. In het tweede deel (‘Ex-CongoMuseum’) ligt de overtocht van Congo naar België achter de rug en wordt een eeuw van museale mise-en-scène onder de loep genomen. Maar in ‘ExItMuseum’, het derde luik met hedendaagse kunst, ligt de lat het hoogst. Hier wil dit museum met zijn sinds lang bevroren, muffige koloniale presentatie, een reflectie op gang brengen over zijn actuele rol. Acht hedendaagse kunstenaars moeten daartoe ‘de confrontatie aangaan’ en ‘aanzetten tot reflectie’. De hedendaagse kunst treedt op als ethicus en wijsgeer en dient het pleit te beslechten tussen goed en kwaad, oud en nieuw, zwart en wit.

ExItMuseum begint in niet mis te verstane termen met een supermarktkarretje vol etnografica. De boodschap van kunstenaar Toma Muteba Luntumbue, die ook als curator voor de hedendaagse kunst optreedt, is duidelijk. Deze tentoonstelling is een gewetensonderzoek, en de hele kolonisatie is een goed georganiseerd handeltje in gestolen goederen. David Hammons’ Chasing the Blue Train (een werk uit het Gentse S.M.A.K.) moet beelden van deportatie en uitbuiting oproepen, en ook het theatrale environment dat Toguo heeft afgebakend, met een vloer en muren uit bananendozen en bloedrode aquarellen, vormt een duidelijke aanklacht.

Voor de overige werken moeten we afdalen naar het gelijkvloers. Ze zijn er verspreid over de in oude, vertrouwde stijl ingerichte zalen van het Tervurense museum. Het is niet altijd even makkelijk om ze terug te vinden. Een kleine safaritocht wordt beloond met enkele doeken van Luc Tuymans, prints en een videomontage van Edith Dekyndt, cementen figuren van Philip Aguirre y Otegui, installaties van Johan Muyle en Audry Liseron-Monfils, en fotocollages van Barthélémy Toguo. Als aanzet tot ‘reflectie’ is dit een bescheiden poging. Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika is zo’n levensgroot anachronisme, en zijn stoffigheid zo overweldigend, dat de kunstwerken nauwelijks meer kunnen zijn dan een extraatje – met op de achtergrond de vage intentieverklaring dat men hier stilaan toch wel eens aan reflectie en actualisering wil doen.

Vooral Luntumbue en de twee andere Afrikaanse kunstenaars (Toguo en Liseron-Monfils) hebben zich uitdrukkelijk geïntegreerd. De (bestaande) werken van Johan Muyle, waaronder een neushoorn op wieltjes en een ‘wenend’ portret van de Kongolese kunstenaar Chéri Samba, zitten dit museum sowieso als gegoten. Aguirre heeft gewoon beelden in het museum achtergelaten, en Tuymans schoof met een haast pervers esthetisch raffinement enkele schilderijen tussen Afrikaanse objecten: een verdacht soort harmonie. De ambitie om te confronteren en reflecteren valt echter dunnetjes uit. Als deze werken straks ‘exit museum’ verdwijnen, dan zal het geruisloos zijn.

 

• ExItCongoMuseum, een eeuw kunst met/zonder papieren loopt tot 24 juni 2001 in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, Leuvensesteenweg 13 in 3080 Tervuren (02/769.52.11). Een catalogus van het gedeelte ExItMuseum zal vermoedelijk in februari ter beschikking zijn.