Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 93 september-oktober 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Mark Napier

De website van internetkunstenaar Mark Napier fungeert als een soort oeuvrecatalogus van zijn werk: er is een index met een ruime selectie van werken, van oud (onderaan) tot zeer recent (bovenaan). Het meest ophefmakende werk van Napier, The Distorted Barbie, is echter alleen te vinden op zijn oude site, waarvan potatoland de opvolger is (http://users.rcn.com/napier.interport). Speelgoedfabrikant Mattel was niet geamuseerd door The Distorted Barbie, en liet de juridische spierballen zodanig rollen dat Napier de nog redelijk herkenbare Barbieplaatjes (het werk bestond, zoals de titel al aangeeft, uit elektronisch verminkte plaatjes van Barbiepoppen) moest vervangen door minder realistische afbeeldingen. Het is een ontluisterende illustratie van wat vrijheid van meningsuiting nog betekent in het tijdperk van de ‘juridisering’ en copyrightterreur. Waarom zou Mattel dusdanig overspannen hebben gereageerd? Napier heeft vermoedelijk gelijk als hij stelt dat de actie van de speelgoedgigant niet zozeer ingegeven was door direct winstbejag, als wel door de vrees dat het symbool Barbie zou worden aangetast door semiotisch terrorisme – al getuigt Napiers uitspraak “If her meaning is distorted, she will cease to exist” van overdreven optimisme. The Distorted Barbie was een oefening in iconoclasme, maar wellicht nog meer in exorcisme: een poging om deze plastic godin van de twintigste eeuw van haar voetstuk en uit de hersenpan te stoten. Een subtielere vorm van esthetisch terrorisme heeft Napier onwikkeld met zijn alternatieve browsers Shredder 1.0 (1998) en RIOT (2000). Als men hiermee een webpagina opvraagt, wordt deze vertekend en versnipperd gepresenteerd: terwijl de normale browser de codes op zo’n manier leest dat de site wordt getoond zoals het hoort, onderwerpen Shredder en RIOT ze aan manipulaties.

De Shredder gaat steeds met een enkele pagina aan de haal, terwijl RIOT – omschreven als een “cross content browser” – de actuele pagina in een soort mozaïek vermengt met eerder opgevraagde pagina’s. Het resultaat van RIOT is daarmee complexer en rijker, en veel verrassender dan dat van de Shredder, waar je al snel ongeveer weet wat je kan verwachten (de sites worden steeds op dezelfde manier vertekend). De jongste loot aan deze tak van Napiers werk is FEED 1.0, die de HTML-codes en afbeeldingen van een webpagina verwerkt in diverse vakjes met uiteenlopende kleuren en nerveus wiebelende grafiekjes: “displays that chart, graph, and plot the data”. De betreffende site wordt aldus geabstraheerd en – met enige ironie – geësthetiseerd. Met het genre van de ‘alternatieve browser’, die de schijn van natuurlijkheid van websites doorbreekt en de achterliggende constructie laat zien, sluit Napier aan op de codefixatie van de vroege netkunst, die zich op  ‘het wezen’ van het medium wilde storten. Het gaat echter ook om een sluwe vorm van appropriation, die daarmee in het verlengde ligt van The Distorted Barbie: beide functioneren “by appropriating and vicariously ‘destroying’ content from the web”. Het nieuwe werk loopt echter geen juridische risico’s à la The Distorted Barbie. Napier maakt immers alleen de browser. Het is de gebruiker die de websites opzoekt en in vertekende vorm op zijn monitor krijgt – en het opvragen van websites geldt niet als copyrightschending. Deze alternatieve browsers komen dus voort uit een mediakritische impuls, maar de decoratieve patronen die eruit resulteren tonen ook Napiers achtergrond in de abstracte schilderkunst: de vernietiging van de mediale schijnwereld leidt tot abstractie die weliswaar geen modernische ‘zuiverheid’ pretendeert te zijn, maar wel een alternatief wil bieden. Napiers verleden als abstract schilder breekt helemaal door in de visueel verrukkelijke werken Pulse en p-Soup (een complexere nieuwe versie van een ouder werk, Ripple). Pulse bestaat uit verticale strepen die door er met de muis overheen te bewegen steeds andere kleurcombinaties vormen. Met Ripple kon de gebruiker door muisklikken een soort virtuele waterdruppels op het beeldscherm laten vallen, hetgeen tot patronen van expanderende, elkaar oversnijdende cirkels leidde; in p-Soup (“primordial participation visual soup”) is dit principe uitgebreid met cirkels, vierkanten en strepen in verschillende kleuren, hetgeen – akoestisch ondersteund door uiteenlopende bliepjes – tot een soort van bewegende futuristische compositie leidt.  Als Napier alleen dit soort werk zou maken, zou hij misschien aan eenzijdig estheticisme ten prooi vallen, maar zijn andere werk voorziet het van een context.

Napier is inmiddels opgemerkt door een kunstwereld, die de jarenlang nogal zelfstandige ‘net.art’ tegen hoog tempo aan het incorporeren is. Kunstkolossen als het MoMA, het Whitney en de DIA Art Foundation hebben websites met netkunst ontwikkeld en tentoonstellingen op touw gezet; onlangs nam Napier deel aan Data Dynamics, een tentoonstelling de zich zowel op het web als in het Whitney Museum of American Art afspeelde. Hij maakte hiervoor het werk Point-to-Point (nog te zien onder www.potatoland.org/point), dat de gebruiker de mogelijkheid geeft om aan ‘online action painting’ te doen: je typt een naam in en beweegt vervolgens met de cursor over het beeldscherm, waardoor kronkelende veelkleurige banen ontstaan die uit de betreffende naam zijn opgebouwd. Als commentaar op de subjectcultus van het abstract expressionisme is dit misschien wat belegen, maar Napier legt wel op geestige en visueel fraaie wijze een verband met de wens van mensen om op het web (bijvoorbeeld met onbenullige personal homepages vol vakantiefoto’s) hun sporen achter te laten. Het valt te hopen dat Napier – nu steeds meer instellingen zich op de netkunst storten – ook in de toekomst (een groot deel van) zijn werk handig bijeengebracht en gratis toegankelijk blijft maken op zijn site.