Fredie Floré

DE WITTE RAAF

Editie 107 januari-februari 2004

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Iconen van design in Vlaanderen

Het Vlaams Parlement deed het voorbije jaar zichtbare inspanningen om zijn identiteit en die van Vlaanderen duidelijker te profileren. Vorige zomer nam een deel van de administratieve en logistieke diensten zijn intrek in een naoorlogs bouwwerk van de Belgische modernist Victor Bourgeois: het voormalige Postchequegebouw in Brussel. In de beschermde lokettenhal op het gelijkvloers van dit complex opende in oktober de tentoonstelling Iconen van design in Vlaanderen, de eerste van een reeks presentaties die het Vlaams Parlement hier de komende jaren wil organiseren. Door zijn deuren open te stellen voor het grote publiek hoopt het parlement zijn ‘openhuisbeleid’ kracht bij te zetten. De lokettenzaal ziet er vandaag uit als een klein museum aan de binnenkant van een institutionele ruimte. Naast de expositieruimte is er een onthaal, een cafetaria en een verkooppunt dat het midden houdt tussen een museumshop en een infobalie.

Iconen van design in Vlaanderen toont een verzameling van producten die in de loop van de laatste vijftien jaar door Vlaamse ontwerpers zijn vormgegeven. De tentoonstelling laat enkel objecten zien die ofwel reeds de status van een ‘icoon’ hebben verworven, ofwel dit naar alle waarschijnlijkheid zullen doen: de stoel .03 van Maarten Van Severen (Vitra, 1997), de lamparmatuur square moon van Luc Vincent (Modular, 1998), de tafel HPO1 van Hans De Pelsmacker (e15, 1999) enzovoort. Het parlement ziet ‘design’ als een uiterst geschikt product om Vlaanderen internationaal op de kaart te zetten. “Een land zonder noemenswaardige grondstoffen moet het op de wereldmarkt hebben van zijn kennis en creativiteit,” stelt Norbert De Batselier in de inleiding van catalogus. Een tentoonstelling van Vlaamse designproducten met een internationaal kwaliteitslabel moet deze troeven in de verf zetten.

Het tentoonstellingsconcept werd uitgewerkt door een stuurgroep waarin verschillende externe deskundigen zetelen. Twee van hen zijn verantwoordelijk voor de selectie van de objecten: Johan Valcke, directeur van de Dienst Vormgeving van het VIZO en Lieven Daenens, directeur van het Design museum Gent. Hoe zij precies te werk zijn gegaan is niet duidelijk. In de catalogus legt Valcke weliswaar uit dat het begrip ‘icoon’ hier als “kwalitatief symbool” en als “bouwsteen van een collectieve identiteit” wordt geïnterpreteerd, maar of ook meer specifieke selectiecriteria een rol hebben gespeeld, komen we niet te weten. Het resultaat is een verzameling meubels, verlichtingsarmaturen, voertuigen, valiezen en draagtassen, accessoires, elektronische apparaten, textielontwerpen en grafiek. Mode- en juweelontwerpen werden om organisatorische redenen – beveiliging en mogelijke overlapping met toekomstige manifestaties – buiten beschouwing gelaten.

De ‘iconen van design’ worden op een verzorgde, klassiek-museale manier gepresenteerd. Ontwerper Danny Venlet – wiens bureaustoel easy rider (Bulo, 2002) in de selectie is opgenomen – bedacht een laag wit platform dat doorsneden is met wandelpaden en waarop een set van lage witte wanden een cluster van kleinere expositieruimtes afbakent. In deze afzonderlijke vertrekken zijn telkens één of meerdere ‘iconen’ opgesteld. De bezoeker wordt geïnformeerd via de bijschriften bij de producten, via een audiogids waarin de ontwerper in kwestie telkens iets vertelt over zijn of haar werk, en via een catalogus waarin elk product kort wordt toegelicht. De aard van de informatie is doorgaans erg uiteenlopend. Zo introduceert Marc De Jonghe zijn orso regenzuil (1997) op de audiogids met een korte filosofische beschouwing over het fenomeen ‘water’, terwijl anderen hun tijd liever gebruiken om een kort overzicht van hun loopbaan te schetsen. De beknopte productbeschrijvingen in de catalogus zijn al even divers, al wordt steevast vermeld met welke nationale of internationale prijzen het desbetreffende product bekroond werd. Zoals Valcke in de inleiding verklaart, is de tentoonstelling in de eerste plaats als promotioneel evenement bedoeld. Andere ambities – bijvoorbeeld het thematiseren van de zichtbaarheid van designiconen – zijn er nauwelijks te bespeuren.

Iconen van design in Vlaanderen loopt nog tot 10 maart in het Vlaams Parlement, IJzerenkruisstraat 99, 1000 Brussel.