Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 117 september-oktober 2005

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Belgische fotografen 1840-2005

Het Foto-Museum Antwerpen pakt deze zomer uit met een groots opgezette tentoonstelling en publicatie over de Belgische fotografie. Of liever: over Belgische fotografen. Het lijkt een verwaarloosbaar verschil, maar door de klemtoon op de fotograaf en zijn beeldproductie te leggen, verraadt dit project meteen zijn bescheiden ambitie. De toeschouwer van de tentoonstelling en de lezer van het boek worden uitdrukkelijk gewaarschuwd dat ze in deze opsomming van fotografen geen geschiedenis van de Belgische fotografie mogen zien. Wat we er dan wel in moeten lezen, is echter ook niet meteen duidelijk.

De imposante tentoonstelling, die de gehele bovenverdieping van het museum in beslag neemt, toont meer dan 300 beelden van zo’n 157 Belgische fotografen, alfabetisch gerangschikt van A tot Y. De keuze voor zo’n ordening smoort elke mogelijkheid om de bezoeker enig inzicht in de historische ontwikkeling van de Belgische fotografie te verschaffen, genadeloos in de kiem. In plaats van de transformaties en verschuivingen van genres, praktijken, scholen en stijlen nauwgezet in kaart te brengen, beperkt de tentoonstelling zich tot het presenteren van ‘opmerkelijke’ en ‘fascinerende’ beelden, gekenmerkt door hun ‘intrinsieke kwaliteiten’. Maar wat moeten wij aan met deze kakofonie van beelden, genres, en praktijken? Aangezien elke poging om zelf nog enige orde te scheppen in deze chaos gedoemd is te mislukken, rest ons enkel nog de beelden te beoordelen op hun ‘esthetische waarde’. En dat terwijl we goed weten dat zij nooit enkel op zich waardevol zijn, maar hun betekenis altijd aan een specifieke context ontlenen.

Niet alleen wordt ons niets verteld over oorsprong of bestemming van deze beelden, ook de keuzes die aan de basis liggen van dit project worden nergens toegelicht. Nochtans zou het interessant zijn om iets te vernemen over de discussies achter de coulissen, al was het maar omdat ze ons iets zouden leren over de visie van de curatoren op de Belgische fotografie. Wat we uit de uiteindelijke selectie wel kunnen afleiden, is dat de curatoren een zeer brede kijk op fotografie hebben. Niet alleen autonome fotografie, maar ook theater-, architectuur-, mode- en reclamefotografie komen regelmatig aan bod (in het boek zijn zelfs een paar medische fotografen opgenomen). Alleen wordt nergens duidelijk hoe deze genres zich ten opzichte van elkaar verhouden, welke interne evolutie ze doormaakten en welke rol ze speelden bij de uitbouw van een lokale beeldtraditie. Nogmaals, bij gebrek aan een intellectueel kader dat verklaart waarom men bepaalde fotografen wel en andere niet verkoos, blijft het onduidelijk wat deze verzameling beelden bindt. Verder dan de oppervlakkige vaststelling dat Belgische fotografen heel wat intrigerende beelden hebben geschoten, geraken we niet.

In zijn inleiding kaart Christoph Ruys, directeur van het FotoMuseum en initiatiefnemer van dit project, de invloed aan die de complexe Belgische maatschappelijke realiteit had op de concrete beeldproductie. Hij heeft het dan niet alleen over de doorwerking van nationale of regionale gevoeligheden in bepaalde fotografische praktijken, maar ook over de rol die het 19de- en 20ste-eeuwse nationalisme speelde in de ontwikkeling van de Belgische fotografie. Hoe interessant zijn opmerkingen ook mogen zijn, ze worden noch in de tentoonstelling, noch in het boek verder uitgewerkt. Uit buitenlandse voorbeelden weten we dat fotografie vaak een alliantie aanging met de heersende politieke krachten, maar hoe zat dat in België? Meteen valt ook op hoe een belangrijk deel van de vaderlandse productie over het hoofd wordt gezien. Ook de talloze anonieme beelden, vaak gemaakt door ambtenaren in opdracht van een of ander ministerie, maken immers deel uit van ons fotografisch patrimonium.

Zowel boek als tentoonstelling zijn het resultaat van een hedendaagse blik op de geschiedenis van de Belgische fotografie. Vandaag wordt een louter op kunsthistorische principes gebaseerde geschiedschrijving van de fotografie niet langer als relevant beschouwd. Nochtans blijkt precies deze benadering de concrete opbouw van tentoonstelling en boek te dicteren. Dat is des te spijtiger omdat uit de brede visie van de curatoren blijkt dat ze zo’n ‘alternatieve’ geschiedschrijving wel degelijk genegen zijn. Alleen wordt dat niet vertaald in een stevig onderbouwd tentoonstellingsconcept. Hebben we met het boek dan wel een handig werkinstrument in handen gekregen? Ja en neen. Het boek heeft minstens de verdienste de kwaliteit van de Belgische fotografie zichtbaar te maken. Dat maakt het daarom nog niet tot een standaardwerk voor een geschiedenis van de Belgische fotografie. Daarvoor hellen de (te korte) teksten vaak al te snel over naar een puur esthetische appreciatie van de foto’s (een euvel dat we ook al terugvonden in de tentoonstelling). Een gedegen analyse die de beelden in hun historische, culturele en maatschappelijke context plaatst, ontbreekt helaas. Hopelijk is dit boek dan ook niet het eindpunt van de vernieuwde interesse voor de Belgische fotografie.

 

• Belgische fotografen 1840-2005 tot 18 september in het FotoMuseum, Waalse Kaai 47, 2000 Antwerpen (03/242.93.00; www.fotomuseum.be). De gelijknamige publicatie werd uitgegeven door FotoMuseum Provincie Antwerpen en Ludion, Muinkkaai 42, 9000 Gent (09/233.48.16; www.ludion.be). ISBN 90-5544-556-8.