Dries Vande Velde

DE WITTE RAAF

Editie 114 maart-april 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

b&k+ Architecten

Tientallen maquettes staan naast elkaar opgesteld in een multiplex muurkast. Kleine schaalmodellen van uiteenlopende gebouwen. Privé-woningen, appartementen, kantoren, sportzalen, stedelijke blokken, garages, interieurs en speelvelden. Randinformatie bij de modellen is zo goed als afwezig. Geen plannen, geen schaal, slechts een handvol foto’s van gerealiseerde projecten, een paar publicaties, en sporadisch een groter model. Elke maquette heeft een projectnummer, van 0001 tot 0100. Samen presenteren de miniaturen een volledig architecturaal oeuvre. De kleine sculpturen zijn van polystyreen, polyurethaan, hout, hars, mica. Schijnbaar gaat het om werkmaquettes, gemaakt om een bepaalde ontwerpbeslissing te kunnen afwegen – conceptiemateriaal eerder dan presentatiemateriaal. Maar in deSingel krijgen ze wel dat laatste statuut toebedeeld: in de eindeloze gang van het kunstcentrum vormen de maquettes een oeuvreoverzicht van het Keulse bureau b&k+ architecten. Het is een architectuurpresentatie die bijzonder gebald en fundamenteel over haar eigen discipline spreekt.

Het architectuurbureau b&k+, opgericht in 1996, is in alle opzichten een schoolvoorbeeld van de jongste lichting Europese architecten: de up & coming generatie die sinds de jaren ’90 en public een weg zoekt die losstaat van het sterrenstelsel van hun voorgangers (Koolhaas, Herzog & de Meuron, Nouvel). De generatie ook die zich onder meer verzamelt in Archilab, een jaarlijkse internationale conventie en tentoonstelling in Frankrijk. Het suffix lab staat daarbij voor ‘laboratorium’ en vertolkt de ambitie om onderzoek te voeren naar nieuwe relaties tussen wonen en werken, natuur en kunstmatigheid, publiek en privaat, vormgeving en maatschappij… De conventie is de hoogmis van een architectuurvisie die het puur pragmatische van een gebouw wil overstijgen. Deze architecten willen via hun werk de positie van een maatschappelijke observator, commentator of visionair opnemen. Uit ditzelfde vaarwater viste deSingel eerder al de duo’s Lacaton & Vassal (Parijs) en Ábalos & Herreros (Madrid). En nu dus het Duitse b&k+, in oorsprong ook een duo (Brandlhuber & Kniess), maar ondertussen een bureau geleid door Arno Brandlhuber.

In vergelijking met de Franse en Spaanse architectenduo’s valt de huidige tentoonstelling op door de beperkte hoeveelheid gebouwd werk. Slechts een handvol projecten wordt getoond, met een beperkt aantal foto’s. De rest van de architectuurproductie wordt gepresenteerd via de serie kleine conceptmaquettes die de vorm en/of de basisorganisatie van de gebouwen voorstellen. Precies die nadruk op de vorm en organisatie van de projecten maakt de tentoonstelling relevant. De maquettes tonen gebouwen die vaak gebaseerd zijn op een gekke veelhoekige vorm. Deze geometrie sluit veelal aan op de omgeving maar leidt telkens tot een ander resultaat. Project 0089 toont hoe een sportzaal wordt aangesloten op twee U-vormige klassieke gebouwen. De verschillende lijnen van de bestaande daken worden opgebroken en doorgetrokken tot ze een gefacetteerd volume rond de sportzaal vormen. De schaalmodellen van het project tonen deze massieve enveloppe als een tektonische sculptuur gemaakt uit een doorschijnend plastic of uit gesoldeerde metaalstaafjes. De tektoniek is vergelijkbaar met die van diamanten: geslepen vlakken die schuin op elkaar staan en toch aaneensluiten tot een coherente vorm. Het gebouw wordt voorgesteld als een uitgepuurde ruimtelijke vorm, opgebouwd vanuit een al even uitgepuurde planorganisatie.

