Kees Keijer

DE WITTE RAAF

Editie 96 maart-april 2002

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Van Gogh en Gauguin

Na het aantreden van directeur John Leighton heeft het Van Gogh Museum zijn positie als speler in de internationale champions league van musea versterkt. Voorganger Ronald de Leeuw richtte zijn pijlen voornamelijk op het tonen van A-werken van negentiende-eeuwse B-meesters – veelal van Nederlandse herkomst. Het ‘nieuwe’ Van Gogh Museum lijkt naar een hogere versnelling te zijn overgeschakeld. Voorlopig hoogtepunt van dit beleid is de blockbuster Van Gogh & Gauguin, die in samenwerking met het Art Institute of Chicago totstandkwam. De expositie, die vorig jaar in Chicago te zien was, richt zich op de invloed die Vincent van Gogh en Paul Gauguin op elkaars denken en werken hebben gehad. Het zal geen verbazing wekken dat de periode van negen weken waarin ze samen een atelier in Arles deelden in dit verhaal centraal staat.

Hoewel de samenwerking tussen Van Gogh en Gauguin bepaald niet onopgemerkt is gebleven, is het de eerste keer dat een aparte expositie aan dit thema wordt gewijd. Het verhaal van hun relatie is in grote lijnen bekend. De kunstenaars ontmoetten elkaar voor het eerst in 1887 in Parijs. Ze waren er beiden van overtuigd dat ze de verderfelijke Franse hoofdstad moesten verlaten en droomden van het stichten van een idyllische kunstenaarskolonie. Gauguin vertrok naar Bretagne; Van Gogh ging naar Arles in Zuid-Frankrijk, waar hij een Atelier van het Zuiden wilde oprichten. In de zomer van 1888 betrok hij een klein atelier met bovengelegen slaapkamers aan de Place Lamartine – het bekende Gele Huis. Enkele maanden later haalde hij Gauguin over om zich bij hem te voegen. Hun samenwerking verliep vanaf het eerste moment tamelijk stroef en kreeg een dramatische afloop toen Vincent met een scheermes een stuk van zijn oor afsneed, en Gauguin naar Parijs terugkeerde.

In de catalogus, verzorgd door Douglas W. Druick en Peter Kort Zegers van het Art Institute of Chicago, wordt de haat-liefdeverhouding tussen de kunstenaars uitgebreid uit de doeken gedaan. Het boek bevat een schat aan nieuwe gegevens en laat zich lezen als een feuilleton. Niet alleen de samenwerking tussen de schilders wordt ontleed, er staan ook allerlei technische wetenswaardigheden in die tot nieuwe inzichten in de chronologie van de werken hebben geleid. Zo kan men van dag tot dag de weersgesteldheid in Arles volgen en worden de locaties waar de schilders gewerkt hebben, geïllustreerd met overzichtelijke plattegronden.

Net als de catalogus is de tentoonstelling opgevat als een gedetailleerd verhaal dat de artistieke rivaliteit tussen Van Gogh en Gauguin van a tot z zichtbaar maakt. Het parcours is chronologisch geordend en verdeeld in kleinere, tijdelijke compartimenten die telkens, met behulp van een aantal gerelateerde werken, een aspect van de verwantschap tussen Gauguin en Van Gogh belichten. De kleurzetting van de wanden geeft elk compartiment een apart karakter. Deze inrichting heeft echter ook nadelen. Her en der ontstaan opstoppingen. Bovendien blijken de schilderijen van Van Gogh de combinatie van achtergrondkleuren en spotjes beter te doorstaan dan de schilderijen van Gauguin, die met genuanceerdere achtergrondkleuren mogelijk beter tot hun recht waren gekomen.

Van Gogh & Gauguin is vooral een tentoonstelling die uitnodigt tot vergelijken. Door werken met overeenkomstige motieven bij elkaar te tonen, komen bekende en minder bekende schilderijen in een nieuw licht te staan. Van Gogh komt vooral naar voren als de schilder van de directe verftoets met een maximale zeggingskracht. Gauguin is veel meer een stilist, die in zijn directe natuurstudies tamelijk voorzichtig te werk ging en zijn kracht ontleende aan de werken met een tweedimensionaal karakter, die hij uit zijn geheugen maakte. Toch waren ze nieuwsgierig naar elkaars werkwijze, hoewel deze artistieke toenadering vooral van de kant van Van Gogh kwam. Gauguin spoorde Van Gogh aan om uit het hoofd te gaan schilderen en in november 1888 deed hij daadwerkelijk een aantal pogingen daartoe. Maar de resultaten, zoals het schilderij Lezende vrouw uit de collectie van de Sagawa Express Company in Kyoto, zijn zo bizar dat het begrijpelijk is dat Van Gogh weer snel teruggreep naar zijn vertrouwde manier van werken.

Zonnebloemen lopen als een rode draad door de tentoonstelling. Het Van Gogh Museum besteedt relatief veel aandacht aan de stillevens met zonnebloemen die de kunstenaars zowel tijdens hun gezamenlijke verblijf in Arles als daarna schilderden. Een van de hoogtepunten van de tentoonstelling bestaat uit een wand met drie zonnebloemschilderijen van Vincent van Gogh; een presentatie die in Chicago overigens afwezig was. Het exemplaar van het Seji Togo Memorial Yasuda Kasai Museum in Tokio bekleedt hierin een centrale plaats. Het wordt geflankeerd door het stilleven uit de National Gallery in Londen en de later geschilderde versie van het Van Gogh Museum. Er is door kenners lang naar een dergelijke presentatie uitgekeken, niet in de laatste plaats omdat er twijfels gerezen waren over de authenticiteit van het Japanse doek, dat sinds 1987 niet meer in het westen te zien was. Het Van Gogh Museum, dat altijd overtuigd was van de echtheid van het doek, heeft de gelegenheid aangegrepen om de critici de mond te snoeren. Het meest overtuigende argument om het werk aan Van Gogh toe te schrijven, komt voort uit technisch onderzoek naar de drager. Het stilleven uit Tokio blijkt op hetzelfde jute te zijn geschilderd dat Van Gogh en Gauguin, tijdens hun samenwerking in Arles, ook voor ander werk hadden gebruikt. De stof blijkt afkomstig van een twintig meter lange lap die Gauguin vlak na zijn aankomst in Arles had gekocht.

Tegelijk met deze prachtige tentoonstelling wordt ook een neveneffect van de bijbehorende sponsoring zichtbaar. Op de derde etage toont het Van Gogh een mallotige presentatie van een reeks ‘zonnebloemenschilderijen’ die onlangs werden geschilderd door de trainer en spelers van Ajax, de club die door dezelfde bank gesponsord wordt als het museum. Misschien kan John Leighton, bij wijze van wederdienst, het elftal van Ajax coachen tijdens de eerstvolgende champions league-wedstrijd.

 

• Van Gogh & Gauguin loopt nog tot 2 juni in het Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, Amsterdam (020/570.52.00; www.vangoghgauguin.com).