Petra Brouwer

DE WITTE RAAF

Editie 96 maart-april 2002

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Clip City. Ruimte, architectuur en stad in muziekvideo's

Het is een ironische, onbedoelde samenloop van omstandigheden. Op de ene tentoonstelling in het NAi, De Grote Projecten, verschijnt de Nederlandse staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg – wiens turbulente ambtsperiode stilaan ten einde loopt – als beschermheer van het renovatieproject voor het Rijksmuseum. De andere tentoonstelling, Clip City, toont echter de cultuur waarmee Van der Ploeg zich wilde profileren, een cultuur voor de massa, die ook jongeren en allochtonen aan bod laat komen, maar die hem helemaal niet nodig heeft. Het Rijksmuseum, die oude ‘eerbiedwaardige’ cultuurreus, blijft alleen overeind met zijn miljoenen subsidie. De Rembrandts van deze tijd, de videoclips van popiconen als Madonna, de Rolling Stones, Kylie Minogue en Michael en Janet Jackson bieden hun makers topinkomens en bereiken elke huiskamer.

Het NAi toont in het kader van het International Filmfestival Rotterdam een selectie van muziekvideo’s waarin de architectonische en stedelijke ruimte een prominente rol speelt. Terecht werd gekozen voor een brede definitie van ruimte. Terwijl architecten en stedenbouwkundigen – het deconstructivisme en de ‘digitale architectuur’ van Lars Spuybroek en Kas Oosterhuis ten spijt – altijd gebonden zullen zijn aan de tijd-ruimte, omdat in hun producten geleefd moet worden, kunnen video’s, film en computergames ruimte en tijd volledig naar hun hand zetten. Zo banjeren de Rolling Stones – ‘bigger than life’ – in de zwartwitclip Love is Strong (regie David Fincher) als reuzen door New. Dit levert naast komische scènes, zoals Charlie Watts die de watertanks op de daken als drumstel gebruikt, ook vervreemdende effecten op. McKim, Mead & White’s Municipal Building, dat met zijn toren en triomfboog over de straat een monumentale schakel vormt tussen de Lower Eastside en City Hall, fungeert nu als een bescheiden, klassieke omlijsting voor het swingende standbeeld Mick Jagger. In de clip voor Lauryn Hills Everything is Everything (regie Sanji) bevindt the Big Apple zich letterlijk op de draaischijf van de platenspeler, en trekt de naald een spoor door de stad. De hoopvol gezongen belofte “Change, it comes eventually” wordt alvast waargemaakt door de wisselende perspectieven op de stad. De ene keer bevindt de beschouwer zich op de draaischijf, en ziet de luchten aan de uiteinden van de kilometers lange straten van Manhattan aan zich voorbij draaien, de andere keer volgt hij de stad vanaf de naald of bekijkt hij het gekrioel op afstand.

Naast New York zijn er vier andere thema’s gekozen: Cold Cruel City, Graphic City, Strange Homes en My Dream Stage. De projecties op de lange muur van de balkonzaal zijn weldadig groot en op comfortabele wijze te bekijken vanaf skippyballen. Er zijn voldoende koptelefoons per scherm, zodat ieder zijn eigen volgorde van luisteren en kijken kan bepalen. In de ‘wrede stad’ zien we clips waarin de architectuur van parkeergarages, verlaten metrostations en grijsbetonnen flats in achterstandswijken als decor fungeert voor wanhoop, anonimiteit en agressie. De ‘grafische stad’ is niet meer gebaseerd op reële beelden, maar samengesteld met behulp van digitale en grafische technieken. Zo horen we een echtpaar, waarvan de vrouw op punt staat te bevallen, een taxi inhollen en volgen we hun rit door de stad (Alex Gopher, The Child, regie H5). We zien straten en wolkenkrabbers die geheel uit woorden zijn opgebouwd. In My Dream Stage, met onder meer Madonna’s Bedtime Stories (regie Mark Romanek) en Jamiroquai’s Virtual Insanity (regie Jonathan Glazer) kruipen we in de geïdealiseerde fantasiewereld van de artiest: “in the arms of unconsciousness” (Madonna).

De keuze van de thema’s doet wat geforceerd aan, want de vraag is of Lauryn Hills New York niet net zozeer een verbeelde wereld is als Madonna’s onbewuste. Ook de scheidslijn tussen ‘reële’ ruimtes en de vervreemdende, bouwtechnisch onmogelijke ruimtes die in Strange Homes centraal staan, lijkt me moeilijk houdbaar. Geen enkele video die hier te zien is, toont een reële ruimte. Maar met deze tentoonstelling is wel een begin gemaakt. De kwaliteit van de selectie maakt duidelijk dat hier een nauwelijks ontgonnen onderwerp van studie wordt aangeboord, dat veel meer aandacht en reflectie verdient. Dit is een onderwerp voor de grote zaal van het NAi en voor een degelijke, vuistdikke catalogus.

 

• Clip City is nog tot 14 april 2002 te zien in het Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (010/440.12.00).