Kees Keijer

DE WITTE RAAF

Editie 115 mei-juni 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Sol LeWitt

Sol LeWitt (°1928) is in Nederland waarschijnlijk het meest bekend van zijn wandschilderingen. Die reputatie kan de afgelopen jaren alleen maar zijn toegenomen, want hij schonk nogal wat van deze werken aan Nederlandse musea. Eind 2001 werden zeven muurschilderingen door de kunstenaar aangeboden aan het Haags Gemeentemuseum. Twee jaar geleden werd Wall Drawing #1084 voor het eerst in het Stedelijk Museum geïnstalleerd, nadat de kunstenaar het al geschonken had. En dit jaar gaf de Amerikaan drie werken aan het Bonnefantenmuseum in Maastricht, waaronder de monumentale schildering Wall Drawing # 801: Spiral, die in 1996 speciaal voor de koepeltoren van het museum werd gemaakt.

De golf van schenkingen kwam op gang nadat de verwijdering van LeWitts muurschildering in het Haags Gemeentemuseum ongedaan was gemaakt. Bij de restauratie van het Gemeentemuseum Den Haag had de toenmalige directeur Hans Locher Wall Drawing # 373 laten oversausen, tot ongenoegen van de meester zelf. Het eerste wapenfeit van Wim van Krimpen, Lochers opvolger, bestond erin deze tekening – met verticale, horizontale en diagonale lijnen in zwarte en zilvergrijze inkt – weer in het trapportaal aan te brengen. Daarmee was het humeur van LeWitt blijkbaar opgemonterd. Als dank maakte hij de reeds genoemde zeven muurschilderingen, plus een bakstenen sculptuur in de binnentuin van het museum. De hernieuwde warme band tussen Den Haag en LeWitt heeft nu geresulteerd in een tentoonstelling waarin het Gemeentemuseum terugblikt op het fotografische oeuvre van de kunstenaar.

LeWitts interesse voor het fotografische medium werd gewekt toen hij in de jaren vijftig het boek Animal Locomotion van Eadweard Muybridge in handen kreeg. Uit de werken op deze fototentoonstelling blijkt dat de sequentiefotografie van Muybridge een enorme invloed op LeWitt heeft gehad. Niet alleen schilderde hij in zijn vroege werk rennende figuren, zijn latere fotowerken presenteerde LeWitt vrijwel uitsluitend in verspringende sequenties. In Den Haag is het werk Muybridge I (schematic representation of interior view) uit 1964 opgenomen, dat als een ode aan de 19de-eeuwse fotograaf gezien kan worden. Het bestaat uit een reeks van tien cirkelvormige opnames waarin een naakte vrouw in de richting van de camera loopt, tot alleen haar buik op de foto staat, met haar navel als middelpunt van de cirkel.

In navolging van deze serie hebben ook alle andere fotowerken van LeWitt een seriële vorm. In Brick Wall (1977), een fotowerk dat oorspronkelijk in boekvorm verscheen, presenteerde LeWitt dertig foto’s van een grof gemetselde bakstenen muur waar hij vanuit zijn woning op uitkeek. De opnames laten steeds hetzelfde stuk muur zien. Ze zijn op verschillende momenten van de dag gemaakt, waardoor een verloop zichtbaar wordt van licht naar donker. Gedurende de dag ontstaan allerlei toevallige lichtvlekken en schaduwen door reflecties van omliggende gebouwen, wat een mooie studie van het stenen oppervlak oplevert, een soort minimalistische versie van Monets variaties op de kathedraal van Rouen.

Een ander voorbeeld is de serie Cock Fight Dance, die bestaat uit 48 kleurenfoto’s die oorspronkelijk naast elkaar werden gepresenteerd. Onderwerp van de serie is een strijd tussen twee hanen, die op zeker moment wordt verstoord door een kat die maar al te graag wil meevechten. In Den Haag wordt de sequentie gepresenteerd als een reeks opeenvolgende dia’s, waardoor het werk eigenlijk een schokkerig filmpje is geworden. De onverwachte wending aan het einde van de serie, als de poes het gevecht komt verstoren, geeft het geheel bovendien een humoristische en narratieve draai die niet lijkt te passen bij Sol LeWitts strenge, conceptuele uitgangspunten.

Maar die konden blijkbaar voor een deel overboord als hij de fotocamera hanteerde. De serie Autobiography uit 1980 is misschien het meest anekdotische werk dat LeWitt ooit maakte. De 1101 foto’s die hij schoot in zijn New Yorkse appartement laten de kunstenaar zien aan de hand van de spullen waarmee hij zich destijds omringde. LeWitt zoomde in op allerlei specifieke objecten of kleine hoekjes van zijn atelier: een verzameling kaarten, stopcontacten, passers, scharen, pannen, schoenen, planten, boeken of stoelen. De bewoner van het appartement is natuurlijk zelf de grote afwezige en ook overzichtsfoto’s van het appartement ontbreken. Als een archeoloog van zijn eigen toekomstige verleden legde LeWitt hier zijn leven vast. Soms kijk je naar persoonlijke foto’s van vrienden of bekenden. Een blik op de boekenkast of op stapels zelf opgenomen cassettebandjes leert iets over de literaire en muzikale voorkeuren van de eigenaar. Zulke private foto’s worden weer afgewisseld met volstrekt onpersoonlijke kiekjes van spijkers, gloeilampen of een bosje touw.

Het detail is een afspiegeling van het geheel. En door bekende dingen te tonen, maakt hij de grote onbekende die hij zelf is, deels zichtbaar.

 

• Sol LeWitt, fotowerken, tot 12 juni in het Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, 2517 HV Den Haag (070/338.11.11; www.gemeentemuseum.nl).