Wouter Davidts

DE WITTE RAAF

Editie 96 maart-april 2002

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Honoré d'O

In de kleine zalen op de bovenverdiepingen van het MUHKA wordt het recent aangekochte All the details extended, en fractures recomposées van de kunstenaar Honoré d’O tentoongesteld. Het werk gaat terug op de bijdrage van Honoré d’O aan Delicate Balance, een groepsproject van zes kunstenaars in Nepal, in opdracht van het KIASMA te Helsinki. Nadat zijn werk voor dit project nog te zien was in de FRAC Champagne d’Ardennes (Reims), werd het in twee gesplitst. Eén van die twee helften heeft het MUHKA nu aangekocht.

All the details extended, en fractures recomposées is weer een bijzonder ingenieuze d’O-installatie die de volledige ruimte infiltreert. Hoewel ze uit de meest uiteenlopende materialen bestaat, gaande van piepschuim, watten, knikkers, elektriciteitsbuizen, tot geassembleerde objecten of gebruiksvoorwerpen, is het geheel in vormelijk opzicht bijzonder coherent, en garandeert het ruimtelijk én visueel een boeiende ervaring. Het werk heeft zich in het MUHKA over drie bovenzalen verspreid. Elke ruimte biedt een andere aanblik, zowel door de ruimtelijke organisatie als door de gebruikte materialen. De eerste ruimte is erg sober, en wordt gedomineerd door een wandensemble van piepschuimvolumes. Langs de traphal, waar een half gewatteerd ziekenhuisbed hangt, kom je in een tweede ruimte, die volgepropt is met de meest uiteenlopende voorwerpen, van poppetjes, kaartspelen, rietjes tot enkele video’s. De installatie in de bovenste ruimte is weer spaarzamer. Tussen enkele getransformeerde meubels hangt een videoscherm, dat in de hoogte gehouden wordt door dikke witte kaarsen, en waarop een aaneenschakeling van beeldfragmenten wordt geprojecteerd.

Voor een museum is deze installatie een typisch ‘probleemstuk’. Hoe kan een museum immers een werk bewaren dat in talloze kleine en kwetsbare details uiteenvalt, die bovendien kriskras in de ruimte staan, hangen, liggen of gestapeld zijn? Hoe is deze ruimtelijke en materiële logica, die eigenlijk alleen door de kunstenaar gevat kan worden, op te slaan? Welnu, deze problematiek – zo vertelt de tentoonstellingsfolder met grote stelligheid – wil het MUHKA nu juist aankaarten. Dit is niet zomaar de presentatie van een nieuwe aanwinst, het is een “presentatie-registratie project”. Dat impliceert in principe dat men het project, op het moment dat het geïnstalleerd wordt, ook meteen analyseert en beschrijft, zodat de museumstaf het geheel in de toekomst kan (her)opbouwen. Maar deze op het bewaren gerichte overwegingen volstonden blijkbaar niet. De folder beweert ook dat het werk dankzij de registratie “verder zal leven”. Men neemt geen genoegen met een exacte beschrijving van dit complexe geheel, met het oog op reconstructie. Men wil meteen ook de – onvermijdelijke – museale bevriezing van het werk counteren. Het MUHKA wil niet zomaar een bewaarinstituut zijn, het profileert zich ook als een ‘broedplaats’ of ‘biotoop’. Het werk van Honoré d’O, dat zich bijna als een levend organisme zou gedragen, moet er eeuwig jong en in beweging blijven.

Het werk van Honoré d’O roept wel vaker dit soort antimuseale retoriek op, wat niet in het minst bevorderd wordt door uitspraken van de kunstenaar zelf. Zijn kunst zou elke statische presentatie doorbreken, ze zou de presentatie transformeren tot een actieve ‘gebeurtenis’ waarin ook de toeschouwer participeert. Met All the details extended, en fractures recomposées wordt die participatiegedachte weer opgenomen, maar dit keer wordt ze gesitueerd in de museale praktijk van het bewaren en reconstrueren. Niet de toeschouwer, maar het museum zal het werk in beweging houden. De registratie van het proces zou gedetailleerde richtlijnen hebben opgeleverd die de presentatie en het behoud – dus het ‘leven van het werk’ – voor de toekomst veilig stellen. Maar de toeschouwer heeft er het raden naar hoe die registratie gebeurd is, waarop ze is gebaseerd en tot welk resultaat ze heeft geleid. De concrete bewijzen van deze lovenswaardige ambities ontbreken. Heeft die registratiearbeid een concrete handleiding opgeleverd? Zo ja, hoe ziet die er precies uit? Is ze toegespitst op de specifieke ruimtes waarin het werk nu gepresenteerd wordt, of wordt het een algemene handleiding die los van deze ruimtelijke context staat? En in welke mate kan die garanderen dat het werk in de toekomst niet enkel veilig bewaard wordt, maar ook kan ‘verder leven’? In de installatie duiken wel meermaals zinnen op als “The creative reinstallation differs from the recreative installation” of “to repeat the installation as new”, die er op wijzen dat het om meer gaat dan een ‘remake’. Maar het bewijsmateriaal beperkt zich tot enkele diareeksen op de overloop, en enkele video’s met beelden van de vorige installaties. Het proces, de werkwijze of de producten van de registratie worden niet toegelicht. De registratie blijkt zich trouwens te hebben afgespeeld in de twee weken voor de opening.

Het is lovenswaardig dat het MUHKA het probleem van de bewaarcondities van zulke werken aansnijdt. De vraag is alleen waarom die museale ambitie niet volstaat, en alles nog aangedikt moet worden met een wollig antimuseaal discours van verjonging en eeuwig leven. Doordat het museum geen nuchter bewijsmateriaal aandraagt, ontkracht het de eigen ambities. Wellicht was het best mogelijk geweest om, met enkele documenten of resultaten van die registratie, de bekritiseerde presentatiecondities te doorbreken. Nu presenteert het museum slechts een nieuwe aanwinst, gehuld in mistige intentieverklaringen.

Een aanwinst die weliswaar de moeite loont, want vergeleken met de andere lopende tentoonstellingen in het MUHKA valt er bij Honoré d’O tenminste iets te beleven. De vraag is dan ook waarom dit werk zonodig moet verder leven. Door haar ruimtelijke en visuele complexiteit, biedt deze installatie een beleving aan die sowieso rijk is en daardoor steeds ‘anders’ zal zijn. Misschien moet het museum daarom niet zozeer in het leven van het werk investeren, maar eerder in de context rond dat werk, in het museum zelf dus. In een ‘levendig’ instituut leven niet de werken: leven doet de context errond.

 

• All the details extended, en fractures recomposées van Honoré d’O loopt tot 21 april in het MUHKA, Leuvenstraat, 2000 Antwerpen (03/238.59.60; muhka@skynet.be).