Wouter Davidts

DE WITTE RAAF

Editie 93 september-oktober 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Squatters

Er heerst weer volop aandacht voor kunst in de publieke ruimte, en dat inspireert de kunst op haar beurt tot een hernieuwde belangstelling voor het bezetten, onderzoeken of creëren van ‘plaatsen’. In de mobilhomes van Atelier Van Lieshout, de interieurs van Jorge Pardo, de foto’s van Andreas Gursky of de minitieus in papier gereconstrueerde interieurs van Thomas Demand, worden telkens ruimtes aangemaakt, vorm gegeven, geregistreerd en in beeld gebracht. Bij de tentoonstellingsmakers, gebrand als ze zijn op actuele ‘issues’, bleef dat uiteraard niet onopgemerkt. Uit het zomerse tentoonstellingsaanbod blijkt dat stad en architectuur, alsmede het bijhorende begrippenapparaat tegenwoordig goed in de markt liggen. De obligate stads– en parktentoonstellingen gaan deze zomer vergezeld van verschillende museale en andere tentoonstellingen die zich concentreren op begrippen als plaats, ruimte, en daarvan afgeleide thema’s zoals het capsulaire, het interieur, mobiliteit, stedelijkheid, enzovoort. In Witte de With is er Squatters. Aan negen internationale kunstenaars werd gevraagd projecten te ontwikkelen die “onderzoeken hoe stedelijke ruimtes functioneren in een specifiek plaatselijke context”. Daarbij wordt het ‘kraken’ – of het illegaal betrekken van een pand in de stad – als ‘cultureel model’ gehanteerd.

Krakers en kraakpanden zijn niet weg te denken uit de Nederlandse geschiedenis. Wie herinnert zich niet de televisiebeelden uit het begin van de jaren tachtig waarin de politie groepen krakers – vaak met geweld – uit panden verdreef? De krakersbeweging, die voortkwam uit anarchistische bewegingen zoals Provo, de kabouters, maar ook de punkers van de jaren zeventig, beleefde haar hoogtepunt met het instorten van de huizenmarkt in Nederland in het begin van de jaren tachtig. In steden als Rotterdam, Amsterdam of Den Haag werden massaal leegstaande panden ‘bezet’ en toegeëigend; bewoners die uit hun woning dreigden te worden gezet, besloten simpelweg zo’n pand te betrekken en er te blijven. De krakersgeschiedenis is in meerdere opzichten een rijk en boeiend verhaal, maar in deze tentoonstelling is, de titel ten spijt, niets van dat verhaal te bespeuren. Het krakersfenomeen dient er alleen maar als een romantisch avant-gardesausje, met de kunstenaar in de heroïsche rol van kraker. De tentoonstellingsfolder comprimeert de betekenis van de beweging tot de stelling dat “krakers de pioniers van de stedelijke ontwikkeling” zijn; en de link met kunst bestaat er vervolgens in dat de kunst een interessant model vindt in het “creatieve gebruik en hergebruik van ruimte” en in de manier waarop bij krakers “de metaforische of echte ruimte wordt bezet en getransformeerd op zoek naar nieuwe vormen en betekenis”. Daarmee is de kous af. De politieke en sociale betekenis van het kraken – het feit dat men zich bijvoorbeeld onttrekt aan de kapitalistische mechanismen van de vastgoedmarkt – vervaagt tot een abstracte artistieke strategie, met name die van – hoe kan het ook anders – het bezetten van plaats: de obligate formule van de site specificity. Meteen is ook alles gezegd over de tentoonstelling. We zien werken die allemaal wel iets met plaats te maken hebben, maar hun onderlinge verbanden zijn al even ver weg als hun relaties met het ‘kraken’.

Elk kunstwerk bezet natuurlijk een plaats, al was het maar door een plek op de muur af te bakenen, of letterlijk plaats te nemen in de ruimte. Als men dan nog vooraf aan de kunstenaars gevraagd heeft om ‘ter plaatse’ te komen werken, dan neemt de kans op ruimtelijke verankering nog toe. Het probleem is echter dat plekgebondenheid nog altijd te pas en te onpas tot ‘tentoonstellingsconcept’ wordt opgewaardeerd. Het begrip is zo uitgehold dat het een totale toepasbaarheid heeft verworven. Wie nog geen thema heeft, kan de kunstenaar nog altijd vragen om ‘nieuw, plaatsgebonden werk’ te creëren; de tentoonstelling zal dan zeker over plaatsen en plekken gaan. ‘Betekenis’ gegarandeerd, rest alleen nog een goed bekkende titel te kiezen die, zo blijkt achteraf, er eigenlijk niet toe doet. Want in feite brengt de tentoonstelling Squatters gewoon ‘jonge beloftes’ bijeen. Hun werk streeft wel naar een omgang met ruimte, maar de verschillende ruimtelijke strategieën en posities worden niet tegen mekaar uitgespeeld. Misschien hoeft dat ook niet. Maar waarom koos men dan zo’n – zeker in de Nederlandse context – beladen titel?

 

• Squatters is onderdeel van de Culturele Hoofdstad Programma’s van Rotterdam en Porto, en vormt een samenwerking tussen Witte de With, het Museu Serralves en Porto 2001. Squatters #1 loopt tot 23 september, Squatters #2 van 7 oktober tot 2 december, telkens in Witte de With, Witte de Withstraat 50, 3012 BR Rotterdam (010/411.01.44).