Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 93 september-oktober 2001

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Gemeentemuseum Helmond

Onlangs opende dit museum een nieuwe, ruimere dependance voor haar collectie moderne en hedendaagse kunst. De zogenaamde Boscotondohal maakt deel uit van een nieuw complex dat ontworpen werd door de Italiaanse architect Adolfo Natalini, en dat naast de tentoonstellingsruimte nog een bestuurscentrum, een bioscoop, een filmhuis en woningen omvat. De hal ligt op een steenworp van het middeleeuwse kasteel waar vroeger heel de stadscollectie (recente kunst inbegrepen) onderdak vond. Dat kasteel is nu helemaal voorbehouden aan de stadscollectie van Helmond en de opstelling rond het thema ‘mens en werk’.

Het Gemeentemuseum wijdt de nieuwe ruimte in met een keuze uit de collectie hedendaagse kunst onder de titel Oostduitse meisjes en andere stukken. Tegelijk wordt ook de in 1999 geschonken collectie Roef-Meelker voorgesteld, in een aparte ruimte op het gelijkvloers. In Helmond wordt sinds 1978 beeldende kunst verzameld. De collectie begint bij kunst van de jaren zeventig. Aangezien het zwaartepunt van de geschonken verzameling Roef-Meelker in de periode 1945-1965 ligt, kan Helmond nu een historisch parcours tonen dat de laatste vijftig jaar bestrijkt. Een fragmentair parcours uiteraard. De privé-verzameling is beperkt tot Cobra en werken van de Franse ‘lyrische abstractie’ (‘Ecole de Paris’), aangevuld met een aantal regionale schilders, en een paar stukken van bekende namen als Barbara Hepworth, Marcoussis en André Masson. In de zelf gekochte, en meer recente kunst ligt de nadruk vooral op het gebruik van populaire beeldcultuur, op de band tussen kunst en media, en tussen kunst en moderne stedelijkheid. In één van de eerste ruimtes zien we een aantal schilderijen van graffitikunstenaars uit New York die door de kunstmarkt zijn opgepikt, en het begrensde doek verkozen boven de door het ondergrondse snijdende metrostellen. Niet altijd een even gelukkige beslissing, zo blijkt. Verderop hangt heel wat ‘ironisch postmoderne’ schilderkunst van bijvoorbeeld Jan Knap, die hedendaagse bitter-vrolijke versies van thema’s als de Heilige Familie schildert, of Milan Kunc, of de Nederlandse schilder Franciscus, naar wiens onderwaterschilderij van Oost-Duitse zwemsters (die quasi plantaardig met hun lijven aan het wateroppervlak hangen) deze presentatie genoemd is. Ook Rob Scholte kon hier niet ontbreken. Twee werken van René Daniëls vormen hier gelukkige momenten: een heel vroeg zwanenschilderij uit 1979 en het werk Academie. Van Daniëls bezit het museum trouwens nog twee schilderijen uit 1984.

Onder de recente aankopen zit veel fotografisch werk. De gemanipuleerde beelden van Inez van Lamsweerde bekleden een prominente plaats. Ander werk, zoals dat van de Belgische Ria Pacquée, gaat over (vrouwelijke) rolmodellen, of over stedelijkheid: een vlieghavenbeeld van Andreas Gursky, een mooie ‘passantenfoto’ van Beat Streuli, werk van de Noord-Ierse Hannah Starkey en van Philip-Lorca diCorcia...

Gemiddeld ligt het niveau van deze Oostduitse meisjes niet zo hoog. Veel ‘postmoderne’ frivoliteiten van ‘jaren tachtig’-kunstenaars, die de modernistische dogma’s met veel zwier naar de geschiedenis dachten te verwijzen, ogen zelf zo gedateerd als een retrokapsel. De verzameling Roef-Meelker bezit meer kwalitatieve regelmaat, al is het geen topcollectie. De vroege Masson (uit 1929) is een pareltje, het slanke hoogformaat van Marcoussis is evenmin mis, en van de ‘jaren vijftig’ generatie zijn vooral de Cobra-werken van goede makelij. Een schilderij van de ‘volkse’ Cobra-beeldhouwer Henry Heerup toont deze laatste op zijn best, en charmant is ook een hele vroege Constant, Haantje op een rieten stoel (ca. 1946), waarin kippenveren en het rieten vlechtwerk van de stoel de schilder tot een vinnig picturaal weefsel inspireerden.

Wat de zelf gekochte, meer recente kunst betreft: ondanks het vrij bescheiden niveau moet het gezegd dat de verzameling ontsnapt aan het typebeeld dat je in zoveel collecties hedendaagse kunst van kleinere Nederlandse musea herkent – waar steeds weer diezelfde saai-degelijke ‘in-Nederland-wereldvermaarde-kunstenaars’ opduiken. Het beleid in Helmond kent een duidelijk thematisch profiel en is ook redelijk internationaal gericht. Men probeert iets in Helmond, meer dan in het Stedelijk Museum van Amsterdam bijvoorbeeld, waar het gemiddelde niveau van de recent voorgestelde aankopen niet zoveel hoger lag. Tenslotte nog een laatste pluspunt: de opvallend verzorgde zaalteksten bij deze Oostduitse meisjes.

 

• Oostduitse meisjes en andere stukken (een keuze uit de collectie hedendaagse kunst) loopt nog tot 18 november in de Boscotondohal van het Gemeentemuseum Helmond, Kasteelplein 1, 5701 PP Helmond (0492/58.77.16).