Alice Smits

DE WITTE RAAF

Editie 93 september-oktober 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Stan Douglas

Twee jaar geleden organiseerde De Pont in Tilburg een tentoonstelling met werk van de Canadese kunstenaar Stan Douglas, waarvan het reeds enkele fotowerken bezat. Na de tentoonstelling werd daar het werk Win, Place and Show aan toegevoegd. Het bestaat uit drie delen: een videoprojectie, een fototrilogie die het decor en de cameraopstelling tijdens het maken van de video in beeld brengt, en een serie van acht foto’s van de wijk Strathcona in Vancouver, waar de scène in de video zich afspeelt. De verschillende onderdelen hoeven niet noodzakelijk samen te worden getoond – in De Pont is thans alleen de videoprojectie te zien, in een speciaal daarvoor gebouwde constructie – maar de foto’s geven duidelijk de context aan waarbinnen de betekenis van het werk gelezen moet worden: als een commentaar op mediarepresentaties en op sociale woningbouwprojecten.

Op de dubbele videoprojectie zien we een dramatische scène tussen twee mannen, die zes minuten duurt en zich in een oneindige loop herhaalt. De scène speelt zich af in een appartement dat gemeubileerd is in jaren zestig stijl en waarvan het decor – ontworpen door Douglas in samenwerking met de architect Robert Kleyn – gebaseerd is op architectuurvoorstellen uit de jaren vijftig voor een sociaal woningbouwproject in de wijk Strathcona. De plannen voor dit project, dat voor alleenstaande arbeiders uit de nabijliggende haven bedoeld was, zijn nooit gerealiseerd, maar Douglas geeft een beklemmend beeld van leefcondities die vaak het tastbare gevolg zijn van zulke van bovenaf gestuurde denkbeelden over wonen.

In het appartement speelt zich een verhitte conversatie af tussen twee arbeiders: Bob, de snel geagiteerde hoofdbewoner van de flat, en zijn jongere en naïeve collega Danny die op de bank in de woonkamer kampeert. De mannen praten over de paardenraces; Bob wil Danny in het gokspel betrekken (vandaar de titel Win, Place, and Show), Danny brengt occulte samenzweringstheorieën te berde waar Bob niets van moet hebben. Een zacht spelende radio geeft voortdurend sportverslagen en operamuziek. Op de achtergrond biedt een groot raam uitkijk op een desolaat landschap van flats, ongetwijfeld identiek met de flat waar de mannen zich bevinden.

Elk nieuw onderwerp van gesprek tussen de mannen ontaardt onmiddellijk in uitingen van frustratie en irritatie, tot de mannen daadwerkelijk met elkaar op de vuist gaan. Zodra de stemming weer bedaard is – wanneer Bob opmerkt dat alleen vermoeidheid hem ervan weerhoudt Danny nog een opdoffer te geven, en Danny een berustend ‘ik weet het’ ten antwoord geeft – begint de scène weer van voren af aan.

Door het opstellen van twintig stationaire camera’s en een computerbesturingsprogramma dat meer dan twintigduizend verschillende combinaties van beeld en geluid mogelijk maakt, verloopt de scène elke keer net iets anders. Soms verschilt het perspectief van waaruit een fragment in beeld is gebracht, dan weer variëren de zinnen in de dialoog, of komt een shot – van de keuken, of uit het raam – in beeld die we nog niet eerder gezien hadden. In Win, Place and Show vertelt Douglas een geschiedenis die nooit heeft plaatsgevonden. Maar het verhaal had gebeurd kunnen zijn en zal zich ook op vele andere plaatsen en ogenblikken voltrokken hebben. In Douglas’ visie op geschiedenis zijn feiten, gebeurtenissen, projecties en abstracties op een complexe manier met elkaar verweven. De rol die toeval en determinatie in de loop van de geschiedenis spelen, wordt verbeeld in de structuur van het werk. Er is immers zowel aandacht voor de toevalligheden van individuele interacties, als voor de abstracte patronen waardoor deze gereguleerd worden. De uiteindelijke indruk is er een van individuele onmacht ten opzichte van de grotere ontwikkelingen waarbinnen we handelen. De conflicten en frustraties tussen de twee mannen, die het gevolg zijn van een systeem dat zich aan de menselijke ervaring oplegt, zouden potentieel tot de vernietiging van dat systeem kunnen leiden. Maar ze laten het intact: elke herhaling is net iets anders, maar het resultaat is steeds weer hetzelfde, de structuur van het verhaal verandert niet.

In het verloop van de scène merkt Bob op hoe de media, waar je ook komt, altijd dezelfde boodschappen verkondigen. Gevangen in een beeldloop die het uiterlijk heeft van een televisieproductie, maken de personages deel uit van eenzelfde mediale structuur.

In dit werk keert Douglas’ kenmerkende interesse terug voor de manier waarop een beeld spreekt door zijn vorm, en waarop sociale relaties weerspiegeld worden in representatietechnieken. Douglas werkt altijd binnen bestaande conventies van cinematografische en fotografische beeldrepresentaties, om vervolgens de geijkte receptie van die media te veranderen. De decor- en acteerstijl in Win, Place and Show is gebaseerd op een Canadese televisieserie uit de jaren zestig. Douglas maakt gebruik van de formele kenmerken van dit genre, maar door de vele camerastandpunten en het gebruik van een dubbel projectiescherm, ontneemt hij elke coherentie aan het beeld. De verdubbelingen, de naad tussen de twee schermen die de beelden in het midden ‘opslokt’ en de steeds wisselende perspectieven en posities, beletten de identificatie met de acteurs, zoals een eenduidige ruimtelijke voorstelling die wel mogelijk maakt. We worden vervreemd van de locatie en het verloop van de handeling, die alsmaar herhaald wordt maar ook verspringt en varieert, zodat er nooit sprake is van een stabiele gebeurtenis. Het door de media geconditioneerde kijkgedrag wordt gefrustreerd. Kijken naar Win, Place and Show, waarin herhaling nooit hetzelfde is, vereist een grote alertheid voor het waarnemen van verschillen en verspringingen. In dit complexe werk zijn vele aspecten van Stan Douglas’ oeuvre verwerkt – narration en geschiedenis, lokale versus universele geschiedenis, sociale relaties en mediarepresentaties. Win, Place and Show is een caleidoscopische vertelling die oogt als een soap met vele onderliggende lagen.