Steven ten Thije

DE WITTE RAAF

Editie 123 september-oktober 2006

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Idealcity-invisiblecities

In het Poolse Zamosc, een historisch stadje aan de Oekraïense grens, vindt deze zomer het eerste deel van de internationaal opgezette tentoonstelling idealcity-invisiblecities plaats. Het tweede deel volgt in september in Potsdam. In het oude stadscentrum van Zamosc hebben kunstenaars enkele in-situprojecten uitgevoerd in combinatie met een aantal kleine tentoonstellingen in onder andere de Synagoge, de oude Academie (nu middelbare school) en het Museum van Zamosc. De tentoonstelling met 41 deelnemers, onder wie grote namen als Sol LeWitt, Dan Graham en Carl Andre, is een interessante poging om een tentoonstellingsconcept te ontwikkelen dat een alternatief biedt voor steden die niet de financiële middelen hebben om aan de biënnalekoorts mee te doen.

Centraal in de tentoonstelling staat de relatie tussen idee en werkelijkheid, toegespitst op het veld van de stedenbouw. Zamosc en Potsdam passen mooi in dit concept omdat beide steden op verschillende punten in hun geschiedenis radicaal zijn getransformeerd aan de hand van een ideaalbeeld. Zamosc is in de 16de eeuw omgebouwd naar de humanistische principes van de Italiaanse architect Bernardo Morando en het fameuze Sanssoucie in Potsdam is geïnspireerd op de heldere ordening van Versailles. De tentoonstelling benadert deze ‘ideale’ stedenbouwkundige projecten vanuit een van de meest klassieke tradities van de moderne kunst: de eerste avant-gardebewegingen als Bauhaus en de Stijl en architecten als Le Corbusier en Oscar Niemeyer. De selectie van de kunstenaars en het soort werk maken duidelijk dat de curatoren – Sabrina van der Ley en Markus Richter – deze traditie gecontinueerd zien in het werk van de conceptuele en minimal kunstenaars uit de jaren ‘70. Hierbij kiezen ze nadrukkelijk voor werk dat niet schroomt om universele thema’s te behandelen in de op zichzelf betrokken vormentaal van de minimalisten. Deze keuze, die een bewuste reactie lijkt op de hausse aan ‘documentair’ en sociaal geëngageerd werk van de laatste jaren, is gedurfd voor een project dat zo nadrukkelijk in de openbare ruimte plaatsvindt, maar levert een aantal zeer geslaagde resultaten op.

Een mooi voorbeeld van een dergelijk werk is Columbarium van Lucas Lenglet. Op een afgebladderde binnenplaats in het oude stadscentrum, tussen een paar smalle bomen, heeft Lenglet een ronde toren van ongeveer drieënhalve meter hoogte gebouwd uit geglaceerde bakstenen. De stenen zijn zo gestapeld dat er om de twee stenen een opening van twee stenen is, een ruimte waar precies een van de vele duiven die de binnenplaats bewonen door zou kunnen. In zijn geometrische perfectie en transparant materiaalgebruik doet de bakstenen kolom aan het werk van Sol LeWitt of Don Judd denken. De vorm heeft echter niet louter een rationele achtergrond, maar is gebaseerd op het historische ‘columbarium’ (Latijns voor ‘duiventil’), een constructie die teruggaat tot de Etruskische tijd en die diende om de urnen van de laagste klasse op te slaan. De geometrische toren verandert daarmee plotseling in een rustplaats voor de goedkoopste arbeidskrachten van de huidige Europese Unie: de Polen. De toren als dodenstad.

Het is interessant om te zien hoe de gesloten perfectie van een geometrische vorm een relatie aangaat met de concrete omgeving. De ‘onwereld’ van de ideële constructie loopt geruisloos door in de reële ruimtelijke en sociale context. Die ervaring wordt elders in de tentoonstelling op andere manieren gecreëerd. Bijvoorbeeld in de film Guards van Francis Alÿs, vertoond in een bastion van de oude stadswal van Zamosc. 64 Britse koninklijke wachten wandelen in vol ornaat door het centrum van Londen om door middel van een ‘zwaan-kleef-aan’-principe uiteindelijk in een marcherend carré naar een brug toe te lopen. Vogelperspectief wisselt af met het grondperspectief van de koninklijke wachten, waardoor we de ene keer tinnen soldaatjes in strategische blokken over een ideaal speelveld zien schuiven en de andere keer een blik krijgen op de onoverzichtelijke wereld van de individuele soldaat. Door het gebruik van irreële of contrasterende perspectieven brengt de tentoonstelling op meerdere momenten de wissel van ‘ideaal’ naar ‘concreet’ in beeld. Het onwezenlijke van het ideaal is zodoende vaak niet een discursief eindpunt van een redenering, maar een bijtende, lichamelijke ervaring. Hiermee sluit de algemene tendens van het werk aan op de fenomenologische en gestaltpsychologische interessen van de jaren ‘70 bij LeWitt, Graham of Andre, waarvan werk op anekdotische wijze in de tentoonstelling vertegenwoordigd is. Opmerkelijk hierbij is dat hedendaagse deelnemers als Lenglet en Alÿs eveneens de traditie en sociale context vanuit dit perspectief benaderen. Ze continueren op deze wijze niet enkel de benadering van conceptuelen en minimalisten, maar verrijken haar met nieuwe thematieken en methodes.

De tentoonstelling is zeer consequent en nauwkeurig opgezet, voorzien van een mooi vormgegeven catalogus, maar vertoont één groot minpunt: het gebrek aan informatie ter plekke. Voor de enkele niet-Poolse bezoeker die de moeite neemt om dit groots opgezette, maar niet groots geëtaleerde kunstproject te bezichtigen, is het moeilijk te achterhalen wat de ingangen of openingstijden van enkele ruimtes zijn. De in het Engels aangekondigde gids blijkt enkel Pools te spreken en de jonge suppoosten lijken weinig affiniteit te hebben met de werken die ze bewaken. Op verschillende momenten besluipt het gevoel je dat de tentoonstelling voornamelijk voor de feestelijke opening is opgebouwd en daarna aan zijn lot is overgelaten. Het is jammer, want deze kwalitatief hoogstaande tentoonstelling had een stevig evenement kunnen worden. Vooral het ontbreken van Duitse bezoekers bij dit Poolse-Duitse project is wonderlijk en betreurenswaardig. Hopelijk is voor het tweede deel in Potsdam meer budget beschikbaar voor publiciteit en ‘nazorg’.

 

• Idealcity-invisiblecities liep tot 22 augustus in Zamosc en loopt van 9 september tot 29 oktober in Potsdam. Meer info op www.idealcity-invisiblecities.org.