Dries Vande Velde

DE WITTE RAAF

Editie 93 september-oktober 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Pipilotti Rist

Het Centraal Museum in Utrecht is het lievelingsmuseum van Pipilotti Rist. Tot half november presenteert de Zwitserse kunstenares er een tentoonstelling onder de titel 54, haar lievelingsgetal. De bekentenis van deze twee voorliefdes typeert het uitgesproken persoonlijke karakter van de expositie: in acht ruimtes van het museum vertelt Rist met uiteenlopende installaties telkens een intiem verhaal, over subjectieve onderwerpen als religie, vrouw zijn of liefde. Maar zo oprecht deze thema’s op het eerste gezicht zijn, zo expliciet worden ze verwrongen, zo genadeloos uitvergroot en blootgelegd in de visuele voorstelling ervan. De combinatie van poëtische geborgenheid en hardheid is al zo’n vijftien jaar een constante in het werk van Rist. De huidige tentoonstelling toont vijf oudere videowerken die gedurende die periode ontstonden, en drie nieuwe installaties die dezelfde dubbelzinnigheid vertonen: één ‘work in progress’, en de werken Sight Out Of Two Windows en Expecting. 54 geeft zo een samenhangend beeld van Rists diverse persoonlijke vertellingen.

Haar uitgesproken voorliefde voor deze plek heeft wellicht voor een deel te maken met de ruimtelijke organisatie van het complex. Het Centraal Museum is een architecturale collage van een middeleeuwse vleugel, een kapel, een stallencomplex, een vleugel in neostijl, een binnentuin, enkele hedendaagse uitbreidingen en een onderaardse doorgang die alles samenhoudt. De moeilijkheid om in deze context een helder parcours uit te zetten, komt Pipilotti Rist net goed uit. Haar installaties zijn niet opgesteld in de eigenlijke tentoonstellingszalen, maar in een aantal specifieke vertrekken in of naast de grote zalen: de benedenkamer, de kapel, de spleet tussen de trappen, de ‘bewoonde’ kamer... . In die beschutte ruimtes valt de wandeling door het museum min of meer stil, en het is precies die ruimtelijke geborgenheid die de kunstenares benut. Daarbij verwijzen de video’s en de installaties, ondanks de ‘teruggetrokken’ opstelling, toch telkens weer naar hun onmiddellijke omgeving: de kunstwerken uit de vaste collectie, de geschiedenis van de ruimte, de lichtinval. Rist verandert die karakteristieke plekken in projectkamers die, ruimtelijk én inhoudelijk, het persoonlijke decor voor haar vertellingen vormen.

Het grootste werk van de tentoonstelling, en meteen ook de meest uitgediepte vertelling van de serie is Expecting. De installatie neemt de volledige kapelruimte van het Centraal Museum in beslag. Die kapel is verdeeld in een beneden- en een bovenruimte, verbonden door een dubbelhoge altaarruimte. Rist heeft alle ramen afgeschermd met een patchwork van veelkleurige stukjes stof, net een soort overgordijnen. In de benedenkapel zwaaien gekleurde lichtcirkels heen en weer, terwijl het kruisgewelf dient als scherm voor een videoprojectie: een levende Christusfiguur – bij nader inzien een vrouw – staat of hangt achtereenvolgens in de natuur, bij de dokter en in een hotel. Bij de beelden klinkt een zacht zoemende soundscape die continu evolueert. Vanuit de gewelven wordt een film in de altaarruimte geprojecteerd, die schilderijen uit de museumcollectie toont terwijl ze langzaam opbranden. De doeken worden telkens van binnenuit door de vlammen verteerd, waardoor de altaarmuur – het scherm – doorheen de afbeelding terug zichtbaar wordt.

De video When I Run I Use My Feet, die deel uitmaakt van Expecting, wordt in de bovenkapel geprojecteerd op een patchwork van witte ondergordijnen dat centraal in de ruimte hangt. We zien close-ups van snel wegstappende benen, alsof ze steeds aan het oog van de camera willen ontglippen. Het voortdurende herhalen van diezelfde beweging verheft het ‘uit het scherm stappen’ tot een rituele handeling. Net als beneden krijgt de bovenkapel letterlijk kleur door patchwork-overgordijnen, en vliegen naast de filmprojecties ook weer allerlei gekleurde lichtvlekken rond. Expecting, de installatie in de kapel, verbeeldt thema’s die gaan van religie over (feministische) symboliek en ritualiteit tot intimiteit. Maar het meest nadrukkelijke motief in deze installatie is de aantasting van de visuele ontboezeming: door het bewegen van de projectie over de gewelven, door het opbranden van de afbeelding of het wegstappen uit het beeld.

Dit aantasten, blootleggen of doorbreken van het intieme ‘beeldverhaal’ op het scherm komt ook terug in de andere installaties van de tentoonstelling. In I’m Not the Girl Who Misses Much danst Rist frontaal voor de camera terwijl ze haar lichaam quasi reduceert tot de motieven waarop ze als vrouw bekeken wordt: knalrode lippen, een stel pronte borsten, absurd wiegende heupen en een onherkenbaar hoofd. Net als in Expecting laat Rist zich niet enkel als vrouw en als mens bekijken, maar gebruikt ze het scherm om zich net nog beter te laten bekijken. Het scherm is het vlak waarop Pipilotti Rist haar eigen geborgenheid, haar eigen ‘vrouw zijn’ compleet etaleert. Haar persoonlijkheid valt voor even samen met het scherm. Maar precies door die volledige overgave kan ze het bekijken van haar lichaam en haar intimiteit helemaal gaan beheersen. Op het moment dat Pipilotti Rist zichzelf uitgesproken blootgeeft, stelt ze het bekijken van haar vrouwelijke lichaam, haar vrouwelijke persoonlijkheid zo expliciet dat ze de ervaring omdraait: het voyeurisme wordt betrapt, en zelf bekeken.

 

• 54 van Pipilotti Rist loopt tot 18 november 2001 in het Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, 3500 GC Utrecht (tel. 030/236.23.62; www.Centraalmuseum.nl). De catalogus bij de tentoonstelling is een mini CD-rom gebaseerd op de video van het werk Cinquante-Fifty.