Dorine Van Hoogstraten

DE WITTE RAAF

Editie 107 januari-februari 2004

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Neutelings Riedijk Architecten

Wie naar een architectuurtentoonstelling gaat, verwacht doorgaans plattegronden, foto’s en geveltekeningen, eventueel aangevuld met prikkelende oneliners van de architect zelf. Of misschien verwacht hij een Siedlungachtige openluchttentoonstelling? Op de tentoonstelling van het Rotterdamse bureau Neutelings Riedijk Architecten in het Nederlands Architectuurinstituut staat de bezoeker in elk geval een verrassing te wachten. Hij moet zware gordijnen opzijschuiven om een geheimzinnige ruimte te betreden waar in het schemerdonker slechts vijftien objecten op hoge voetstukken staan – er is geen foto of plattegrond te bekennen.

De opstelling refereert aan de manier waarop kroonjuwelen of oudheidkundige schatten worden geëxposeerd, en daardoor gaan de maquettes – want dat blijken de objecten te zijn – zich ook als kostbare kleinoden gedragen. Ze vragen om aangeraakt en bewonderd te worden. Door de manier waarop ze individueel zijn uitgelicht, gaan ze fonkelen en glitteren. Het prettige aan maquettes is dat men ze, in tegenstelling tot echte gebouwen, langs alle kanten kan bekijken. Omdat er slechts een minimum aan informatie wordt gegeven, is de bezoeker gedwongen zich geheel te richten op wat hij ziet: volume, silhouet, textuur, ritme, hier en daar een glimp van een interieur.

Maquettes geven echter weinig prijs over aardse zaken als de opdrachtgever of het bouwprogramma, en dat is vooral jammer wanneer het om maquettes van nog onbekende gebouwen gaat – sommige ontwerpen zijn nog niet eerder aan het publiek getoond. Het voor mij volkomen nieuwe ontwerp voor het Museum aan de Stroom in Antwerpen (MAS) staat op de tentoonstelling subtiel maar zwijgzaam te fonkelen. Uit de maquette wordt duidelijk dat de route door het gebouw belangrijk is, want die is aan het exterieur te volgen. Maar wat gebeurt er dan achter de gesloten geveldelen? Is het gebouw uitgevoerd en glinstert het in werkelijkheid ook zo? Bekende gebouwen krijgen door de opstelling een heel ander karakter. Een miniversie van de IJ-toren uit het Amsterdams Oostelijk Havengebied verrast de regelmatige passant van dat gebouw. Hoe anders is die toren hier, zonder het verkeer en het water, getoond op ooghoogte. Hij lijkt minder hard en onvermijdelijk, en verandert in een vriendelijk stuk speelgoed.

Maar hoe charmant en prikkelend ook, de expositie roept veel vragen op. Gebouwen die uit hun context worden gerukt en als kroonjuwelen worden uitgelicht, veranderen in esthetische folly’s, in sculpturen. De opstelling benadrukt uitsluitend de rol van de architect als kunstenaar en negeert de minder romantische kanten van het beroep zoals de constructietechniek of het omgaan met veeleisende opdrachtgevers. Bovendien is een maquette maar een van de gereedschappen van de architect, en geeft de tentoonstelling ook een eenzijdig beeld van wat zich binnen de muren van het architectenbureau afspeelt.

Gelukkig is er nog iets meer te zien. Aan het begin en het eind van de tentoonstelling staan monitoren waarop de geduldige bezoeker een film van Jord den Hollander kan zien – al moet hij daarbij wel blijven staan, want bankjes konden er niet af. Willem Jan Neutelings (°1959) en Michiel Riedijk (°1964) komen hier aan het woord over thema’s als de materiaalkeuze en de dienende kant van de architectuur (“De architect bouwt voor iemand anders met geld van iemand anders”), en de bezoeker mag een blik werpen in de interne keuken van het bureau. Diepgravend is de video niet, maar op het moment dat de architecten het hebben over gebouwen die robuust moeten zijn als vette, rubensiaanse figuren met wulpse uitstulpingen, zetten ze het juweelachtige van de maquettes kordaat in een ander licht. Vooral een opmerking over volume verduidelijkt het belang van de maquette voor de werkwijze van Neutelings en Riedijk. De architecten vertellen dat ze werken vanuit een ‘initiële sculptuur’ met een eenvoudige hoofdvorm waar zij in gaan snijden en hakken, om uiteindelijk de gevel als een losse huid over het bouwvolume te vouwen.

De video maakt nieuwsgierig naar de werkelijke drijfveren en de beroepsopvatting van de architecten. Nog een stap verder gaat het boek. Aan het werk schreeuwen grote witte letters op de zwarte kaft van de lijvige monografie. In de inleiding schrijven Neutelings en Riedijk over het noeste ambacht van het ontwerpen, over de kennis en de kunde die nodig zijn om beelden op te roepen en een goed gebouw te maken. In thematische hoofdstukken doen de architecten toepasselijke statements en lichten ze hun werkwijze toe. Bij ieder hoofdstuk krijgt de lezer eerst een paar korte instructies, net als in een kookboek. Dan volgt een korte inleiding en vervolgens komen telkens een paar projecten aan bod die het betreffende thema illustreren. Een overvloed aan plaatjes geeft de lezer wat hij bij de tentoonstelling miste, al zijn de plattegronden schaars en de klein afgedrukte ontwerptekeningen moeilijk leesbaar.

Op de foto’s staat de IJ-toren weer gewoon nors te wezen in het Oostelijk Havengebied en elders wordt duidelijk dat de architecten hem die eigenschap bewust hebben gegeven. “Onze gebouwen zijn nooit samenstellingen van wanden die lege ruimte omsluiten, ze zijn pure massa, zwaarte” (p. 11). Neutelings en Riedijk zoeken naar “een nukkig en robuust karakter” (p. 347). Daar slagen ze aardig in. Elders blijkt dat de routing van het publiek in het winnende prijsvraagontwerp voor het Museum Aan de Stroom inderdaad van wezenlijk belang is voor het ontwerp, en dat zich achter de gesloten geveldelen museumzalen bevinden. Zo beantwoordt het boek een deel van de vragen die door de tentoonstelling en de video waren opgeroepen.

De tentoonstelling Achter de Gordijnen is feestelijk en origineel maar eenzijdig, de video is inhoudelijk complementair. Maar ook samen zijn zij vermoedelijk te mager voor de architectuurliefhebber die het NAi bezoekt. Om een iets beter inzicht te krijgen in het oeuvre van Neutelings en Riedijk en hun ruwe, onderzoekende werkwijze, is het boek nodig. Met welk beeld blijft de lezende tentoonstellingsbezoeker ten slotte achter? De gebouwen van Neutelings Riedijk Architecten zijn nors, vreemd, ondoorgrondelijk en soms ongemakkelijk, ook al worden ze gepresenteerd als kroonjuwelen.

Achter de Gordijnen, 15 gebouwen van Neutelings Riedijk Architecten loopt tot 29 februari 2004 in het NAi, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (010/440.12.00; www.nai.nl). Het boek Aan het werk. Neutelings Riedijk Architecten verscheen in 2003 bij Uitgeverij 010, Watertorenweg 180, 3063 HA Rotterdam (010/433.35.09; www.010publishers.nl).