Kees Keijer

DE WITTE RAAF

Editie 114 maart-april 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Lukas Einsele

Cathérine David heeft uit onvrede met de lokale situatie in Rotterdam haar biezen gepakt als directeur van Witte de With. Haar laatste wapenfeit, een tentoonstelling van Lukas Einsele, is nu nog in Rotterdam te zien.

Voor het project One Step Beyond onderzocht kunstenaar Lukas Einsele het fenomeen van de landmijn. Hij reisde met fotograaf Andreas Zierhut naar vier landen van de wereld die als gevolg van oorlogen geteisterd worden door verborgen mijnen: Angola, Afghanistan, Bosnië-Herzegovina en Cambodja. Hij sprak met slachtoffers en probeerde aan de hand van herinneringen, schetsen en foto’s de dramatische gebeurtenissen te reconstrueren en een beeld te schetsen van de problematiek rond de landmijnen. Einsele stelt de positie van de slachtoffers centraal. Zo raakte Rohida, een ongeveer veertigjarige huisvrouw uit de provincie Bajawar in Afghanistan, in 2001 beide benen kwijt in de tuin van haar huis. “Het gebeurde in Bajawar”, vertelt ze. “Daar is geen oorlog, maar sommige mensen zijn slecht. [...] Het was één uur ‘s middags. Ik stond voor mijn huis en was dode wortels aan het uitgraven en takken bij elkaar aan het rapen. Toen ging ik door het hek de tuin in om te bidden. [...] Toen deed ik het hek dicht en stapelde ik het hout erachter op. En daar lag de mijn. Hij ontplofte. Ik kan me alleen het hek nog herinneren. Mijn tuinhek.”

In de grote zalen van Witte de With hangen kleine zwart-witfotootjes van Rohida en andere mensen die gewond raakten door landmijnen. De foto’s gaan steeds vergezeld van een geschreven relaas met de herinneringen en verhalen van de slachtoffers, die zich concentreren op de gebeurtenissen voorafgaand aan het ongeluk. In een video maakt de twaalfjarige Rebecca Mujinga uit Angola een aandoenlijke schets van de route die zij liep, de manier waarop ze op een landmijn stapte en de wijze waarop ze vervolgens in een ziekenhuis belandde. Even verderop zien we de schets in een opgeblazen versie op alle wanden van een ruimte terug. Het is een verontrustend en toch geestig beeldverslag. Jammer genoeg werden de onderdelen van de tekening voor de gelegenheid met weinig tact in stukken geknipt en opnieuw gegroepeerd.

Samen met de foto’s en verhalen van de slachtoffers presenteert Einsele steeds een aantal biografische gegevens over de personen en een technische beschrijving van het soort landmijn waarmee ze in aanraking kwamen. Land van herkomst van de mijn, beschrijving, specificaties, werkwijze, neutralisatie, mogelijkheden tot onklaar maken; alles wordt nauwgezet gerapporteerd. Dit waarschijnlijk alleen tot genoegen van de meest fervente militarist, want wie haakt er niet af na een opeenvolging van zinnen als “The mechanism consists of a spring-loaded striker retained against an outer collar by a single retaining ball”.

De presentatie valt bij nadere beschouwing uiteen in verschillende verhalen, verschillende waarheden, die onbarmhartig naast elkaar gepresenteerd worden. De wrede werkelijkheid van de landmijnen wordt dus in zijn kille feitelijkheid gepresenteerd, als pendant van de persoonlijke verhalen van de slachtoffers. In het vervolg van de tentoonstelling – dat ook het begin zou kunnen zijn, want een echte route is er niet – maken de kleine zwart-witportretten met verhalen plaats voor mijnenkaarten en grote kleurenfoto’s waarin Einsele’s boodschap op een nadrukkelijk picturale manier gepresenteerd wordt. Door die verschillende media en representatiewijzen ontpopt Einsele zich als een strateeg, als een politiek correcte artdirector die zijn beeldtaal varieert om zijn boodschap aantrekkelijk te maken. Hij gebruikt foto’s, videobeelden, teksten en interviews – naast de tentoonstelling is er trouwens nog een website en een publicatie – maar die diversiteit kan niet verbloemen dat Einsele in al die media ongeveer even slaapverwekkend te werk gaat. Als dan ook nog een hoek van de tentoonstelling is ingericht met vitrines waarin allerlei landmijnen of onderdelen daarvan liggen uitgestald, wordt het echt te gortig. Dit zijn uiteindelijk niet meer dan ‘goede bedoelingen’ overgoten met een artistieke saus.

One Step Beyond zal nog worden gepresenteerd in het Museum Haus Esters (Krefeld), alsook in United Nations en het Goethe Institut, New York. Vanaf juli gaat One Step Beyond op toernee naar de landen die Einsele bezocht heeft. De publicatie, een samenwerking tussen Lukas Einsele en Carolyn Steinbeck, verschijnt in april en bevat teksten van Sherko Fatah, Fabrizio Gallanti, Jonathan Kaplan, Thomas Küchenmeister, Frank Masche, Pedro Rosa Mendes, Bertrand Ogilvie en Ralf Syring.

 

• Lukas Einsele, One Step Beyond: The Mine Revisited, tot 27 maart in Witte de With, centrum voor hedendaagse kunst, Witte de Withstraat 50, 3012 BR Rotterdam (010/411.01.44, www.wdw.nl).