Peter Rotsaert

DE WITTE RAAF

Editie 113 januari-februari 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Léonard Misonne

Uit het nagelaten werk van Léonard Misonne (1870-1943) zijn voor de tentoonstelling in het Waalse fotografiemuseum te Charleroi een honderdtwintigtal foto’s geselecteerd. De afdrukken zijn met diverse technieken gemaakt en hebben het ‘schilderachtige’ effect met elkaar gemeen. Misonne is België’s internationaal vermaarde vertegenwoordiger van het pictorialisme (hoewel hij strikt genomen na de hoogdagen van die stijl actief was) en hij wordt nog steeds geapprecieerd, afgemeten aan de duizenden dollars die voor sommige oorspronkelijke afdrukken worden gevraagd. De tentoonstelling werd bovendien verlengd en daar zullen de evidente technische beheersing en het gewild artistieke karakter van zijn foto’s niet vreemd aan zijn.

Het is nochtans niet moeilijk zich wat verloren te voelen in de confrontatie met deze beelden. De pictorialistische esthetiek staat, vooral in zijn Europese versie, haaks op hedendaagse kritische verwachtingen en gevoeligheden wat fotografie betreft, hoewel ze nog populair is bij fotoclubs en ook in andere media verder leeft. En het genre waarin Misonne uitblonk en dat het overgrote deel van zijn 15.000 nagelaten opnames beslaat, het rurale landschap, wordt te zeer geplaagd door academische traditie en conventie om het moderne oog te kunnen bekoren. Toch is dat geen reden om ons te beperken tot een strikt historisch-contextuele interpretatie. Om te begrijpen wat ons aan dit vrij repetitieve oeuvre bindt of wat ons ervan scheidt, dienen we te peilen naar het verlangen dat door deze pastorales wordt bezongen.

De landschappen van Misonne tonen de landelijke omgeving op mensenmaat; het zijn geen adembenemend wijde vista’s, maar besloten taferelen met watermolens en grazende schapen. De ruimte, afgebakend door de vertrouwde bomen en huisjes, door landweg of struikgewas, kan makkelijk overzien en – in de verbeelding – te voet doorkruist worden. De scènes worden bevolkt door figuren die bij het genre horen: schapen, runderen, veehoeders, waterdragende vrouwen, melkmeisjes, paard met boer en kar enzovoort. Het zijn nauwelijks gepersonaliseerde figuren die de compositie structuur geven en het genre duiden. Realisme of sociale betrokkenheid zijn Misonne vreemd. De leefomstandigheden op het platteland zijn niet zijn onderwerp. Dat is niet omdat hij een sociale idylle in stand wil houden; het is een esthetische keuze, een keuze om te fictionaliseren. Illustratief daarvoor is het gebruik van tegenlicht om de figuren een lichtkrans te geven. Het tekent ze dramatisch af tegen de achtergrond, maar maakt ze ook enigszins onwerkelijk.

Het halffictieve statuut van de personages hangt samen met de verhouding tussen voor- en achtergrond op veel foto’s. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een Franse strekking binnen het pictorialisme, moest voor Misonne niet elk fotografisch detail verhuld worden door een pittoresk effect of een bewerking van de afdruk. Vooral op het voorplan van de scène, onderaan de foto, is de grilligheid van de natuur in de vorm van waterplassen, modder, sneeuwhopen, gras, grind of struikgewas vaak het belangrijkste visuele patroon. In het latere, soms modernere werk kan het zelfs overheersen. Op de achtergrond zijn dergelijke details echter afwezig. Bijna elke vormdefinitie ontbreekt daar. Er is een overdadig gebruik van sfumato en atmosferisch perspectief – het vervagen van contouren en lichter worden van kleur- of grijstoon om diepte te suggereren – waardoor het deel boven de horizont of de bovenste helft van de foto vaak vooral uit een variatie bestaat van monochrome kleurwaarden. In de verte lost alles op in de eeuwige mist die het land bedekt.

