Dries Vande Velde

DE WITTE RAAF

Editie 92 juli-augustus 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Carl Andre

Een set van 74 warmgewalste staalplaten is de jongste aankoop van het Antwerpse Openluchtmuseum Middelheim. In tegenstelling tot vroegere aankopen ging het ditmaal niet om de aanwinst van een nieuw kunstwerk, maar om de aankoop van het benodigde materiaal. Het staal kwam er op bestelling van de Amerikaanse kunstenaar Carl Andre, die dat materiaal onlangs dan ook persoonlijk is komen ‘bewerken’ tot een nieuwe permanente sculptuur in het beeldenpark. Naar aanleiding van de installatie van dit werk brengt het openluchtmuseum tot eind juli de tentoonstelling Carl Andre. Works on Land. Naast de nieuwe aanwinst zijn er tijdelijk nog drie andere ‘in situ’ werken te zien.

De nieuwe permanente sculptuur ligt in de bomendreef aan de ingang van het hedendaagse museumpark. Op de onverharde ondergrond van aarde en stenen heeft Andre de aangekochte platen per twee naast elkaar gerangschikt. Het geheel vormt een stalen tegelrij van zo’n achttien meter lang, aangetast door gevallen bladeren, vage voetafdrukken en beginnende roestvlekken. Mettertijd zal het werk meer gaan roesten, en het uitzicht zal ook veranderen met de seizoenen en de wisselende weersomstandigheden. De installatie neemt zo niet alleen het uitzicht over van de grond waarop ze ligt, maar ook het statuut ervan: zoals bezoekers over de grond wandelen, zo lopen ze over de sculptuur. De titel van het werk, 74 Weathering Way, is dan ook niet meer dan een kurkdroge opsomming van zijn materiële aspecten: 74 staalplaten, onderhevig aan omstandigheden van weer en klimaat, gerangschikt als een pad. Waar een titel doorgaans de inhoud van een werk omschrijft, beperkt Andre zich tot een naakte opsomming. Het tekent zijn ambitie om de inhoud van een sculptuur op te bouwen vanuit de materiële samenstelling van het werk.

Behalve 74 Weathering Way zijn er dus nog drie andere sculpturen te zien die Andre ter plekke geïnstalleerd heeft. Ook hiervoor gaf hij het museum opdracht welbepaalde materialen aan te kopen, waarmee hij dan op locatie, ‘on land’, is komen werken. Walnut Water Scatter bestaat uit een groot aantal vierkante notenhouten plankjes die de kunstenaar zomaar over het water van de parkvijver heeft uitgestrooid. Sindsdien dobberen ze traag over het wateroppervlak of blijven vasthangen in het oeverslib. Door de beweging van de plankjes is de oorspronkelijke act, het uitstrooien, compleet verloren gegaan. Bovendien hebben de plankjes in het water niet meer de materiële tastbaarheid die zo centraal staat in Andre’s oeuvre. Nochtans borduurt Walnut Water Scatter verder op vroeger werk van Andre, de scatter pieces, die gebaseerd waren op dezelfde ‘handeling’. Al in 1966 strooide hij tientallen suikerklontjes uit over de vloer van een galerij. Het alledaagse suiker was in artistiek opzicht betekenisloos, en daardoor wist het werk zich los te maken van klassieke referenties. Het werd onmiddellijk herkenbaar als een concrete, louter sensorische installatie. Daartegenover lijkt Andre’s jongste combinatie van hout en water eerder op symbolische dan op tactiele, concreet materiële gronden gebaseerd.

Dat geldt nog meer voor Strawrings, een sculptuur die gemaakt is met grote strobalen. Midden op een open veld in het park sluiten deze zich aaneen tot de stralen van twee in elkaar grijpende cirkels, als betrof het twee zonnen. Door de omvang van de strobalen herkent men de vorm pas door vlakbij het werk te gaan staan, waardoor de relatie met de open omgeving verloren gaat. Van het streven dat Andre doorgaans kenmerkt om inhoudelijke connotaties uit te bannen, blijft in dit haast ‘kosmische’ werk ook al niet veel over. Voor de vierde sculptuur grijpt de kunstenaar terug naar oudere werken waarbij een bepaald materiaal, gerangschikt op een rechte lijn, een open terrein doorkruist. Strawline bestaat opnieuw uit strobalen die ditmaal languit achter elkaar liggen. De lijn begint op een open veld, passeert twee werken uit de vaste collectie, duikt in het struikgewas tot tegen een gracht en loopt aan de overkant van het water nog een heel eind verder in een ander veld. Om de installatie compleet te zien moet de toeschouwer de lijn verder aflopen. Toch voert Strawline nergens heen, ze leidt de toeschouwer langs haar eigen omgeving, waardoor ze een specifiek parcours uitzet in het park. Zowel Strawline als het stalen pad tonen hoe Andre, eenmaal los van de begrensde ruimte van een galerij, zijn sculpturen kan verheffen tot een ‘plek’. On land, waar hij niet langer kan refereren aan het omringende ruimtelijke volume, expliciteert hij de ervaring van de natuurlijke omgeving door haar met zijn interventies letterlijk vast te leggen.

 

• Carl Andre. Works on Land loopt tot 29 juli 2001 in het Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst Middelheim, Middelheimlaan 61, 2020 Antwerpen (03/827.15.34). De gelijknamige catalogus geeft een overzicht van de verschillende werken in de natuur die Andre sinds 1968 maakte. Het boek is een publicatie van de Stad Antwerpen en is samengesteld door Jenny Van Driessche.