Rogier Schumacher

DE WITTE RAAF

Editie 92 juli-augustus 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Robert Zandvliet

Robert Zandvliet (°1970) maakte midden jaren negentig naam met monumentale schilderijen van verregaand geabstraheerde voorwerpen uit de werkelijkheid. Hij onderzocht daarin de spanning tussen afgebeeld object en geschilderde vorm, en tussen materiële substantie – verf – en immaterieel beeld. Sinds 1998 werkt hij aan een uitdijende reeks schilderijen met landschappelijke motieven, waarin de volumes gaandeweg oplossen en de vormen in toenemende mate samenvallen met de schriftuur. In die reeks, waaruit het Stedelijk Museum er momenteel onder de titel Brushwood vijfentwintig laat zien, verhoudt Zandvliet zich expliciet tot de moderne schilderstraditie. Rudi Fuchs omschrijft hem als de postmoderne erfgenaam, die aan gene zijde van fundamentalistische disputen tussen figuratieven en anti-figuratieven, lyrisch-expressionisten en analytisch-abstracten, de failliete boedel der modernen nieuw leven tracht in te blazen. Voor Zandvliet, zo meent Fuchs, behoort die orthodoxe discussie van de moderne kunst tot de Middeleeuwen. Fuchs ontwaart in die houding ‘een nieuw begin van stijl’. In de zalen van het Stedelijk krijgt men echter de indruk dat die stijl niet zozeer nieuw is, alswel neo. Zoals elke neo-stijl wordt de zijne gekenmerkt door esthetisch opgepoetste uiterlijkheden.

Hoewel nogal variabel van uitwerking, bestaat de gehele reeks uit abstracte all-overcomposities, die vanuit een expressief schildersgebaar zijn opgebouwd. De beeldstructuur is meestal grillig en gelaagd, maar niettemin open; het kleurgebruik is overwegend helder, hoewel de verf vaak nat in nat is opgebracht, waardoor kleuren onderling vermengd zijn geraakt. Sterk aangezette licht-donkercontrasten tussen het grofmazig lijnenstelsel en de veelal witte tussenruimte veroorzaken een ruimtelijke werking, waarvan soms een zuigende kracht uitgaat. Vormen vallen samen met de richting, dynamiek en breedte van de kwaststreek. Stekelige vormbouwsels worden omspeeld door vloeiende, golvende lijnen, borstelige, amorfe vegen en – in de meest vormvrije werken – door quasi-gestuele verfdruipers. Quasi, want de zwierige kleurlinten, de zigzag- en andere grafische patronen zijn nadrukkelijk gestileerd. Geen sprake van emotionele erupties, het zijn elegante simulaties van een abstract-expressionistisch idioom. In navolging van Lichtenstein, Richter, Polke en een karavaan ironische postmodernen schildert Zandvliet ‘de expressieve kwaststreek’ – alleen heeft het er de schijn van dat hij die niet wil becommentariëren, maar de levensvatbaarheid ervan als formeel element wil beproeven. Ook de landschappelijke composities zijn gestileerde derivaten van moderne schilderkunst. Geen schilderijen van landschappen, maar schilderijen van moderne schilderijen van landschappen – toespelingen op stijlen, ofwel herinterpretaties van specifieke kunstwerken, strekkend van Van Goghs korenvelden tot de late lineaire abstracties van De Kooning. Abstracties van abstracties derhalve. Zandvliets landschappen verwijzen dan ook niet naar concrete topografische locaties. Door af te zien van titels en externe referenties knopen ze veeleer aan bij de modernistische aversie tegen discursiviteit, en bij de fixatie op de autonomie van het kunstwerk.

Hoe klassiek en elegant zijn werk ook oogt, elk volgend schilderij versterkt de bedenking dat Zandvliet zich met die welhaast autistische retraite in een autonoom schilderkunstig domein wel erg gemakzuchtig onttrekt aan de actuele discussie over de mogelijke functie en betekenis van zijn discipline. Kwesties als de verhouding van het geschilderd beeld tot de realiteit, en van de schilderkunstige verbeelding van het landschap tot de volledig gemediatiseerde visie op de natuur, Zandvliet brandt zijn vingers er niet aan. Zijn reanimatie van abstract-expressionistisch idioom en modernistische vormentaal blijft steken in een dorre en bloedeloze demonstratie van technische souplesse en esthetische welgevalligheid. Een salonfähige belle peinture die zeer geëigend is voor de directiekamer, maar in het museum vooral onvermogen etaleert.

 

• Brushwood van Robert Zandvliet loopt nog tot 22 juli in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, 1071 CX Amsterdam (020/573.29.11).