Dorine Van Hoogstraten

DE WITTE RAAF

Editie 117 september-oktober 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Een vorstelijk contrast

In 1923 riep een commissie onder leiding van Jan Six de vakgemeenschap op om werk in te zenden voor een bouwkunsttentoonstelling naar aanleiding van het 25-jarig jubileum van koningin Wilhelmina. Architecten gaven in groten getale gehoor aan de oproep. Het was dan ook acht jaar geleden dat voor het laatst een bouwkunsttentoonstelling was georganiseerd, hoog tijd dus voor een hernieuwd overzicht. “Zoo lang die appreciatie en het kunstgenieten alleen beperkt blijft tot den kring der vakgenooten en misschien nog een heel klein kringetje daaromheen, zoo lang zal de bouwkunst, niettegenstaande haar hooge afkomst een onbelangrijk en onaanzienlijk element in de samenleving, een onbelangrijk gebeuren in het wereldleven blijven”, schreef B.T. Boeyenga in De Socialistische Gids (september 1923).

Sommige architecten hadden hun best gedaan om het publiek te verleiden met presentatietekeningen en aquarellen, anderen maakten meer technische lijntekeningen. Een paar weigerden op principiële gronden (republikein Michel de Klerk vond de gelegenheid weinig feestelijk en ook Boeyenga had het niet zo op de monarchie) of omdat ze hun werk nog niet rijp vonden voor een openbare expositie, zoals J.J.P. Oud. Maar over het algemeen was de oogst aanzienlijk. Architect K.P.C. de Bazel, die het project stuurde, kon een mooie expositie samenstellen. De verzameling gebouwen die zijn afgebeeld is minder voorspelbaar dan je wellicht zou denken. Naast een paar obligate iconen van de architectuur uit die jaren hingen er bijvoorbeeld ook interessante ontwerpen voor een schouwburg van W.C. Bauer en een woningbouwproject van D.F. Slothouwer. Het materiaal kwam uiteindelijk in het NAi terecht.

In 2005 stelde curator Martien de Vletter van het NAi een lijstje op van veertig hedendaagse Nederlandse architecten die hun kwaliteit hadden bewezen in de afgelopen kwart eeuw, om een tentoonstelling te kunnen samenstellen naar aanleiding van het 25-jarig jubileum van koningin Beatrix. Wat ze niet verwacht had, gebeurde: alle veertig architecten reageerden per kerende post, en De Vletter hoefde niet eens haar reservelijst aan te spreken (wie daardoor ontbrak, blijft geheim).

De oogst is zeer divers. Waar de ene architect echt zijn best heeft gedaan het publiek aan te spreken met een tekening of maquette, net als 82 jaar geleden, presenteert de ander iets vaags dat op een conceptueel niveau is blijven steken. Zo zette NL Architecten een vaas neer en stuurde Koen van Velsen een serie piepkleine, onafgewerkte schetsmaquettes op. Veel van de ingezonden ontwerpen zijn bekend – het ministerie van VROM van Jan Hoogstad, het Nederlandse paviljoen op de Expo 2000 van MVRDV – maar tezamen vormt het een bonte reeks waarbij nauwelijks sprake kan zijn van een rode draad of een gezamenlijke noemer.

Een selectie uit de tentoonstelling van 1923 staat nu naast het recente werk. Het contrast is scherp. De belichting is harder bij het hedendaagse deel, de media waarmee de architecten zich presenteren verschillen sterk. De esthetiek van het werk is in de loop der jaren natuurlijk erg veranderd. Maar als je goed kijkt, beginnen ook overeenkomsten op te vallen, te beginnen met de twee ontwerpen voor nieuwbouw van de Tweede Kamer: één uit 1920 van de C.G. Bremer en J.R. Prent, en één van Pi de Bruijn uit 1981-1991 dat ook qua tekenstijl redelijk op de oude tentoonstelling aansluit. Typologisch zijn er tussen de twee delen van de expositie geen schokkende verschillen: in beide zitten theaters, woningbouwprojecten, winkels, onderwijsgebouwen. Architectuur heeft nu eenmaal onveranderlijke aspecten, zoals de gebruikskant en constructieve eisen. Ondanks het contrast benadrukt de tentoonstelling ook juist die lange lijnen.

Een regeringsjubileum is een rare aanleiding voor een dergelijke tentoonstelling en de selectiemethode heeft een willekeurig karakter. In beide delen van de tentoonstelling ontbraken prominente architecten. Maar Een vorstelijke tentoonstelling wérkt, dankzij de combinatie van de twee delen. En de recensent is ook maar een mens: het is gewoon lekker om weer eens een verzameling héél mooie ontwerpen gepresenteerd te krijgen.

 

• Een vorstelijke tentoonstelling tot 23 oktober in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (010/440.12.00; www.nai.nl).