Sven Sterken

DE WITTE RAAF

Editie 96 maart-april 2002

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Oscar Niemeyer

Met zijn ontwerpen voor de nieuwe hoofdstad Brasilia, begin jaren vijftig, gaf de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer (°1907) zijn land bijna op zijn eentje een nieuw gezicht: dat van een bevrijd en welvarend land, een soort Tuin van Eden op maat van de auto. Waar Chandigarh, de nieuwe hoofdstad voor Punjab die Le Corbusier quasi gelijktijdig ontwierp, door zijn modernistische interpretatie van de lokale traditie een confrontatie leek te willen aangaan met de massa van de geschiedenis, strooiden Niemeyer en Lucio Costa in Brasilia op een smetteloos groen vlak quasi-achteloos een collectie gebouwen uit, die tot op vandaag enkel met schijnbaar paradoxale termen als ‘sensueel’ en ‘rationeel’ te beschrijven zijn.

Naar eigen zeggen wilde Niemeyer toen “…ingaan tegen de rechte hoek, deze rigide schepping van de mens, en tonen dat het gewapende beton van nature neigt naar de curve”. In tegenstelling echter tot andere vertegenwoordigers van het ‘lyrisch rationalisme’, zoals de Mexicaanse ingenieur-architect Candela, volgden Niemeyer en zijn vaste ingenieur, Joaquim Cardoso, nooit slaafs de meest performante curve die de berekeningen hen oplegden. Integendeel, juist de vrije, vloeiende vorm werd Niemeyers handelsmerk. Het Maison de la Culture in Le Havre (1972-82) is hier een van de meest spectaculaire voorbeelden. Dat dit project zich zo moeilijk in het stadsweefsel inpast, toont echter ook hoe graag Niemeyers fotogenieke architectuur alleen staat. Het blijkt ook uit een van zijn laatste projecten, een museum voor hedendaagse kunst in Niteroi (Rio, 1991-1996). Het staat hoog en eenzaam op een rots, en kijkt uit over de zee.

Niemeyer is misschien geen visionair, maar zijn architectuur oefent door de combinatie van een uitzonderlijk plastisch talent en een ongeremde fantasie nog steeds een enorme aantrekkingskracht uit. Zijn ontwerpen lijken in een paar streken neergezet. Zijn architectuur is er een van de ‘architecturale geste’ in zijn zuiverste vorm, en precies daarop berust in deze tijden van pragmatisch realisme een streng taboe.

Hoewel Niemeyer altijd politiek geëngageerd was en de polemiek niet uit de weg ging, lijkt zijn werk enkel naar zichzelf te verwijzen. Het is jammer dat de tentoonstelling die nu in Jeu de Paume loopt – en die een deel vormt van de grotere tentoonstelling Niemeyer 90 die de Fondation Niemeyer in Brazilië organiseerde – weinig of niets toevoegt aan wat al over deze bejaarde vriend van Fidel Castro geweten is. De nadruk ligt hier op Niemeyers werk voor Brasilia en zijn projecten in Frankrijk (waaronder de zetel van de communistische partij in Parijs), en toont ook enkele recente ontwerpen, waarvan een aantal nog in uitvoering is, zoals de ietwat exuberante Chemin Niemeyer in Rio. De sequentie van sculpturale volumes op de maquette blijkt bij nader inzien onder meer een kathedraal, een theater en de zetel van de Fondation Niemeyer te bevatten!

Het fotogenieke, ‘beeldige’ karakter van Niemeyers architectuur heeft de tentoonstellingsmakers in zekere zin parten gespeeld. Plannen zijn er immers nauwelijks. Dat is geen probleem, zolang de geïnteresseerde bezoeker de kans krijgt op een andere manier in de ontwerpen binnen te dringen. Daarvoor bieden de kale maquettes op schaal van één duizendste echter weinig hulp, al zorgen ze wel voor een globale blik op grote ensembles als de Mémorial de l’Amérique Latine, dat gespreid ligt over een afstand van één kilometer. De tentoonstelling schakelt die sprakeloze maquettes aaneen. De getoonde foto’s zijn bijna allemaal genomen kort na oplevering van de gebouwen. Is het, na al die jaren, niet eens tijd voor een nieuwe (fotografische) lezing van deze architectuur? Of willen we liever niet geweten hebben dat Niemeyers Bourse du Travail in Bobigny nabij Parijs er na twintig jaar nogal vermoeid bij ligt?

Verder heeft men een paar vitrinekasten, in een klein kamertje, haastig gevuld met diploma’s en foto’s: familieportretten, foto’s van Niemeyer met Le Corbusier, met Castro, met sigaar, met snor, enzovoort. Kwestie van de man toch wat te situeren – al had dit bijna evengoed een lokale voetbalheld kunnen zijn. Het parcours van de tentoonstelling eindigt wel met een schitterende documentaire, Oscar Niemeyer, un architecte engagé dans le siècle. Maar een verrassende nieuwigheid is dit niet, want de film was de voorbije drie maanden permanent te zien op een andere Parijse tentoonstelling, Paris comme au cinéma in het Pavillon de l’Arsenal – waar een grote collectie architectuurdocumentaires werd getoond.

Deze tentoonstelling had nog een introductie op Niemeyers oeuvre kunnen zijn, ware het niet dat zijn projecten van vóór Brasilia helemaal ontbreken. Onbegrijpelijk, want dit is geen ‘vroeg werk’ of een minder belangrijk deel van zijn oeuvre. De hotels, kantoor- en appartementsgebouwen die Niemeyer voor de Tweede Wereldoorlog in Belo Horizonte realiseerde, toen de latere president Kubitschek (de opdrachtgever voor Brasilia) daar burgemeester was, getuigen van een virtuoze omgang met de invloeden van Le Corbusier, die in 1937 een sterk gemediatiseerd bezoek aan Brazilië bracht. Ook van Niemeyers fundamentele rol in het ontwerp van het VN-gebouw in New York, is in Jeu de Paume geen sprake. In weerwil van de traditie van het huis – de Galerie du Jeu de Paume heeft een reputatie van serieuze monografische tentoonstellingen – is deze tentoonstelling een weinig geïnspireerde herhaling van wat er al sinds jaren gepubliceerd is. Een levende legende als Niemeyer verdient veel meer.

 

• Oscar Niemeyer, nog tot 31 maart in de Galerie du Jeu de Paume, Place de la Concorde, 75001 Parijs (01/47.03.12.50).