Precies dit onderzoek naar ruimtelijke geometrie maakt het tentoongestelde oeuvre van b&k+ zo betekenisvol. De waarde van de tentoonstelling in deSingel ligt niet enkel in het feit dat dit soort complexe vormontwikkeling een bijzonder welgekomen alternatief voorspiegelt aan de Belgische architectuurproductie, die zich – op een sporadische witte raaf na – blijft wentelen in een uitgemolken baksteenminimalisme. Het b&k+ werk is ook waardevol omdat het aansluiting zoekt met een van de oudste en meest fundamentele thema’s van de architectuur: de stereotomie. De term verwijst in oorsprong naar de ruimtelijke geometrische vorm die de steen kreeg om in een complexe architecturale vorm te worden ingebouwd. De stenen in de gebouwen van Gaudí vormen een zeer goed voorbeeld van dit soort complexe steensnedes, maar het thema is net zo goed veel vroeger in de architectuurgeschiedenis terug te vinden, bijvoorbeeld bij de Franse architect Philibert de l’Orme in de 16de eeuw. Sinds de geleidelijke structurele overgang van steen naar beton verschoof de schaal van dit abstract-geometrische denken van de individuele steen naar de gegoten betonmassa, en zo naar de globale massa van het gebouw. Precies op die globale schaal ontwikkelt b&k+ zijn projecten. Het formalistisch discours van het bureau is dus zeker niet origineel – het bespeelt de thema’s van de vroege Hans Kollhoff – maar de combinatie van een geometrische zwaarte met een materiële lichtheid (veel metaal, glas, plastics en harsen) is bijzonder interessant voor de discipline.

Vreemd genoeg wordt de belangwekkende verhouding van dit werk tot de eigen discipline zo goed als genegeerd in de theoretische omkadering van de tentoonstelling en de bijhorende publicatie. Wie de tentoonstelling bezoekt botst in de eerste plaats niet op de serie maquettes maar op het ‘utopische onderzoek’ New Antwerp, het resultaat van een enquête naar droomplaatsen om te wonen, sterven, vrijen… Ondertussen wandel je voorbij de balie waar je de tentoonstellingscatalogus kunt inkijken, om vast te stellen dat deze is opgevat als een intellectualistische roman over Brandlhuber zelf. Daarna wordt de bezoeker met tekstballonnetjes geconfronteerd die op de ramen geschreven zijn, een kunstwerk van Andreas Roth. En dan pas merk je de meterslange wandkast op waarin de kleine maquettes naast elkaar staan. Gezien de kwaliteit van het oeuvre is de volgorde van deze opstelling veelzeggend. Ze maakt duidelijk hoe b&k+, in de lijn van Archilab, zijn rol als architect invult: een maatschappelijk visionair die relaties aangaat met andere kunstdisciplines. Wellicht is deze strategische opstelling onder meer een poging om de formalistische ontwerpmethodiek van b&k+ intellectueel of maatschappelijk te gronden. Maar de manier waarop dit gebeurt komt bijzonder gedateerd en intellectualistisch over. De roman, het kunstwerk en de New Antwerp-maquette staan naast het architecturaal hoogstaande oeuvre als een louter interdisciplinaire schermutseling.

Het is opvallend hoe de tentoonstelling architectuurproductie en maatschappelijk onderzoek uit elkaar trekt en als twee afzonderlijke thema’s behandelt. Misschien bespeelt het besproken project 0089 wel bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen, maar dat is in elk geval niet op te maken uit de presentatiemaquettes of de onderzoeksprojecten. En precies door die tegenstelling roept de tentoonstelling ongewild de vraag op in welke mate architectuur als discipline verveeld zit met haar figurantenrol binnen het maatschappelijke gebeuren. Misschien moet dat probleem maar eens aangekaart worden op een volgend Archilabcongres.

 

• b&k+ Architecten, nog tot 10 april in deSingel, Desguinlei 25, 2018 Antwerpen (03/248.28.28; www.desingel.be). Brandlhuber, Een Fictie/A Fiction, het boek dat naar aanleiding van de tentoonstelling werd geschreven door de Duitse auteur Martin Burckhardt, is een uitgave van deSingel. ISBN 9-07559-114-4.