De achtergronden zijn ook het duidelijkst bewerkt. Niet alleen wordt er gegoocheld met lichteffecten en worden samengestelde wolkenpartijen toegevoegd, ook de afdrukmethodes van Misonne (onder meer een oliedrukprocédé) laten veel ruimte voor manipulatie van textuur en pigment, voor het manuele bijwerken van de oorspronkelijke opname tot een waardige afdruk. Zelf beschouwde Misonne alleen de voltooide print als ‘zijn werk’; het negatief was een begin, een van de bouwstenen. Het grafisch ingrijpen bevestigt enerzijds de fotograaf als auteur en, wanneer de schilderkunst als eerbiedwaardig model fungeert, zijn eventuele kunstenaarschap; maar het impliceert ook een reductie van het registrerende karakter of van de realiteitswaarde van de foto. Terwijl in teken- en schilderkunst grof gezegd alle details tot de representatie behoren – het detail is altijd eerst potloodlijn, borstelstreek of verfspat – zijn details in de fotografie vooral een eigenschap van het onderwerp. De precieze structuur van boomschors op een foto ontspringt eerst en vooral aan de boom zelf. Dat houdt in dat een grafische ingreep in het fotografische beeld bijna altijd ook zal aangevoeld worden als een reductie (los van de appreciatie daarvan), een verlies van detaillering en realiteitswaarde. Terzelfdertijd ontstaat daardoor ook een polarisering tussen het ‘werkelijke’ karakter van de registratie en het ‘verbeelde’ van wat met de hand wordt toegevoegd.

In de landschappen van Misonne is de natuur één. Alles gaat gehuld in dezelfde grijze nevel, een waas die continuïteit waarborgt tussen de beeldelementen en een bijna mystieke samenhang suggereert. Het licht lijkt niet te breken, maar rond te waren in de vele verschijningsvormen van water. De figuren in deze ether zijn nooit in conflict met hun omgeving, ze worden erin opgenomen. De rook van de ochtendlijke sigaret, opgestoken door een groep arbeiders, verbindt hen meer met de ochtendmist dan met hun industriële activiteit, en zelfs in de stadsbeelden concentreert Misonne zich bij voorkeur op de onontkoombare regen, op weer en wind die niemand sparen.

Het tijdsbegrip dat in deze natuur geldt – en volgens de fotograaf zelf is tijd zijn voornaamste onderwerp – is niet de abrupte tijd van de klok, het afgemeten moment dat gewoonlijk wordt geassocieerd met fotografie, maar de providentiële tijd, de eeuwige cyclus, de tijdeloosheid. Deze beelden trekken zich terug uit het hier en nu. Alles wordt van zijn al te particuliere karakter ontdaan: koe wordt Koe en mens wordt figuur. Dat verklaart ook het verstilde en onpersoonlijke van de personages, die vaak eerder verteld dan weergegeven lijken.

De blik die beweegt van het eerste aandachtspunt naar het gehele beeld, beweegt meestal ook van voorgrond naar achtergrond. Hij beweegt meteen ook van het geregistreerde, natuurlijke detail naar de ideële scène, van de empirische realiteit naar een fictieve wereld. En hij beweegt zich uiteindelijk van het documentaire naar het artistieke beeld: het beeld van de fotograaf die als kunstenaar intervenieert en zijn vaardigheid laat gelden. Uit die bewegingen spreekt een verlangen om het rurale landschap niet enkel te beschouwen als een steriele, op zich staande wereld van kleinburgerlijke nostalgie, maar om het op de bestaande wereld te enten. Bekeken vanuit een romantische kunstopvatting: om diezelfde wereld te behoeden voor de moderne chaos. Die dijk van conservatisme hebben Misonne en andere pictorialisten opgericht tegen de moderne wereld in het algemeen en de morsige beeldenvloed van de amateurfotografie in het bijzonder. Geen vergeten kwesties. En omdat dat proces hier binnen het beeld aan het werk is, kunnen we onze houding ten opzichte van het verlangen van deze beelden afmeten aan ons oordeel over de foto’s.

 

• Léonard Misonne, tot 27 februari in het Musée de la Photographie, 11 avenue Paul Pastur, 6032 Charleroi (071/43.58.10; www.museephoto.be).