Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 106 november-december 2003

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Andy Warhols Time Capsules

Gedurende meer dan twee decennia stopte Andy Warhol uiteenlopende parafernalia in kartonnen dozen die, als zij vol waren, als time capsules naar een opslagruimte werden gebracht om daar een onbestemde herrijzenis in de toekomst af te wachten. Hij begon ergens in de jaren zestig sporadisch met deze praktijk; in de eerste helft van de jaren zeventig werd zij geïntensiveerd. Van de in totaal meer dan zeshonderd time capsules stelt het Museum für Moderne Kunst in Frankfurt er nu vijftien tentoon, in samenwerking met het Andy Warhol Museum in Pittsburgh, dat in een langlopend project de inhoud van alle capsules wil inventariseren. De begeleidende publicatie bevat alvast de inventaris van één doos, tc 21.

De term time capsule verwijst enigszins ironisch naar een bij uitstek modern verschijnsel: het vullen van een (doorgaans metalen) capsule met een inhoud die representatief wordt geacht voor de tijd van ontstaan. In 1900 werden op diverse plekken tijdcapsules begraven of in gebouwen geïnstalleerd, en vooral in de VS lijken de decennia daarna een bloeitijd van tijdcapsules te zijn geweest, soms in de context van wereldtentoonstellingen of grote bouwprojecten. Terwijl het begraven van schatten in oude culturen doorgaans praktische of sacrale redenen had (zoals het meegeven van schatten aan een heerser voor het hiernamaals), staat de moderne tijdcapsule in het teken van een verering van de geschiedenis. Tijdcapsules worden gemaakt voor de toekomst, voor het nageslacht. Tijdcapsules zijn instrumenten van een dynamische cultuur die weet dat zij permanent dingen vernietigt, en die in een compacte verpakking een set artefacten wil bewaren voor toekomstige tijden – vaak maar voor enkele decennia of een eeuw, maar soms denken de makers ook aan veel langere tijdspannes. Op de achtergrond speelt daarbij ook wel de vrees dat de westerse maatschappij zich misschien zelf zal vernietigen; de tijdcapsule is dan niet meer bestemd voor het eigen nageslacht, maar voor een eventuele volgende, wellicht buitenaardse beschaving. Zoals de tijdreiziger in een tijdmachine (die als moderne fictie nauw verwant is aan de tijdcapsule) onbeschadigd door de tijd kan reizen en daarbij in de toekomst utopische of juist apocalyptische taferelen aanschouwt, zo worden dingen in een afgesloten tijdcapsule als het ware buiten de tijd geplaatst. Geopend worden zij zelden; experts schatten dat de meeste tijdcapsules al vrij snel worden vergeten en zonder spoor verdwijnen.

Warhol kon er door zijn kunstenaarschap annex sterrendom op vertrouwen dat dit met zijn kartonnen dozen niet zou gebeuren. Al heeft hij tijdens zijn leven nooit zijn idee verwezenlijkt om ze als kunstwerken te gelde te maken, het was duidelijk dat zij een belangrijk randverschijnsel zijn van de productie van een van de cruciale kunstenaars van de twintigste eeuw, en dat zij als zodanig niet bij het grof vuil zouden worden gezet. Warhol had een gespannen relatie met de moderne geschiedeniscultus. In zijn boek over zijn voormalige werkgever memoreert Bob Colacello dat critica Barbara Rose zich tijdens een interview met Warhol eens liet ontvallen dat de geschiedenis het oordeel over een kunstenaar wel zou vellen, waarop Warhol sneerde: “Oh, you don’t believe in history, do you, Bar-ba-ra?” Tal van overgeleverde opmerkingen van Warhol maken echter duidelijk dat hij juist een extreem geloof in de geschiedenis koesterde, althans in de kunstgeschiedenis, en dan met name wat betreft zijn eigen ‘historische’ werken uit de jaren zestig. Het was voor Warhol evident dat deze door hun historisch belang met het verstrijken van de tijd in waarde zouden stijgen. Wie een dergelijk werk inruilde tegen een sofa, zoals Bob Dylan deed met een Silver Elvis-schilderij, kon rekenen op diepe minachting, want hij had duidelijk niet begrepen hoe de kunstgeschiedenis werkt. Het op de toekomst gerichte project van de time capsules is ondenkbaar zonder Warhols verwachting dat zijn ‘echte’ werk de geschiedenis aan zijn kant had.

