Benjamin Eggermont

DE WITTE RAAF

Editie 117 september-oktober 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Gert Robijns in Z33, Hasselt

Op 10 juli opende het tweede luik van Robijns’ eerste grote solotentoonstelling. De uitbreiding is een verrijking. Robijns ziet beide delen als een totaalproject, maar het is vooral de diversiteit van zijn aanpak die nu meer uit de verf komt.

Het eerste deel op het gelijkvloers ontwricht, door subtiele optische verschuivingen en zintuiglijke misleidingen, de vanzelfsprekendheid van het kijken. De waarneming wordt gedissecteerd en uitgesplitst in verschillende zintuiglijke componenten. In het werk Botsbal (2001) koppelt Robijns visuele en akoestische prikkels los. Uit enkele luidsprekers in het houten platform, dat zowat de helft van de tentoonstellingsruimte inneemt, klinkt het geluid van een bal die botst tot hij stil ligt. Omdat tegen de wand een lampje in hetzelfde ritme flikkert, denk je bij het binnenkomen een moment lang dat je in een ooghoek daadwerkelijk een balletje ziet. Het tweede gedeelte van de tentoonstelling, op de eerste verdieping, roept herinneringen op door middel van stemmingskamers. Robijns maakt daarbij dankbaar gebruik van de architectuur van de tentoonstellingsruimte. Waar Fotacabine op de Decenniumtentoonstelling in het MuHKA (Once upon a time…, eind 2003, begin 2004) eerder schraal oogde, laat het hier een grootse indruk na. Robijns plaatst de geabstraheerde pasfotoautomaat op een ‘verborgen’ plek, achter twee brede kolommen boven in de overgedimensioneerde trappenzaal van het museum. Op gepaste tijden ontlaadt zich een lichtflits in de cabine en in de hal. Onwillekeurig roept de installatie het beeld van een stationshal op, niet zoals men ze ervaart in de ochtendspits, maar zoals ze zich aandient in een herinnering. Werken die het schimmenspel vatten van beelden die uit het geheugen opwellen, vormen het complement van installaties die zintuiglijke gewaarwordingen ontwrichten.

Robijns’ werk heeft er baat bij in samenhang te worden gezien. In een van de zalen op de bovenverdieping zijn drie werken in een zorgvuldig uitgebalanceerde compositie samengebracht. Bingo (2002), Kicker (2002), en Pingpong (2002) zijn replica’s van respectievelijk een spelautomaat, een tafelvoetbalspel en een pingpongtafel. Ieder van de objecten is van zijn details ontdaan en in grijstinten geschilderd. Het kickerspel heeft maar één poppetje en de pingpongtafel is opgeklapt. Geen van de toestellen kan dus door meer dan één persoon worden bediend. De lampjes in de flipperkast lichten met een constant ritme en in een vaste volgorde op, alsof de pols wordt aangegeven van een in een diepe slaap gehulde ruimte. Zeker het tweede deel van de tentoonstelling wint aan kracht door de keuze om van iedere zaal een aparte ervaring te maken.

Voor Slalom (2005) koos Robijns nog duidelijker voor het scheppen van een atmosfeer. Het werk toont hoe een aantal beginnende motorrijders oefent op een uitgestrekt parkeerterrein nabij het vernieuwde olympische stadion in Berlijn. De film wordt in de ruimste zaal van het museum geprojecteerd op een gordijn van smalle panden, die door een ventilator zachtjes golven. De projector schijnt door het scherm heen en tekent lijnen op de vloer. De hele tijd weerklinkt een liveopname van Always on my mind. Robijns zet hier het sérieux van zijn tentoonstelling op het spel, maar houdt de controle. Misschien is het de onderkoelde sfeer in de andere zalen die dit charmeoffensief rechtvaardigt, maar het werk blijft ook zo overeind. Het is verbluffend met welk gemak Robijns van de brede ruimte een plein maakt en hoe vlot je in de film stapt.

De doordachte selectie en presentatie binnen deze tentoonstelling doen het werk van Robijns alle eer aan. De combinatie van beide polen van zijn artistiek onderzoek maakt van Never Left Right een rijk geschakeerde staalkaart van de manier waarop de werkelijkheid zich aandient. Robijns is het soort kunstenaar dat geen discours voor zijn werk uitstuurt, maar zich toelegt op de core business van de kunst: ‘de wetenschap van het verschijnen’. Robijns’ onderzoek naar de fysische en fysiologische eigenschappen van de waarneming ondergraaft de verwachtingen van de toeschouwer en confronteert hem met de contingentie en de limieten van zijn ervaring. Daarbij blijft het altijd speels. Het wekt soms de indruk onschuldig te zijn – en tot op zekere hoogte is het dat ook.

 

• Gert Robijns tot 13 november in Z33, Zuivelmarkt 33, 3500 Hasselt (011/29.59.60; www.z33.be).