Kees Keijer

DE WITTE RAAF

Editie 123 september-oktober 2006

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Dutch Masters. Street Art & Urban Painting

Het GEM (museum voor actuele kunst) in Den Haag presenteert zich sinds enkele jaren als het hippe alternatief voor het wat bedaagdere Gemeentemuseum. Het gaat eigenlijk om een dependance van datzelfde museum, met een kleine staf die, lean-and-mean, reageert op de laatste ontwikkelingen in de beeldende kunst. Het model werd in Nederland eerder beproefd in Amsterdam en Leeuwarden, waar Stedelijk Museum Bureau Amsterdam en Buro Leeuwarden een min of meer vergelijkbare positie veroverd hebben. Het GEM deelt een gebouw met het Fotomuseum Den Haag en beschikt over behoorlijk wat expositieruimte. Dit maakt omvangrijke monografische tentoonstellingen of groepsexposities mogelijk.

In de tentoonstelling Street Art & Urban Painting worden vijftien in Nederland werkende kunstenaars bij elkaar gebracht die hun werk aanvankelijk vooral in de openbare ruimte presenteerden. Street Art is een kunstvorm die geworteld is in de graffiticultuur, maar het arsenaal aan gebruikte media is door de jaren heen aanzienlijk uitgebreid. Het werk kan variëren van stickers, posters, stencils en gespoten (tekst)boodschappen tot in de straat geplaatste objecten – of een combinatie hiervan. Street Art speelt zich af in de openbare ruimte, waar de makers illegaal en anoniem hun werk achterlaten voor de toevallige voorbijganger.

Natuurlijk is het niet de eerste keer dat straatkunst het museum is binnengehaald. Vooral in de vroege jaren ‘80 stonden de New Yorkse graffitikunstenaars enige tijd in de belangstelling bij galeries en musea. Behoudens enkele uitzonderingen als Keith Haring, die ook in de internationale kunstwereld furore maakte, is de belangstelling voor de graffitikunst uit de jaren ‘80 tegenwoordig echter minimaal. Het spuitwerk van de New Yorkse graffitikunstenaars leeft voort op foto’s van beschilderde metrostellen, maar diezelfde tags en pieces op canvas worden zelden uit het depot gehaald van de musea die ze destijds hebben aangekocht.

Het is dus prijzenswaardig dat het GEM het eens aandurft om een tentoonstelling te organiseren met de opvolgers van de verfspuiters van weleer. Toch levert een tentoonstelling met Street Art onmiddellijk voor de hand liggende problemen op. Wie zulke kunstuitingen binnen de muren van het museum haalt, wordt geconfronteerd met een onmogelijke spagaat. Street Art hoort per definitie thuis op straat, waar de zintuigen van de urbane mens op allerlei manieren geprikkeld worden. Het is een veranderlijke, tijdelijke kunstvorm die het moet hebben van de terloopse en ongevraagde kennismaking. In een museum krijgt zulk werk al snel een aura dat in de openbare ruimte geheel afwezig is en een totaal misplaatste indruk kan maken.

Het GEM heeft dit probleem proberen op te lossen door de kunstenaars – die overigens zonder uitzondering van het mannelijk geslacht zijn – ook buiten het museum werk te laten maken. Voor de gevel van het GEM staat een wand waarop het handschrift van elk van de heren te herkennen is, en ook in de directe omgeving werden hier en daar pieces en stickers achtergelaten. Binnen wordt de informele sfeer doorgezet door de grote ruimtes van het GEM in te delen met schotten van goedkoop plaatmateriaal. De zo ontstane hokken werden door de afzonderlijke kunstenaars van top tot teen onder handen genomen.

Dat werk gaat de street artists overigens goed af. Ze zijn technisch vaardig, hebben een handige tekenpen en een goed gevoel voor maat en compositie. Bovendien konden de jongens hun werk nu eens in alle rust op de muren spuiten, schilderen of stickeren, zonder de hete adem van oom agent in hun nek te voelen. Met andere woorden: de werken zien er over het algemeen beter doorwerkt en gedetailleerder uit dan vergelijkbare schilderingen in de openbare ruimte, waar ze noodgedwongen wat gehaaster tot stand kwamen.

Diverse deelnemers deden daarnaast een verwoede poging om in het GEM een straatsfeer te creëren. Morcky, pseudoniem van de in Italië opgegroeide en in Amsterdam werkzame Marck Galmawsky, plaatste een enorme elektriciteitspaal te midden van zijn muurschildering, die dichtbij de good old graffiti blijft. Ook het werk van Super A – volgens de catalogus heet hij in werkelijkheid Stefan en komt hij uit Goes – gaat vergezeld van elektriciteitskastjes en grijze vlekken op de muur, alsof de kunstwerken willen zeggen: kijker, waan uzelf in de buitenlucht, of in elk geval in een of andere fabriekshal, want daar horen wij thuis.

Omgekeerd konden andere street artists de neiging niet weerstaan om museale kwaliteiten aan hun werk mee te geven. Dat begint al direct bij de ingang, waar een installatie met schilderij en een gothic figuur te paard doet denken aan het werk One living, one dead van Marc Bijl. De uitvoering is echter nogal klungelig, waardoor het geheel allerminst overtuigt.

Een geslaagdere poging om de museale setting te thematiseren komt van het duo Outoforder. In een projectie tonen ze hoe ze hun muurschilderingen aanbrengen en vervolgens weer met de witkwast uitwissen. Zo benadrukken zij het tijdelijke karakter van Street Art.

Ze zijn helaas een van de weinigen die de gelegenheid hebben aangegrepen om op een of andere manier te reflecteren op de positie van Street Art in relatie tot de white cube waarin deze voor de gelegenheid wordt gepresenteerd. Dat gemis resulteert uiteindelijk in een reeks afzonderlijke hokjes die daardoor vooral functioneren als een visitekaartje voor de afzonderlijke kunstenaars.

Want dat deze kunstvorm acommercieel zou zijn, is een misvatting. De activiteiten van de deelnemers aan deze tentoonstelling richten zich nog maar nauwelijks op het maken van kunst in de openbare ruimte. De meesten van hen hebben inmiddels een succesvolle carrière als grafisch vormgever of illustrator en opereren niet of nauwelijks meer op straat. Met hun werk spreken zij een jong en commercieel interessant publiek aan en dus krijgen ze prestigieuze opdrachten van grote bedrijven. Ze werken voor tijdschriften, internetsites en de reclamewereld, maar willen zich tegelijk presenteren als jongens van de straat. Ook in de catalogus wordt het idee in stand gehouden dat we hier te maken hebben met criminele underground-artiesten. De entries over de kunstenaars gaan vergezeld van schimmige zwart-witportretten van de hoofdpersonen, die met de rug naar de camera poseren of met tegenlicht zijn gefotografeerd. Vreemd, want daarnaast worden hun werkelijke namen, woonplaats en webpagina’s vermeld, zodat hun identiteit in feite gewoon op straat ligt.

 

• Dutch Masters. Street Art & Urban Painting loopt tot en met 8 oktober in het GEM, Stadhouderslaan 43, 2517 HV Den Haag (070/338.11.33; www.gem-online.nl).