Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 115 mei-juni 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Egon Schiele

Het Van Gogh Museum te Amsterdam blonk in het recente verleden vooral uit in exposities met een historische aanpak. 19de-eeuwse of vroeg 20ste-eeuwse kunst werd in onderlinge samenhang getoond, waarbij de ordening van de werken veelal keurig chronologisch was. Liefhebbers van frivole hinkstapsprongen door de kunstgeschiedenis, waarbij kunstwerken uit verschillende periodes met elkaar werden geconfronteerd, konden tot voor kort terecht bij de buren van het Stedelijk Museum. Het Van Gogh hield vast aan het model van de klassieke monografische of thematische tentoonstelling – of een combinatie daarvan, zoals de recente tentoonstelling met zeegezichten van Manet en tijdgenoten.

Vorig jaar week het Amsterdamse museum al enigszins af van dit principe. Op de overzichtstentoonstelling van Dante Gabriel Rossetti werden de roodharige vrouwen van de prerafaëliet gecombineerd met twee beeldverhalen van stripmaker Hanco Kolk, die meterslange illustraties mocht maken over de legende van koning Arthur en Dantes Divina Commedia, beide belangrijke inspiratiebronnen voor Rossetti’s werk.

Met de tentoonstelling die nu in Amsterdam te zien is, gaat het museum nog een paar stappen verder. Het confronteert een overzicht van ruim honderd aquarellen, tekeningen en schilderijen van de expressionist Egon Schiele (1890-1918) met performances, video’s en een dansvoorstelling van Marina Abramovi en Krisztina de Châtel. Hun bijdrage accentueert de lijfelijkheid van het werk van de jonggestorven Weense kunstenaar.

De Schieletentoonstelling zelf geeft een meeslepend beeld van een kunstenaar wiens leven en werk nauw verweven zijn, al is het alleen maar om de vele zelfportretten die het enfant terrible van weleer maakte. Het grootste deel van de tekeningen is afkomstig van het Albertina Museum in Wenen, dat de belangrijkste collectie werken op papier van de kunstenaar beheert.

Toen Schiele veertien jaar oud was, stierf zijn vader aan een seksueel overdraagbare ziekte. Deze gebeurtenis heeft mogelijk een blijvende invloed gehad op de manier waarop Schiele seksualiteit en sterfelijkheid in één beeld wist te vangen. De jonge kunstenaar maakte zijn naakten dan ook zelden uitgesproken wellustig, maar eerder apathisch én zelfbewust. Voor zijn zelfportretten bekeek hij zichzelf genadeloos in de spiegel, als een psychiater die aan zelfonderzoek doet. Hij bracht zijn hoekige lichaam in beeld als een vergankelijk omhulsel van een gekwelde ziel. Radicaal is ook de manier waarop Schiele zijn figuren in het rechthoekige kader van het kunstwerk propte, waarbij de handen een eigen uitdrukkingskracht krijgen door de expressieve gebaren die ze maken.

Anderen portretteerde hij bijna net zo rücksichtslos als zichzelf. Hij deed geregeld een beroep op familieleden om model te zitten, maar rekruteerde desgewenst ook straatkinderen. De waterverfschetsen die Schiele van hun naakte puberlichamen maakte, deden destijds zoveel stof opwaaien dat de kunstenaar in 1912 werd aangeklaagd op verdenking van openbare schennis van de eerbaarheid. Hij werd uiteindelijk veroordeeld tot 24 dagen gevangenisstraf. De gekwelde zelfportretten uit die periode vormen een hoogtepunt in zijn oeuvre. Op een van deze bladen schreef hij de titel: De kunstenaar hinderen is een misdaad, het is moord op ontkiemend leven! In dat blad gaf hij zichzelf weer als een vermagerd, ongeschoren slachtoffer, liggend op een bed. De titel en signatuur zijn een kwartslag gedraaid ten opzichte van de figuur. Dat blijkt vaker voor te komen. Meerdere bladen met liggende figuren zijn gemaakt vanuit een hoog gezichtspunt. Vervolgens kantelde Schiele de bladen zodanig dat de figuren rechtop werden gezet.

De gewichtloze personages die daarvan het gevolg zijn, geven honderd jaar later nog steeds een ongemakkelijke aanblik. Het is alsof we naar iemand kijken vanuit het standpunt van de geest die uit het lichaam is getreden en verwonderd achteromkijkt.

Ook voor veel eigenaren van de bladen blijkt die kanteling moeilijk te accepteren. Diverse tekeningen op de tentoonstelling werden op verzoek van de bruikleengevers niet geëxposeerd zoals Schiele ze bedoeld moet hebben – de signaturen wijzen op de goede kijkrichting – maar een kwartslag gedraaid.

Het zijn dergelijke eigenaardigheden die Schieles figuurstukken uittillen boven zijn bloemstillevens, havengezichten, landschappen en dorpsgezichten, die in mindere mate ook op de tentoonstelling te zien zijn. Deze genres komen echter niet aan bod in de performances die Marina Abramovi en Krizstina de Châtel voor deze tentoonstelling bedachten. Hier wordt vooral de lijfelijke, nerveuze, driftmatige kant van Schieles oeuvre uitvergroot. Naar verluidt raakte Abramovi al geboeid door het werk van de Oostenrijkse schilder toen ze in Belgrado studeerde. Tijdens de opening van de tentoonstelling bracht ze in een van de zalen een performance met een skelet. Het podium waarop dat gebeurde, wordt gedurende de expositieduur gebruikt voor diverse performances van leden van de Independent Performance Group, die zich op aanwijzen van Abramovi op uiteenlopende manieren hebben laten inspireren door Schiele. Elders eist een enorme videoprojectie met kronkelende dansers van De Châtel veel meer aandacht op, en doorheen de tentoonstelling zijn videomonitoren met performances verspreid die een nogal hinderlijke breuk vormen met het werk van Schiele.

In een andere museumzaal wordt twee keer per week de 45 minuten durende dansvoorstelling Gradual and Persistent Loss of Control opgevoerd, een samenwerking van Marina Abramovi en Krisztina de Châtel. Hier is de relatie met Schiele het meest direct, maar ook nogal letterlijk en gebaseerd op oppervlakkige formele overeenkomsten. De bewegingen van de dansers zijn rechtstreeks overgenomen uit de aquarellen van Schiele en de dansers dragen bodysuits die beschilderd zijn met rode en groene vegen, een driedimensionale vertaling van de vlekkerige huid van Schieles figuren.

De dansvoorstelling wordt slechts twee keer per week opgevoerd en kan los van de Schieletentoonstelling worden bekeken. De andere registraties van performances voegen niets toe aan zijn werk, maar functioneren vooral als stoorzender.

 

• Egon Schiele, tot 19 juni in het Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, 1071 CX Amsterdam (020/570.52.00; www.vangoghmuseum.nl). Gradual and Persistent Loss of Control wordt opgevoerd iedere vrijdagavond om 20.15 uur en iedere zondagmiddag om 16 uur.