Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 102 maart-april 2003

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

PRO TEST

Afgelopen zomer werden bij kunstinstellingen in Keulen exemplaren uitgedeeld van een krantje met de titel Kölner Extrablatt, waarin op pseudo-tabloidachtige wijze aandacht werd gevraagd voor de dreigende afbraak van het Josef-Haubrich-Forum, waarvan de Kunsthalle en de Kölnischer Kunstverein deel uitmaakten. Het initiatief van het krantje lag bij Rosemarie Trockel en enkele medestanders; Trockel organiseerde ook een heuse protestdemonstratie bij het Forum, waarop Udo Kier een tekst voorlas. Deze demonstratie werd als performance onder de titel Manus Spleen 2 op video vastgelegd. Eind vorig jaar verscheen bovendien Trockels kunstenaarsboek Pro Test: de meeste pagina’s worden in beslag genomen door lijsten met handtekeningen die op de protestdemonstratie zijn ingevuld; deze ouderwetse petitie wordt aangevuld met de tekst van Kiers rede, waarvan de zinnen als een soort gekantelde ondertitels op de linkerrand van de linkerpagina’s en de rechterrand van de rechterpagina’s voorbijlopen. In het midden van het boek staan zwart-witte videostills van de Demo; daarna krijgen we weer handtekeningen en de tekst van Kiers rede, maar nu in het Engels. De indruk van een overweldigend aantal handtekeningen is misleidend: het zijn er slechts enkele tientallen, die steeds worden herhaald.

De tekst begint met de erkenning dat het protest te laat komt; de gemeentepolitiek had al lang besloten om het Forum af te breken, hetgeen vlak na de protestdemonstratie dan ook is gebeurd. Op de vrijgekomen plek moet een nieuw kunstcentrum komen dat een combinatie van instellingen zal huisvesten, met naast de Kunsthalle en Kunstverein nog een volkenkundig museum en een museum voor middeleeuwse kunst. Maar, vragen Kier en Trockel, komt protest niet altijd te laat? Juist daarom zou protest nog nodig zijn: “Wir protestieren, gerade weil Protest machtpolitisch keine Rolle mehr spielt und gerade weil all die Stimmen, die zumindest in der Kölner Kunsthalle noch hier und da einen Ort hatten, keinen Einfluss auf sogenannte politische Entscheidungen mehr haben. Wir protestieren gegen die Chancenlosigkeit von Protest und dennoch und trotzdem gegen den Abriss der Kölner Kunsthalle.” Kier stelt dat deze Überraschungsdemonstration een herinnering is aan de tijd na mei ’68; in het Kölner Extrablatt namen Trockel en consorten een wazige foto op van Beuys en Klaus Staeck die in 1970 op de deur van de Kunsthalle klopten om de daar plaatsvindende kunstbeurs te verstoren. De Keulse kunstwereld associeert de Kunsthalle en de Kunstverein met dergelijke legendarische manifestaties van de neoavant-garde; in 1998 vond in de Kunsthalle nog de tentoonstelling Mai 98 plaats, die de connectie tussen kunst van de jaren negentig en de neoavant-garde van de late jaren zestig trachtte te leggen. Wie die tijd niet heeft meegemaakt en ver van het collectieve geheugen van de Keulse kunstwereld staat, zag de afgelopen jaren vooral een nogal versleten complex uit de nadagen van de Wirtschaftswunderzeit, dat eerder de truttige moderniteit van het naoorlogse Duitsland suggereerde dan de omwenteling die zich voltrok toen het gebouw net geopend was.

Niettemin had deze slijtage geen reden hoeven zijn voor afbraak; het achterstallige onderhoud lijkt voor de gemeentepolitiek slechts een alibi te zijn geweest om met een ‘prestigieuze’ nieuwbouw meerdere vliegen in een klap te slaan. Zo werkt gemeentelijke cultuurpolitiek in het tijdperk van McGuggenheim en city-marketing. Er is geen reden waarom de Kunstverein en Kunsthalle na een renovatie niet weer hadden kunnen functioneren, net zoals de Schamhart-vleugel van het Gemeentemuseum in Den Haag. De vergelijking met Amsterdam dringt zich echter nog meer op: ook daar heeft de gemeente een culturele instelling laten verslonzen, om haar ten slotte te grabbel te gooien; maar in Amsterdam leidde een minder anachronistisch kunstenaarsprotest, via een petitiewebsite en een e-mailbombardement, tot effectieve politieke druk. Als protest per definitie te laat is, slaagt het er soms toch in de klok een beetje terug te draaien. In Keulen was dat in theorie ook mogelijk geweest, maar men was wel héél erg te laat. De Kunsthalle-actie zou beschouwd kunnen worden als een vrijblijvende poging van Trockel om haar politieke street credibility op te krikken, maar dat het protest als politieke daad inderdaad veel te laat kwam en in dat opzicht dus vrijblijvend was, betekent nog niet dat het geen andere waarde heeft. Als reflectie op de mogelijkheden en onmogelijkheden van protest zet het in ieder geval tot nadenken aan, en misschien zelfs tot handelen.

 

• Pro Test van Rosemarie Trockel verscheen in 2002 bij Verlag der Buchhandlung Walther König, Ehrenstr. 4, 50672 Keulen (0221/20.59.6-0; www.buchhandlung-walther-koenig.de). ISBN 3-88375-604-0.