Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 103 mei-juni 2003

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Aanwinsten MMK Arnhem

Tot 15 juni loopt in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem De ontmoeting, een tentoonstelling waarin de realistische kunst uit de Arnhemse museumverzameling en die uit de bedrijfscollectie van de ING-bank elkaars gezelschap opzoeken. Op 27 juni zal Turbulence opengaan, een tentoonstelling met overwegend jonge kunstenaars. Volgens het persbericht zou hun werk “beeldende kwaliteit” verenigen met “het vermogen om te reflecteren op de wereld om ons heen”, en deelt het ook “onrust, frictie en commentaar op het ‘gewone’ leven”.

Realistisch of ‘realiteitsbetrokken’ – in elk geval sluiten beide tentoonstellingen nauw aan bij het verzamelbeleid van dit museum. In feite geven ze de twee belangrijkste verzamelgebieden aan. Enerzijds werkt het MMK sinds de jaren vijftig aan de samenstelling van een collectie (magisch-)realistische schilderkunst uit het interbellum; daarnaast verzamelt het sinds de jaren tachtig kunst die getuigt van “een zekere mate van betrokkenheid met de buitenwereld” – zo luidde de discrete formulering van toenmalig directeur Liesbeth Brandt Corstius in een bundel die de Mondriaan Stichting uitgaf in 1999 (Recent verworven. Visies en aankopen van 19 musea voor moderne kunst). In dezelfde bijdrage lezen we ook dat het MMK naar een evenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen streeft. Met de komst in 2000 van een nieuwe directeur, Max Meijer, is daar geen verandering in gekomen – te meer doordat Mirjam Westen, de conservator die al twaalf jaar de aankopen hedendaagse kunst stuurt, nog steeds op post is.

Een blik op de volledige lijst aankopen van de afgelopen drie jaar leert dat het MMK niet alleen veel werk van vrouwen koopt, maar ook veel recent werk van jonge kunstenaars. In 2002 kocht men bijvoorbeeld de multimediale installatie De Beeldenverzamelaar (2001/2002) van Femke Schaap (°1972), de video Train (2001) van de Keulse Julika Rudelius (°1968), de fotoserie Fam. (2001) van Sara Blokland (°1969), de video Placebo 2002 (2002) van Saskia Olde Wolbers (°1971), het tweedelige videowerk Wild Zone (2001) van de tweelingzusjes L.A. Raeven (°1971) en de 26-delige reeks zeefdrukken The Emancipation Approximation (1999-2000) van de Afro-Amerikaanse Kara Walker – allemaal vrouwen van begin dertig.

Onder het grotere werk vinden we verder Toko (2000) van Fransje Killaars en de DVD-installatie Mockery (2002) van Tiong Ang; daarnaast is er ook werk van Hale Tenger en de Iranese, in Arnhem woonachtige Soheila Najand. Bij het fotografische werk vinden we vier cibachromes uit 2001 van Ineke Kaagman (Pink Mask, Pink Underpants, Pink Stockings, Pink Sweater), vier foto’s en een tekening van Emilio Lopez-Menchero en een reeks van vier foto’s getiteld Noirs van Angèle Etoundi Essamba. Meer de schilderkunstige kant op werd Cold Turkey (2001) van Rinke Nijburg gekocht, alsmede Wat je ook bedenkt, ’t kan van Elizabeth de Vaal. De aankooplijst vermeldt verder vier werken van de Britse Vanessa Jane Phaff. Eén van de ‘jongste’ aankopen is een delicaat papieren wandobject getiteld Christy (2002) van de 25-jarige Amie Dicke.

In de categorie ‘realistische schilderkunst uit het interbellum’ is Hangende vogels van Raoul Hynckes uit 1933 één van de opvallende aanwinsten. Het stukje stilleven links onderaan dit doek verraadt nog Hynkes’ voorzichtige flirt met het kubisme, maar voor het overige luidt dit ‘jachtstilleven’ een retour à l’ ordre in – Hynckes’ bekering tot een magisch-realistische fijnschilderkunst. Een andere belangrijke aankoop is van Gerrit van ’t Net en heet Ik (1932). Het doek typeert het gedetailleerde, beschrijvende en literair getinte surrealisme van Van ’t Net, en sluit aan bij de werken van de surrealist Joop Moesman in de collectie. Van ’t Net en Moesman waren goede vrienden en schilderden begin jaren dertig vergelijkbare composities met gips-afgietsels van klassieke beelden en menselijke ledematen. Andere aankopen in dit collectieonderdeel zijn het Portret van Mies van Galen van der Velde (ca. 1934) van Chris Lebeau en Geit (1932) van Jenny van Hoboken – een zachtmoedig en etherisch werkje dat aan Jan Mankes doet denken. Enkele werken die bij het collectieonderdeel ‘realisten’ horen, zijn voor of na het interbellum gemaakt, onder andere Schaal met appels (1958) van Kamerlingh Onnes. Van John Raedecker werd het opvallend vroege Bloemstilleven met Kakemono uit 1910 verworven, een laatimpressionistisch schilderij met een licht oriëntalistische touch.

Realisme is in Arnhem een rekbaar begrip. “Tegenwoordig beschouwt het museum het begrip realisme als een verhaal dat in principe oneindig is en van inhoud kan veranderen,” zo lezen we in de introducerende zaaltekst bij De ontmoeting. Wie zich iets probeert voor te stellen bij de hedendaagse metamorfoses van dit ‘transcendentaal realisme’, stuit al gauw op tendensen in de hedendaagse kunst die wel wat scepsis verdienen. Men denke bijvoorbeeld aan de gedachteloze koestering van het alledaagse, het gewone en het toevallige in veel hedendaagse kunst; aan de sentimentele of boodschapperige letterlijkheid waarmee sommige kunstenaars hun commentaren opdissen; of aan de cultus van de onbezoedelde ‘ander’ en de fetisj van de authenticiteit.

Misschien kunnen we de notie ‘realisme’ alvast relateren aan de groezelige, alternatieve agitpropschilderijen van Hester Oerlemans, die begin april te zien waren in het museum en die eveneens tot de recente aankopen behoren. Maar we zullen zeker Turbulence moeten afwachten om het MMK op dit vlak te kunnen inschatten. Opvallend was wel de solitaire plaats die Toko van Fransje Killaars begin april in de beperkte collectieopstelling innam. In een reuzenhangmat die de gehele achterste zaal overspande, lagen kussens, dekens en stoffen in diverse felle kleuren. Deze kleurige materialen komen ongetwijfeld uit een ‘andere’ cultuur, maar Killaars exploiteert die referentie niet. Haar werk is nadrukkelijk abstract; het toont de gewichtloze substantie waarin elke culturele referentie oplost zodra zij ter consumptie wordt aangeboden. Misschien heeft dit museum meer van dergelijke werken nodig.