Etienne Wynants

DE WITTE RAAF

Editie 89 januari-februari 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

A-Prior

Het afgelopen anderhalf jaar zijn er in het Nederlandse taalgebied verschillende nieuwe tijdschriften over beeldende kunst bijgekomen. Het eind vorig jaar gedoopte A-Prior  is zo ondertussen aan zijn derde nummer toe, een dubbelnummer. Het blad heeft ondertussen – letterlijk – al een avontuurlijke reisweg achter de rug. Het is gegroeid uit de Brusselse tentoonstellingsruimte Etablissement d’en Face, verhuisde naar een plek in Leuven waar een kunstencentrum zou worden opgericht (dat er uiteindelijk niet kwam), en stelde onlangs zijn nieuwe nummer voor in de schoot van de pas opgerichte stichting A-Prior, Office for Artistic Production. Spilfiguur is nog steeds freelance tentoonstellingsmaker Kurt Vanbelleghem, omgeven door kunstcritica Els Roelandt, architect Christian Kieckens en Andrea Wiarda.

Het tweetalige A-Prior heeft een groot A5-formaat en oogt opmerkelijk sober, ondanks het royale beeldmateriaal. Een blik op de inhoudsopgave leert dat dit tijdschrift zich uitdrukkelijk wil richten op de presentatie van beeldende kunst door middel van interviews, monografische teksten, portfolio’s en kunstenaarsbijdragen, die worden aangekondigd met een sterk beeld op de kaft. Dit beloftevol profiel kreeg in de eerste twee nummers nog onvoldoende substantie, ondanks een kort, maar interessant interview met de verzamelaars Annick en Anton Herbert. De kunstenaarsbijdragen van Doria Garcia en Barbara Visser overvleugelden de inhoud, wat doet vermoeden dat men het samenbrengen van teksten iets te licht had ingeschat.

Voor dit derde nummer zijn er echter conclusies getrokken. A-Prior verklaart zich voortaan te willen concentreren op een bundeling teksten over het werk van één kunstenaar (i.c. Honoré ∂’O,), dit aangevuld met teksten rond een welbepaald thema (kunst en integratie), een kunstenaarsbijdrage (Richard Venlet) en portfolio’s (architectenbureau Robbrecht & Daem en een genietbare presentatie van het werk van Jean-Paul Deridder). Het blad is er aanzienlijk op verbeterd. Dries Vande Velde koppelt in een gewaagde denkoefening het werk van Honoré ∂’O aan Constants New Babylon en het situationisme. Een opsteker is ook het essay Nieuw bericht, geen boodschap waarin Jeroen Boomgaard in vogelvlucht het onbegrip schetst tussen de huidige kunstkritiek en een ‘jonge’ kunstpraktijk, die zich met veel enthousiasme, zonder intellectuele reserves en niet gehinderd door enige historische voorkennis terzake, op de alledaagse werkelijkheid stort.

In het deel over ‘kunst en integratie’ in dit dubbelnummer blijft het gezichtsveld te veel beperkt tot de lucratieve opdrachten die tegenwoordig in Vlaanderen worden verleend aan kunstenaars om overheidsgebouwen van kunst te voorzien. Architect Willem Jan Neutelings legt even de vinger op de wonde, maar het informatieve interview met verantwoordelijk ambtenaar Katrien Laenen blijft binnen de lijnen van de interpretatie die de overheid zelf aan deze regeling geeft. Het institutionele kader van kunst en het probleem van de bestemming (i.c. overheidsgebouwen) blijven buiten beeld, een fotoreportage van Richard Venlet ten spijt.

 

• Het dubbelnummer A-Prior 3 en 4 verscheen in november 2000 en wordt uitgegeven door A-Prior, Office for Artistic Production, Koolmijnenkaai 30-34 in 1080 Brussel (02/414.98.30).