Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 107 januari-februari 2004

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Marcel Broodthaers

Met de kloeke publicatie Marcel Broodthaers: Texte et Photos, verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling in de Photographische Sammlung/SK Stiftung Kultur in Keulen, wordt een groot deel van Marcel Broodthaers’ fotografische activiteiten inzichtelijk gemaakt. Het accent ligt op ‘straight photography’, en met name op vroeg werk dat in de context van de fotojournalistiek ontstaan is, nog vóór Broodthaers’ overstap van de poëzie naar de beeldende kunst. De massamedia bieden de moderne dichter mogelijkheden om een inkomen bij elkaar te schrapen, en zodoende was Broodthaers actief als reporter. In dit kader maakte en publiceerde hij tevens foto’s. Daarnaast ontstonden ook al ‘vrije’ combinaties van foto’s met gedichten en andere teksten, die vooruitwijzen naar later werk. Naast reproducties van kranten- en tijdschriftenpagina’s uit de late jaren vijftig en vroege jaren zestig bevat Texte et photos ook reproducties van (doorgaans nieuwe) afdrukken van foto’s, alsmede teksten van Broodthaers die bij specifieke foto’s horen of op de fotografie als zodanig betrekking hebben.

In de jaren vijftig had Broodthaers belangstelling voor ‘subjectieve’ fotografie, zoals die van Julien Coulommier, met wie hij het boek Les Statues de Bruxelles plande, waarvoor Broodthaers poëtische bijschriften leverde. Over veel van zijn eigen foto’s uit die tijd hangt de ‘humanistische’, licht betuttelende en vergoelijkende sluier die voor veel fotowerk uit de naoorlogse periode typerend was. Broodthaers bewonderde de tentoonstelling The Family of Man, die door Barthes juist werd neergesabeld omdat zij de conservatieve opvatting suggereerde dat ‘wij uiteindelijk toch allemaal hetzelfde zijn’ – want we worden allemaal geboren, zijn kind, werken en gaan dood. Cultuurverschillen verworden tot pittoreske specerij; economische en andere ongelijkheden worden onder tafel geveegd of als natuurlijk voorgesteld. Sommige van de foto’s die Broodthaers in het kader van de Expo 58 maakt, ademen diezelfde geest. Maar zoals Chris Marker in zijn films uit die tijd de invoelende en poëtische benadering combineerde met het leggen van onverwachte verbanden die het ideologisch universalisme van The Family of Man doorbreken, zo weet soms ook Broodthaers de dingen in een ander licht te plaatsen. Zijn vroege reportages en foto’s getuigen al van een anachronistische kijk op de wereld die later ook zijn kunst zal tekenen – ook al vertoont die aanvankelijk nog overeenkomsten met een in brede kring geliefde, vriendelijk-nietszeggende aandacht voor pittoreske oubolligheid.

Broodthaers beschrijft en fotografeert een carnavalstoet in een Limburgs dorpje, waarin mensen meestappen in kostuums uit zowat alle tijdperken sinds de Romeinen; als hij in een andere reportage de lucht in gaat, neemt hij geen vliegtuig maar een ballon, die hem in één geval maar liefst tot Tilburg voert (het verslag verscheen in Germinal, 29 september 1957). Complexer is Broodthaers’ fraaie reportage over de Tour Saint-Jacques in Parijs, waarin de mythische status van deze toren – die mede door zijn connectie met de alchemist Nicolas Flamel de surrealisten en allerlei (andere) esoterici fascineerde – wordt uitgespeeld tegen zijn moderne gebruik als weerstation en milieukundig laboratorium. Het Statues de Bruxelles-project met Coulommier staat dan weer in de traditie van de surrealistische fascinatie voor de resultaten van de laatnegentiende-eeuwse statuomanie. Zelfs het Atomium, dat Broodthaers nochtans in de trant van Rodchenko en Moholy-Nagy als onaards constructivistisch mirakel vastlegt, wordt met een anachronistische blik bezien: onder de titel Un Autre monde combineerde Broodthaers in Le Patriote Illustré een van zijn Atomiumfoto’s met een prent van Grandville waarop een man jongleert met planeten, en een illustratie van de maanreis bij Jules Verne. Niet alleen rijmt het kleine (atoom) met het grote (planeet), ook blijkt de negentiende eeuw reeds de twintigste eeuw te dromen.

