Ilse Kuijken

DE WITTE RAAF

Editie 102 maart-april 2003

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Eija-Liisa Ahtila

Van de vele film-, video-  en dvd-installaties die Documenta 11 opvoerde, was The House van Eija-Liisa Ahtila wel een van de krachtigste. Een vrouw beleeft het omslaan van haar vertrouwde interieur in het tegendeel: een ‘daarbuiten’ dat gestadig binnensijpelt in de vorm van loslopend vee of een verkleind model van haar auto, die over het behang komt rijden. De Finse kunstenares werd in België en Nederland nog niet vaak geprogrammeerd, en de overname door De Appel van de reizende overzichtstentoonstelling die al Helsinki, Zürich en vorig jaar de Londense Tate Modern aandeed, was dus een bijzondere gelegenheid. Er is minder te zien dan in Londen, maar de vijf dvd- en videoinstallaties, waaronder The Wind, If 6 was 9 en ouder werk zoals The Nature of Things bieden op zich al een indrukwekkende staalkaart van haar werk sinds 1987.

Ahtila ontwikkelt een spannende en plastische omgang met film. Ze is erop uit de kijker het verhaal in te zuigen, bijvoorbeeld door hem ermee te omringen. De meeste van haar films worden verdeeld over drie schermen die vaak in een U-vorm opgesteld staan, als drie muren van een kamer. Zoals de personages op het lijf worden gezeten door hun ‘levensverhalen’ – de vrouw in The Wind wordt er bijna door verzwolgen – zo omringt Ahtila de beschouwer. Ze toont bijvoorbeeld op het ene scherm de persoon die aan het woord is, op het tweede een toehoorder elders in de kamer, terwijl het derde scherm toont wat die laatste op haar bord heeft. Het verhaal kan verhuizen tussen de schermen (die dus tijdelijk leeg kunnen blijven), maar de schermen kunnen ook eenzelfde gebeuren vanuit verschillende gezichtspunten in beeld brengen. Bij dit alles verdwijnt niet alleen de inhoudelijke eenheid van het verhaal, maar wordt ook de verhouding tussen het verhaal en het ‘medium’ waarin het verteld wordt, op losse schroeven gezet. Bij Ahtila is eigenlijk alles ‘medium’, de verteller zelf, de film, het beeld, het geluid en alles waarvan de filmmaker zich bedient. Er zijn slechts zwalpende slierten beelden, woorden en klanken die tot een ijle gestalte worden geweven. In die voortdurende hooggespannen toestand, waarin de ‘media’ zichzelf onderbreken en langs elkaar heenschuren, ‘gebeurt’ het vertellen, een vertellen dat nooit op verhaal komt, dat zichzelf nergens te pakken krijgt.

Om dit voelbaar te maken, zijn niet alleen verduisterde maar ook afgesloten ruimtes nodig, die zo weinig mogelijk omgevingsgeluiden toelaten. Daar is in deze tentoonstelling geen sprake van. Op de eerste verdieping staan drie installaties onzedelijk dicht op elkaar gepropt. Dat men bij het binnenkomen in de grootste ruimte tegen de onfraaie achterkanten van de projectieschermen aankijkt, is enkel maar onelegant; erger is dat de gespannen sfeer waarin vijf meisjes confidenties uitwisselen (If 6 was 9) verstoord wordt door een schreeuw die afkomstig is van het werk in de ruimte daarnaast. In haar regie slaat Ahtila zelf vaak harde bressen – neem alleen maar de vrouwenstem die in Me/We; Okay; Gray halverwege een monoloog plots in een mannenstem omslaat – maar die worden door de oneigenlijke bressen in deze presentatie geneutraliseerd. En De Appel laat nog meer steken vallen. Wat de bedoeling was van het schilderen van de muren op de eerste verdieping blijft volstrekt onduidelijk; in dit eerder benepen parcours kan kleur niets toevoegen aan de ervaring van de werken. Andere zalen werden gevuld met minderwaardig fotowerk: beelden die zo overduidelijk van het filmische proces zijn afgevallen dat ze wel een aantal ‘emblemata’ van de videowerken kunnen etaleren, maar alles missen wat die installaties zo intrigerend maakt.

Eén werk kunnen we zonodig nog altijd in het Van Abbemuseum in Eindhoven gaan bekijken. In If 6 was 9 zien we vijf meisjes die met elkaar communiceren, fantaseren en herinneringen ophalen. Ze richten zich tot de camera, tot ons, maar ook tot elkaar en tot zichzelf. Hun ontboezemingen gaan over onwetendheid en fascinatie – over (heet) verlangen en (koel) observeren. Ahtila filmt het allemaal dicht op het lijf, in de intimiteit van een huiselijk interieur, in een sportzaal, op een feestje onder bakvissen. Haar reflectie op autobiografie intrigeert niet het minst doordat ze aftast welke rol ‘anderen’ daarin kunnen hebben, en op welke manier de diverse geadresseerden – het publiek, of de kijkers en toehoorders in de film – in de constructie van het autobiografische verweven zitten.

 

• Eija-Liisa Ahtila, nog tot 23 maart in De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, 1017 DE Amsterdam (020/265.56.15).