De inhoud van de time capsules is in meerdere opzichten divers. Zij bevatten heel wat rommel en efemeer materiaal zoals uitnodigingen, brieven van (soms behoorlijk enge) fans, postzegels, reclamemateriaal van zijn films, homoporno en kinderboekjes – maar ook Warhol-tekeningen uit de jaren vijftig. Dan zijn er nog memorabilia zoals een baljurk van Ava Gardner en een paar schoenen van Clark Gable, en gejatte hebbedingetjes uit de Concorde. Verrassend genoeg vormen de time capsules zelden een momentopname, maar bestaan zij uit verschillende tijdlagen; zij bevatten vaak zowel ‘actuele’ dingen uit de jaren zeventig en tachtig als oudere spullen uit de jaren veertig, vijftig en zestig. Elke doos is historisch gelaagd, wellicht omdat Warhol bij opruimacties ook oud materiaal tegenkwam. Daarnaast lijkt hij de inhoud echter tot op zekere hoogte gecomponeerd te hebben; zo bevat tc 69 vele kinderboeken uit de reeks Big Little Books (maar ook een catalogus van de kunstcollectie van Playboy), terwijl in tc 31 tal van grammofoonplaten zitten. Opmerkelijk is dat Warhol zowel dingen in de tijdcapsules lijkt te hebben gedaan die hem onverschillig lieten als dingen die misschien te veel emotionele betekenis hadden. Colacello beschrijft hoe Warhol tijdens een kerstfeest op kantoor de ‘lollige’ cadeaus die hij van medewerkers kreeg direct in een time capsule gooide; anderzijds zijn er ook emotioneel beladen items als brieven van (ex-)minnaars en vrienden. Uitzonderlijk in dit opzicht is tc 27, die tal van memorabilia van zijn moeder bevat; zeker in dit geval lijkt de time capsule een handig middel te zijn geweest om afstand te nemen. Met zijn kleren, tekeningen, brieven en religieuze kitschkaarten is tc 27 werkelijk aangrijpend.

Eén item uit het bezit van de aartskatholieke Julia Warhola kan misschien ook een licht werpen op de tijdcapsule in het algemeen en Warhols time capsules in het bijzonder. “Do you know there is a secret to be opened in 1960? The last secret of Fatima”, aldus een gedrukte kaart die refereert aan profetieën die de Maagd in 1917 aan kinderen bij het Spaanse Fatima zou hebben gedaan. “Are you still doing what Our Lady of Fatima asked you to do while there is still time?” Zolang er – letterlijk – nog tijd is, moet niet alleen iedere dag de rozenkrans worden gebeden, maar dient men ook op allerlei andere manieren zijn geloof te belijden en boete te doen. In deze katholieke curiositeit is de christelijke heilsgeschiedenis duidelijk geïnfecteerd door allerlei modieuze elementen; de profetieën zijn getekend door de vrees voor revolutie en communisme, en de gelovigen moeten dit kwaad door boetedoening afwenden. De onzekere toekomst van de kapitalistische samenleving, voortdurend gedwongen haar eigen revolutionaire aard in toom te houden, wordt in de profetieën van Fatima vanuit eschatologisch perspectief gezien. Zo’n christelijke lezing van de moderne geschiedenis maakt echter alleen maar de impliciete religieuze elementen van de moderne visie op de geschiedenis expliciet. Tijdcapsules zijn boodschappen aan een toekomst die, voor zover zij met hoop en vrees is beladen, nooit zuiver seculier kan zijn. In tijdcapsules wachten de dingen op hun wederopstanding. Maar terwijl ‘echte’ tijdcapsules proberen een ‘verantwoord’ beeld te geven aan het geseculariseerde Laatste Oordeel van een toekomstige generatie of beschaving, zijn Warhols time capsules ongegeneerd subjectief. Hij geneert zich ook niet voor het efemere en voor rommel; als een baudelairiaanse voddenraper acht hij ook reclame voor de homoporno van de schilder Rip Colt (gespecialiseerd in potige naakte cowboys) de moeite waard om bewaard te blijven. Terwijl Warhol in zijn schilderijen het efemere en modieuze een dwingende vorm trachtte te geven die het boven zichzelf uit liet stijgen, is het hier nagenoeg in Reinform aanwezig. De historische ambitie van het werk, dat de banaliteit in artistiek gelegitimeerde vormen vangt, leidt zo ook tot de redding van het alledaagse, subhistorische en subculturele.

De tc 21, die in de publicatie wordt uitgespit, is voor zover valt na te gaan een redelijk representatief exemplaar, waarin vooral een groot aantal van Warhols photo booth-foto’s uit de jaren zestig opvalt, alsmede twee platen waarvan Warhol de hoes heeft ontworpen. Met meer dan zeshonderd dozen lijkt het nauwelijks te doen om alles in boekvorm te publiceren; misschien kan een en ander uiteindelijk leiden tot een online te raadplegen database van gestolde vluchtigheid.

Andy Warhol – Time Capsules loopt tot 29 februari 2004 in het Museum für Moderne Kunst, Domstrasse 10, 60311 Frankfurt am Main (www.mmk-frankfurt.de). De begeleidende publicatie Andy Warhol’s Time Capsule 21 verscheen bij DuMont, Amsterdamer Strasse 192, 50735 Keulen (0221/224-1840; www.dumontverlag.de). ISBN 3-8321-7360-9 [Duits] of 3-8321-7383-8 [Engels].