Mienke Simon Thomas

DE WITTE RAAF

Editie 113 januari-februari 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

L'art nouveau. La maison Bing

Niet alleen de titel van de tentoonstelling in het Van Gogh Museum in Amsterdam – L’Art Nouveau. La Maison Bing – suggereert een directe relatie tussen de opkomst van de art nouveau en de oprichting van het Parijse verkooplokaal Maison Bing. Ook in de expositie zelf wordt de eigenaar van deze galerie, Siegfried Bing (1838-1905), als de grote man achter de vernieuwende vormgeving gepresenteerd. Dat de werkelijke geschiedenis heel wat gecompliceerder ligt, bleek vier jaar geleden op een heel bevredigende en groots opgezette tentoonstelling over de art nouveau in het Victoria & Albert Museum in Londen. Maar de tentoonstelling in Amsterdam over de Parijse kunsthandel Bing is wel degelijk de moeite waard. Er valt veel moois en verrassends te zien.

Het idee om een tentoonstelling aan deze kunsthandel te wijden, werd gelanceerd en uitgewerkt door Edwin Bekker van het Van Gogh Museum en Evelyne Possémé van het Musée des Arts Décoratifs in Parijs, samen met de grote Bing-specialist Gabriel Weisberg. Het was een moedige en uitdagende gedachte. Het grote publiek zegt de naam Bing vermoedelijk (nog) niets en daarom moest veel aandacht worden besteed aan een verleidelijke, maar ook educatieve presentatie. Die is grotendeels geslaagd. Een lange reeks historische foto’s van het exterieur en het interieur van de galerie, die in december 1895 openging aan de Rue de Provence, zijn tot bijna ware grootte opgeblazen. Ze brengen de bezoeker meteen in de gewenste sfeer. De opzet van de tentoonstelling is helder en overzichtelijk. Het verdient lof dat alleen kunstwerken te zien zijn die daadwerkelijk ooit door Bing werden aangeboden. De prijzen die ze toen haalden, staan veelal ook vermeld, wat de opwindende sensatie teweegbrengt dat men voor even terugkeert in de geschiedenis.

Siegfried Bing werd geboren in Duitsland maar verhuisde al in 1854 naar Frankrijk om samen met zijn vader een keramiekfabriek te leiden. In 1876 werd hij tot Fransman genaturaliseerd. Gelet op de vijandelijke sfeer die ontstaan was na de Frans-Duitse oorlog, was dit bijna een must om zijn zakelijke belangen te kunnen blijven behartigen. Bing was toen al volop betrokken bij de handel in Japanse producten. Zijn voorkeur ging uit naar keramiek. Hij was zeker niet de eerste die in de kunst en cultuur van Japan geïnteresseerd raakte. Sinds de openstelling van Japan in 1854 was er in heel Europa een levendige handel in Japanse snuisterijen ontstaan en was ook de kennis over Japan toegenomen. Het blijft overigens – maar dit terzijde – een intrigerende kwestie waarom Nederland zo’n bescheiden rol speelde in deze rage. Nederland was immers het enige land dat (weliswaar in beperkte mate) altijd handel had kunnen drijven met Japan. Al vanaf de jaren 1820 waren in Nederland openbare collecties met Japanse kunst te zien. Japanse objecten spraken dus tot de verbeelding – en toch werd de 19de-eeuwse culturele elite van Nederland niet op dezelfde manier geprikkeld als die van Parijs en Londen. Dat laatste centrum wordt overigens vreemd genoeg verzwegen in de tentoonstelling en het begeleidende boek. Ontdekte Parijs vooral de Japanse prentkunst, dan ontstond in Londen voor het eerst belangstelling voor Japanse kunstnijverheid. Verbazender nog is dat Christopher Dresser (1834-1904) nergens opduikt: deze bijna exacte tijdgenoot van Bing speelde een cruciale rol in de herontdekking van Japan in Engeland. Het toeval wil dat in de twee maanden voorafgaand aan de tentoonstelling in Amsterdam, een overzichtstentoonstelling van deze Engelse ontwerper en handelaar te zien was in het Londense V&A. Daaruit bleek dat Dresser ook in Amerika veel invloed had op de belangstelling voor Japan. De Amerikaanse firma Tiffany, die voor Siegfried Bing zo belangrijk zou worden, was zich door toedoen van Dresser op Japan gaan richten. Het is buitengewoon interessant om de carrières van beide mannen te vergelijken en te zien hoe verschillend de kennismaking met Japan kon uitpakken. De ontwerpen van Dresser benadrukken de eenvoud en de functionele kanten van de producten uit Japan. Voor Bing, die zelf geen ontwerper was, zouden vooral de decoratieve aspecten en de invloed van de natuur op de kunstnijverheid belangrijk worden.

Na de presentatie van de Japanse periode van Bing, in feite het grootste deel van zijn carrière, wordt in het veel ruimere vervolg van de tentoonstelling aandacht besteed aan zijn Maison de l’Art Nouveau en de uiteenlopende kunstwerken die hij daar vanaf 1895 aanbood. Waarom Bing deze nieuwe weg insloeg, wordt overigens niet helemaal duidelijk. Ook de impact van zijn Amerikaanse reis in 1894 en van het reeds bestaande Brusselse Maison d’Art komt op deze tentoonstelling niet aan bod – de catalogus gaat hier wel uitgebreid op in. Beide inspireerden Bing om werk van eigentijdse schilders en ontwerpers te gaan verhandelen, in een poging om het sterk verminderde aanzien van Frankrijk in Europa op te krikken. Het boek Art nouveau in Fin de siècle France (1989) van Deborah Silverman biedt een beter zicht op de achtergrond en betekenis van Bing’s initiatieven aan het einde van de 19de eeuw. Silverman beschrijft hoe Bing, vanuit deze Japanse, Amerikaanse en Brusselse invloeden, een particulier initiatief ontwikkelde dat de Franse kunstnijverheid onder nadrukkelijke verwijzing naar het glorievolle Franse verleden weer ‘op de kaart zette’. Zij beschrijft echter ook dat dit pas in tweede instantie lukte. Zijn galerie L’Art Nouveau werd in 1895 immers unaniem kritisch onthaald en zelfs vijandig bejegend. De Franse pers had vooral problemen met het groot aantal buitenlandse kunstenaars dat Bing presenteerde. Na verloop van tijd ontstond een positiever klimaat. Het karakter van Bing’s onderneming zou ook evolueren. Ten tijde van de Parijse Wereldtentoonstelling in 1900 werd Bing internationaal gewaardeerd voor zijn interieurfirma, die inmiddels meer gericht was op productie, op het maken én verhandelen van uiterst luxueuze en elegante meubelen. Bing kon maar kort genieten van zijn zakelijke en artistieke succes; hij overleed in 1904.

 

• L’Art Nouveau. La Maison Bing, tot 27 februari in het Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, 1071 CX Amsterdam (020/570.52.52; www.vangoghmuseum.nl).