Bart Verschaffel

DE WITTE RAAF

Editie 103 mei-juni 2003

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

René Magritte

In het Jeu de Paume wordt een honderdtal werken van Magritte getoond: schilderijen aangevuld met enkele gouaches en collages, objecten en sculpturen, plus een tiental foto’s. De tentoonstelling volgt grofweg een chronologisch parcours. Op de eerste verdieping zijn werken te zien uit de jaren 1925 tot 1930 (geen jeugdwerk of werk uit de ‘kubistische’ periode), gevolgd door de jaren dertig en de période vache in combinatie met ander werk uit de jaren veertig. Op het gelijkvloers volgen dan de jaren vijftig met de grote formaten, de ‘postkaart-Magrittes’ en drie van de quasi-postume bronssculpturen. De chronologische ordening wordt slechts doorbroken door enkele van de gouaches die Magritte in de jaren vijftig naar zijn vroegere werk heeft gemaakt en die bij of tussen de betreffende schilderijen worden gepresenteerd. Binnen elk van de periodes worden de werken thematisch gegroepeerd; zo hangen onder meer de ‘letterschilderijen’, de brandende tuba’s, de gordijnen, de doodskisten, alsook drie versies van L’Empire des lumières telkens samen in één zaal. Het parcours is dus niet erg origineel, maar wel didactisch verantwoord. De ontwikkeling van het oeuvre valt te volgen, het ‘vocabularium’ en de ‘zegswijzen’ van Magritte worden getoond. Het blijft echter onduidelijk waarom enkele gouaches, collages en objecten samen met de foto’s in de kelder moeten. De foto’s van Magritte hebben een semi-documentair statuut en kunnen inderdaad niet zomaar met de schilderijen worden gecombineerd; maar het isoleren van de vroege collages, enkele gouaches, een kaasstolp en drie beschilderde flessen in een benedenkamer, volgt gedachteloos een archivaal (en economisch) criterium en vindt geen grond in een begrip van het oeuvre.

De tentoonstelling wil Magritte “niet presenteren als een surrealist, maar wil benadrukken hoe vele richtingen in de hedendaagse kunst bij Magritte inspiratie vinden”. Daar is in de zalen niet veel van te merken. Geen begeleidende teksten of referenties die de perceptie of lectuur van het werk richting geven, geen referenties aan teksten van Magritte zelf, en ook de zijsporen van het oeuvre die voor de artistieke Magrittereceptie potentieel bruikbaar zijn, zoals zijn reclamewerk, zijn afwezig. Bovendien zijn de honderd schilderijen niet gekozen omwille van hun artistieke doorwerking. Het gaat gewoon om een selectie goede en soms zeer goede, maar wel bekende en overbekende Magrittes, met veel topwerken uit de publieke verzamelingen: L’Inondation, L’Homme au journal, Le Jouer secret, L’Évidence éternelle, Le Chateau des Pyrénées, Le Blanc-seing, La Lunette d’approche… Op een uitzondering na waren alle werken te zien op de retrospectieve van 1998 in de Koninklijke Musea in Brussel of op de tentoonstelling die in 1992 plaatsvond in de Hayward Gallery in Londen en die nadien in de Verenigde Staten gereisd heeft; veel werken waren zelfs op beide tentoonstellingen. Nochtans telt het oeuvre zo’n duizend schilderijen en is driekwart daarvan nagenoeg nooit te zien. De keuze is dus geenszins ‘scherp’. Ook de presentatie neemt geen risico’s – al is er wel een grapjas op het idee gekomen om de wanden van de grote zaal op de verdieping met grote vegen blauwwit te schilderen, waardoor de schilderijen gaan ‘zweven’ en de wanden Magrittes bewolkte blauwe luchten contamineren.

Het plezier en het belang van dit soort tentoonstellingen is dat veel mensen de kans krijgen om zonder al te veel moeite veel werk van een kunstenaar samen te zien. Een ‘groot publiek’ kan enkele topwerken die het al kent nu ook in werkelijkheid zien en krijgt een besef van het formaat ervan; het zal altijd ook een aantal beelden of aspecten van het oeuvre ontdekken. Er lopen veel kinderen rond die wellicht voor het eerst met Magritte kennismaken, en dat is sowieso een goede zaak. Maar verder strekt het belang niet. Inhoudelijk is de tentoonstelling een non-event, waar verder enkel de city-marketeers en de Magritte-industrie baat bij hebben. Wie de indrukwekkende tentoonstelling in Brussel heeft gezien, kan nu rustig thuisblijven, tenzij om wat oude bekenden te gaan zien. Men kan gemakkelijk nog vele soortgelijke grote tentoonstellingen bij elkaar telefoneren en verkopen. Het zal meer denkkracht en radicaliteit vergen om nog belangrijke Magrittetentoonstellingen te maken.

 

• René Magritte, nog tot 9 juni in Galerie du Jeu de Paume, Place de la Concorde, 75001 Parijs (01/47.03.12.50).