Bart Verschaffel

DE WITTE RAAF

Editie 100 november-december 2002

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

De Wijnjaren (1982-2002)

Thierry De Cordier. De Wijnjaren 1982-2002 geeft het eerste brede overzicht van het werk van Thierry De Cordier, die tot nu toe zeer voorzichtig is geweest in het publiceren van zijn werken. Het belangrijkste beeldmateriaal uit het Tekeningen-boek, verschenen naar aanleiding van de SMAK-tentoonstelling van 1999, is opnieuw opgenomen. Er zijn wel enkele opvallende omissies. Zo bijvoorbeeld zijn er geen afbeeldingen van de monumentale paalgodinnen en van enkele belangrijke schilderijen. Maar er is ook veel nieuw materiaal, vooral uit de beginperiode. Algemeen gesproken geeft het geheel een samenhangend en overtuigend beeld van het oeuvre. Behalve veel beeldmateriaal en mooie teksten en tekstfragmenten van De Cordier zijn er ook commentaarteksten. Informatief zijn twee korte interviews van Xavier Tricot met de kunstenaar, een korte tekst van Bart De Baere over de Wereldtoespraken, en een bladzijde van Ernest Bellinck over het Na-landschap (de installatie van drie schoften die De Cordier in 1992 in Kassel heeft getoond). En dan zijn er vier langere, beschrijvende teksten van Bernard Dewulf, en de poëtische bijdragen van Stefan Hertmans, Anna Luyten en Peter Verhelst. De Wijnjaren is niet een boek over De Cordier maar een boek van De Cordier. In het boek van De Cordier, die aan zijn oeuvre bouwt, zullen deze teksten ongetwijfeld passen – allicht zouden ze anders niet opgenomen zijn. In een boek over De Cordier zouden drie van de vier teksten van Dewulf zeker iets bijdragen: ze vertellen over het parcours en evoceren de gedachten- en de beeldwereld van De Cordier helder en leesbaar. In een Interludium in de U-vorm, waarin Dewulf de kunstenaar in briefvorm rechtstreeks aanspreekt, gaat het echter helemaal fout. Met de introductie van de ‘persoonlijke noot’ verliest Dewulf elke afstand: “U wilt er net als wij aan uit raken, en ik aan u en de lezer aan ons – en wij allemaal samen aan haar, de wereld.” Of nog: “Uw werk, ik kom er niet uit, niet helemaal, helemaal niet. – Gelukkig. Beeldt u zich in dat het uitlegbaar was, dan had het net zo goed niet kunnen bestaan, dan had er niet over geschreven hoeven te worden.” Nog meliger kan niet. Verder had het boek er veel bij gewonnen indien Stefan Hertmans simpelweg zijn tekst De kunstenaar op het marktplein had laten herdrukken. Zijn ‘parallel’-tekst die de Lijdensvanger laat spreken, evenals de tekst van Anna Luyten die zich vanuit De Moeder-figuur rechtstreeks tot de kunstenaar richt, evenals de poëzietekst van Peter Verhelst die een cordieriaanse ‘ik’-bol laat spreken, zijn er te veel aan. Los van dit boek, als zelfstandige teksten, kunnen ze misschien tot hun recht komen, maar zo dicht bij deze beeld- en tekstcollage van De Cordier zijn ze overbodig en worden ze alleen al door het ene gedicht Champignonnière van De Cordier naar huis gespeeld. Het genre van de ‘paralleltekst’, waarbij men vrij literair-persoonlijk associeert ‘in de omgeving’ van plastische kunstwerken, is een zeer moeilijk genre. In de regel kan men beter gewoon opschrijven wat men over een werk denkt.

 

Thierry De Cordier. De Wijnjaren (1982-2002) verscheen in 2002 bij Ludion, Muinkkaai 42, Gent (09/233.48.16; info@ludion.be)