Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 106 november-december 2003

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Valie Export

“Men zou kunnen zeggen dat onze cultuur alleen beelden van vrouwen geproduceerd heeft en dat de enige plaats waar de vrouwen zichzelf kunnen herkennen deze beelden zijn.” In het werk van de Oostenrijkse Valie Export staat het statuut van de afbeelding van de vrouw centraal. Permanent ondervraagt ze haar sociale en seksuele identiteit. Om zich af te zetten tegen de mannelijke traditie van de schilderkunst maakt ze hoofdzakelijk gebruik van relatief recente kunstvormen als performance, fotografie, film en video.

Geboren in Linz in 1940 behoort Waltraud Höllinger-Lehner tot de eerste generatie vrouwelijke kunstenaars die inzichten van het feminisme in hun kunst gaan verwerken. Als een van de weinige vrouwen werkt ze binnen het Wiener Institut für direkte Kunst samen met de kunstenaars van het Wiener Aktionismus, met wie ze een gelijkaardige belangstelling voor het lichaam deelt. Hun machistische houding is echter niet compatibel met haar feministische opvattingen, en ze gaat een eigen radicale koers varen waarbij ze ook ruimte laat voor ironie.

In 1967 verwerpt ze zowel de naam van haar vader als van haar echtgenoot en noemt ze zich naar het sigarettenmerk Austria Export. De retrospectieve tentoonstelling in het Centre national de la photographie opent met een zelfportret uit 1970 waarbij ze reclame maakt voor haar eigen versie van deze Oostenrijkse sigaretten. Viriel trekt ze aan de sigaret. Het pakje met haar foto en de slogan Semper et ubique/Immer und Überall houdt ze als een trofee omhoog. Haar naam is een merk geworden, haar lichaam koopwaar. Haar uitdagende pose heeft alle karakteristieken van de reclame, al neigt haar overacting eerder naar pastiche.

Net als andere vrouwelijke kunstenaars, waaronder Marina Abramovic, Ana Mendieta, Yoko Ono, Orlan en Gina Pane, die in lichamelijke performances de fysieke en psychische grenzen van hun lichaam onderzoeken, gebruikt Valie Export haar lichaam als drager én als materiaal van haar werk. In Eros/ion (1971) rolt ze naakt in gebroken glas om nadien de sporen van haar kwetsuren af te drukken op maagdelijk wit papier. Met haar bloed wil ze tot een juister zelfportret komen. “De menselijke energie wordt belemmerd door pijngrenzen”, stelt Export, en de mens is daardoor “een getemd dier” geworden, “dat zich onderwerpt aan de regels van een systeem dat hem onderdrukt”.

In 1970 laat ze op haar rechterdij een tatoeage aanbrengen van een jarretelgordel, voor haar het “symbool van een vroeger slavendom, van een onderdrukte seksualiteit”. Ze situeert de vrouw in de context van het decoratieve, en door het gekozen motief roept ze de idee van het gefetisjeerde vrouwelijk lichaam op. Een ander thema in haar werk zijn de media als dragers van ideologie en macht. In Split Reality (1970-1973) speelt op een platendraaier Stranger in the Night van Frank Sinatra. Op een video zingt Valie Export hetzelfde liedje over de stem van Sinatra, waardoor het medium in haar voordeel wordt aangewend.

In Tapp- und Tastkino (1968) laat ze toevallige voorbijgangers in de straten van Wenen en München doorheen een kartonnen poppenkast met gordijntje, die ze op haar borstkas draagt, gedurende twaalf minuten haar borsten betasten. Van haar lichaam maakt ze een erotisch object, maar de (mannelijke) blik wordt omgeleid naar de tastzin. In Aus der Mappe der Hundigkeit (1968) laat ze de kunstenaar en criticus Peter Weibel uit aan een leiband en in Aktionshose Genitalpanik (1969) voert ze gewapend met een mitrailleur en gekleed in een tussen de benen uitgesneden oorlogspak raids uit op pornocinema’s, waarbij ze de verraste bezoekers onder het motto “de echte sex bevindt zich in de zaal en niet op het scherm” uitnodigt met haar de liefde te bedrijven.

Ondanks het efemere karakter van deze acties legt de tentoonstelling in het Centre national de la photographie de nadruk op de fotografische kwaliteit van de documentair bedoelde foto’s, waardoor de radicaliteit en het provocerende karakter ervan ietwat verloren gaan. Interessanter in dit opzicht zijn de Körperkonfigurationen (1972-1982), waarin Valie Export de relatie onderzoekt tussen haar lichaam en de architectuur, of de videoinstallaties Body Sign Action en Adjungierte Dislokationen, die de door de subjectiviteit van de kunstenaar verstoorde relatie tussen de reële en de gefilmde realiteit zichtbaar maken. In deze werken is de betekenis van het lichaam minder verbonden met feministische aanspraken, en sluit Export meer aan bij artistieke problemen die we ook terugvinden in het werk van tijdgenoten als Dan Graham en Jan Dibbets.

Valie Export, nog tot 21 december in het Centre national de la photographie, 11 rue Berryer, 75008 Parijs (01/53.76.12.32).