Voyage en pays lointain heet een geïllustreerde reportage van Broodthaers die in 1960 verscheen in Le Patriote Illustré. Zijn ‘pays lointain’ is niet het Siberië van Chris Marker, maar Nederland. Natuurlijk was Nederland voor een Brusselaar in 1960 geen ‘ver land’, maar het gaat bij Broodthaers om de dichterlijke waarneming van een andere cultuur, niet om de fysieke afstand of de reistijd. Zoals bij de ballonvaart vlucht hij van een als normaliteit gepresenteerde moderniteit naar anachronistische regionen – wat overigens compatibel is met de logica van het moderne toerisme. Broodthaers’ tekst is dan ook een soort reflexief verslag van poëtisch toerisme: hij reist door Nederland met in het hoofd Baudelaires L’invitation au voyage, waarin Nederland wordt voorgesteld als exotisch paradijs, als droombeeld van luxe, calme et volupté. Maar als goede laatromanticus noteert Broodthaers ook het conflict tussen ideaal en realiteit, getuige onder meer de weergave van een gesprek over nozems. Het ‘schematische karakter’ van Texel herinnert hem dan weer aan de imaginaire eilanden van Defoe en Stevenson. Een redelijk banale foto van het Texelse strand met daarop een aangespoelde kist en aan de horizon een schip wordt een talig-visueel kunstwerk door het bijschrift “Texel: Le ciel. La mer. Le bateau. L’épave. Le sable.” Mallarmé op de wadden.

Zoals in veel van zijn teksten uit die tijd duikt in de Voyage en pays lointain ook de kunstenaar Livinus van de Bundt op, die door Broodthaers met immens vertrouwen werd gepresenteerd als een profeet vanwege zijn ‘fotoschilderkunst’, een soort van achteren belichte kleurenfotogrammen. Ook Magritte duikt natuurlijk op, en in 1963 de pop art. Broodthaers is dan klaar om de stap van dichter/fotograaf naar beeldend kunstenaar te maken, waarbij het object naast de fotografie komt te staan en haar voor een deel vervangt. Zowel bij readymades als foto’s is de kunstenaar afhankelijk van bestaande objecten. Een expliciete link tussen readymade en fotografie legde Broodthaers in Portrait de Maria avec Statif uit 1967, waarin een gespiegelde, uitvergrote en op doek afgedrukte foto van Maria Gilissen met fototoestel gecombineerd wordt met een echt statief. Maar zoals Broodthaers belangstelling had voor subjectieve fotografie die de dominantie van het object tracht te beteugelen en de input van de kunstenaar wil vergroten, zo hadden ook zijn objecten niet de ‘indifferentie’ die Duchamp zei na te streven – al waren ze evenmin autonome scheppingen van de geniale kunstenaar, eerder het resultaat van een clash tussen de kunstenaar en de bestaande wereld van objecten, codes en instituties.

De tentoonstelling Texte et Photos was een van die exposities waarmee de Photographische Sammlung/SK Stiftung Kultur geregeld aantoont meer waard te zijn dan alle Nederlandse fotomusea bij elkaar. De publicatie blijft daar niet ver bij achter, maar men heeft wel enkele steekjes laten vallen wat het nederige redactiewerk en kunsthistorische handwerk betreft. In de Duitse vertalingen staan soms ridicule fouten: Zo heeft men van “Feu Monsieur le Bourgmestre”, waarin ‘feu’ de betekenis heeft van ‘zaliger’, “Feuer, Herr Bürgermeister” gemaakt. Iets wat ernstiger afbreuk doet aan het boek is dat niet wordt aangegeven wanneer het om nieuwe afdrukken gaat, hetgeen in een boek moeilijker met het blote oog te controleren valt dan in een tentoonstelling. Ten slotte leidt de drang om gelijksoortig materiaal bij elkaar te plaatsen tot foute suggesties wat de datering betreft: het is evident dat een foto van hippies op de Dam niet uit 1961 kan zijn, en een tekst bij een foto van vogels die aan Zadkines Rotterdamse monument De verwoeste stad voorbijvliegen kan evenmin in 1960 zijn gemaakt (het ontstaansjaar van de foto), aangezien Broodthaers er refereert aan Hitchcocks The Birds (1962). Dat laatste is misschien niet zo’n miniem detail als op het eerste gezicht lijkt, aangezien hier een Broodthaers spreekt die zich al duidelijk aan het zalvend-poëtische van de jaren vijftig en The Family of Man heeft onttrokken: “Hitchcock nous abuse. On se sert d’ailleurs d’images comme d’artifices médicaux pour prolonger notre sommeil.”

Marcel Broodthaers: Texte et Photos (samenstelling Maria Gilissen en Susanne Lange) verscheen bij Steidl Verlag, Düstere Strasse 4, 37073 Göttingen (0551/496.06.49; www.steidl.de). ISBN 3-88243-852-5.