Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 105 september-oktober 2003

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Gogh Modern

In 1990 werd herdacht dat Van Gogh honderd jaar geleden was overleden; dit jaar wordt herdacht dat hij 150 jaar geleden is geboren. In 1990 was een van de jubileumtentoonstellingen het uit Duitsland overgenomen Vincent van Gogh en de moderne kunst, 1890-1914, waarin vooral de invloed van Van Gogh op fauvisten en expressionisten werd belicht. Dit jaar is er een soort opvolger die zijn impact op de recentere kunst behandelt: Gogh Modern. Vincent van Gogh en de hedendaagse kunst, een samenwerking tussen het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum. Voor de tentoonstelling werd uitsluitend geput uit de collectie van het Stedelijk. De kans dat de collectie van één museum, hoe rijk die ook is, een overtuigende tentoonstelling over Van Gogh en de naoorlogse kunst op zou leveren, is echter dermate klein dat men wel moet vermoeden dat het maken van een goede tentoonstelling geen prioriteit had. Voor het Van Gogh Museum was de vorige tentoonstelling, De keuze van Vincent, overduidelijk de échte jubileumtentoonstelling. Gogh Modern is een aardig tussendoortje voor de zomer, iets met moderne kunst – en daar moet je niet te veel werk van maken. De buren van het Stedelijk demonstreren toch al jaren dat het tentoonstellen van twintigste-eeuwse kunst niet meer inhoudt dan wat associatief kwartetten met je collectie? De malaise van het Stedelijk is kennelijk besmettelijk.

Waar de titel van Vincent van Gogh en de moderne kunst al vreemd klonk door de suggestie dat Van Gogh géén moderne kunstenaar zou zijn, is de titel Gogh Modern in combinatie met de ondertitel – Vincent van Gogh en de hedendaagse kunst – nog eigenaardiger. Naast werken van Van Gogh wordt er kunst getoond vanaf de Tweede Wereldoorlog tot nu. In zekere zin is er dus inderdaad moderne én hedendaagse kunst te zien, maar de breuklijn die zeker voor de omgang met Van Gogh cruciaal is, en die valt op het moment dat het paradigma van de expressie in de jaren zestig plaats maakt voor dat van het concept, wordt niet gethematiseerd. De samenstellers kozen voor vijf categorieën: ‘Kleur’, ‘Gebaar’, ‘Natuur’, ‘Mens – la condition humaine’ en ‘Mens – met lichaam en ziel’. Bij de selectie hebben zij van twee walletjes gegeten: waar men kunstenaars als directe erfgenamen van Van Gogh kon presenteren, was dat mooi meegenomen (zo worden her en der video’s getoond waarin kunstenaars hun visie op Vincent uit de doeken doen), maar men heeft ook kunstenaars opgenomen omdat zij ‘vernieuwend’ zijn, zoals Van Gogh ‘vernieuwend’ was, en zonder dat er sprake is van een direct verband met de meester. In de sectie ‘Kleur’ worden kleine, in een soort kijkdozen gepresenteerde schilderijtjes van Vincent overschreeuwd door werk in felle kleuren van Frank Stella en Jasper Johns. In de sectie ‘Gebaar’ vinden we onder meer enkele prachtige De Koonings en een rode Fingermalerei van Arnulf Rainer, werk dat meteen duidelijk maakt hoe drastisch ‘het gebaar’ zich in de naoorlogse kunst verwijdert van de grafische verflijnen van Van Gogh. De schildersdaad krijgt steeds meer een performatief karakter, om uiteindelijk zijn schilderkunstige betekenis helemaal achter zich te laten en een act, een ‘autonome’ performance te worden.

Ondertussen was Van Goghs leven door de romantiserende kunstgeschiedschrijving in een mythische performance veranderd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Marina Abramovic zich in een video-interview in de sectie ‘Mens – met lichaam en ziel’ verzet tegen een formalistische (en in feite tegen iedere werkgerichte) benadering van Van Goghs kunst en stelt dat de persoon en het hele leven van de kunstenaar erbij betrokken moeten worden. Deze visie op Van Gogh wordt perfect weerspiegeld door de hier getoonde performancevideo Freeing the Voice (1976), en had misschien scherper gecontrasteerd moeten worden met een meer formalistische benadering. Wellicht had dit zelfs een goede tentoonstelling kunnen opleveren, zeker wanneer men de kunstenaars meer bij de voorbereiding had betrokken. Daarbij valt ook aan andere kunstenaars te denken, zoals Jonathan Meese of Elke Krystufek. Van deze laatste loopt in het GEM (Den Haag) momenteel een retrospectieve die meer zegt over Van Gogh (of althans over de Van Goghmythe) en de hedendaagse kunst dan het hele overzicht van Gogh Modern.

Hoe dan ook kan men voor een serieus aangepakte tentoonstelling over dit verschijnsel in geen geval volstaan met uitsluitend werken uit het Stedelijk. Nu moet de bezoeker negen euro betalen om in het Van Gogh Museum een samenraapsel uit de collectie van de buren te zien – en wie echt een redelijk beeld van de collectie van het Stedelijk wil krijgen, moest deze zomer behalve voor het Stedelijk ook nog dokken voor De Nieuwe Kerk, waar negentiende-eeuwse kunst uit de verzameling te zien was. Men kan dit weliswaar politiek opportuun vinden, omdat zo wordt onderstreept dat het Stedelijk werkelijk aan uitbreiding toe is, maar de museumbezoeker wordt toch grandioos getild.

Gogh Modern. Vincent van Gogh en de hedendaagse kunst loopt tot 12 oktober in het Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, 1071 CX Amsterdam (020/570.52.00; www.vangoghmuseum.nl).