Hinrich Sachs

DE WITTE RAAF

Editie 124 november-december 2006

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Lee Lozano

De Amerikaanse Lee Lozano (†1999) staat opnieuw in de belangstelling, en dat is een aangename verrassing. In 2001 besteedde het kunstenaarsduo Bik Van der Pol aandacht aan de meest markante geste van Lozano als kunstenaar: de beslissing anno 1971 om zich uit de kunstwereld terug te trekken en haar leven elders verder te zetten. Wat later was Lozano’s werk te zien in de tentoonstelling Kurze Karrieren (Museum voor Moderne Kunst, Wenen, 2004) en onlangs opende in de Kunsthalle Basel, parallel met de vernissage van Art Basel, een eerste retrospectieve presentatie onder de titel Win First Dont Last. Win Last Dont Care. Ondertussen is de tentoonstelling te zien in het Van Abbemuseum in Eindhoven, en wordt er opnieuw over de kunstenaar Lozano geschreven (Frieze Art Magazine publiceerde onlangs een essay getiteld On ‘E’).

De zeer gedetailleerde tentoonstelling laat toe om het heterogene maar intense oeuvre van Lee Lozano – tekeningen, schilderijen en tekstwerken over een tijdspanne van tien jaar – aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen.

In de Kunsthalle Basel werd geopteerd voor een achronologische presentatie, wellicht vanwege de complexe ruimtes – de tentoonstelling moest worden verdeeld over het circuit op het gelijkvloers en de bovenlichtzaal. Die keuze is voor een deel te begrijpen, maar heeft ook problematische consequenties. Door de compacte potpourri van vroege, late en laatste werken, door het mixen van werkgroepen en media (schilderijen op doek naast gelige notablaadjes in plexikasten enzovoort) was het moeilijk om de innerlijke logica en toenemende radicalisering van Lozano’s werk op te merken, en vooral om de historische betekenis ervan te vatten.

Twee aspecten worden zo – gewild of ongewild – aan het zicht onttrokken. Ten eerste wordt Lozano’s werk als een historisch oeuvre bekeken dat zonder meer stopt bij haar laatste en ultimatieve Dropout Piece (1971). Maar haar afscheid van de toenmalige kunstwereld betekent niet dat ze automatisch uit het kunstdiscours verdwijnt, zoals de presentatie nochtans suggereert. In een actueel en lezenswaardig essay Turn In, Turn On, Drop Out: the Rejection of Lee Lozano toont Helen Molesworth aan dat de ‘grote’ artistieke gestes van Lee Lozano – zoals Decide to Boycott Women en Dropout Piece – perfect passen in het huidige kunstdiscours. De extreme, radicaal negatieve statements van Lozano zijn bijdragen tot de kunst. Het einde dat de Piecesarticuleren, is een open einde dat tot haar dood in 1999 ‘voortduurt’. De presentatie in Basel verhulde dat Lozano zelf ook koos voor de artistieke vorm van een bewust gearticuleerd en open einde; doordat de tentoonstelling dit negeerde, stelde zij het werk gelijk met zijn materiële bestaan, en moffelde zij de discursiviteit van de Pieces weg.

Het uitwissen van dit open einde werd in Basel nog versterkt door een merkwaardig detail: nergens werd naar de sterfdatum van Lee Lozano verwezen. Wie minder goed geïnformeerd was, kon denken dat Lozano in 1971 gestorven was – de datum van haar laatste werken. Overigens besteedt ook de catalogus weinig aandacht aan de tijdspanne tussen 1971 – het jaar van Lozano’s uittrede – en haar dood in 1999.

Het Van Abbemuseum respecteert de museale codes van de retrospectieve met een beknopt informatiepaneel aan het begin van de eerste zaal. De presentatie is chronologisch opgevat en een stuk ruimer dan in Basel, waardoor de aandacht gespreid wordt. Lozano’s middelgrote en grotere doeken krijgen een royale en centrale plaats. Daarbij wordt een verschuiving zichtbaar van de lichamelijke maat van haar doeken van midden jaren ’60, naar de intieme maat van de hand bij de tekstwerken op het einde van het decennium. Toch werkt de laatste zaal, met de verzamelde tekstwerken op papier, onder gedempt licht, als een breuk met de hele rondgang, bijna als een trage uitloper. Opnieuw wordt verhuld dat Lozano’s werk op haar uittrede is toegespitst.

Zou Lozano deze ensceneringen hebben onderschreven? Beide presentaties – in Basel en in Eindhoven – kunnen worden opgevat als een uitnodiging tot een ahistorische en tijdloze lectuur. Daarmee wordt ook de actuele modus operandi van de tentoonstellingsmakers verzwegen: de vraag ‘waarom nu Lozano?’ en ‘waarom op die manier’?

De tentoonstelling is het bekijken waard, maar ze draait om cruciale kwesties heen; nog zo’n kwestie is bijvoorbeeld de vraag hoe men kunst vanuit het standpunt van het persoonlijke en maatschappelijke leven kanwaarderen (zonder die perspectieven meteen in kunstcategorieën onder te brengen). Het representeren van dit uitdagende en nog steeds radicale perspectief, in een hedendaagse context: dat had de inzet van deze tentoonstelling moeten zijn. Afgezien daarvan had men het werk, in kunsthistorisch opzicht, preciezer moeten contextualiseren, in plaats van het ahistorisch glad te poetsen – met het oog op de kunstmarkt?

In de catalogus stoort vooral het gebrek aan kunsthistorisch vergelijkingsmateriaal. De tekeningen van Lozano uit de eerste helft van de jaren ’60 hoeven niet als persoonlijke obsessies te worden gepresenteerd; het is interessant om ze naast de sexueel geconnoteerde machinefantasieën van Konrad Klapheck of naast het symbolisch poprealisme van Larry Rivers te plaatsen. Lozano’s gebruik van taal als materiaal vraagt dan weer om een confrontatie met contemporain conceptueel werk, in het bijzonder dat van Lawrence Weiner, Ian Wilson en Adrian Piper.

Het feit dat het hele verhaal van Lozano’s uittrede én verdere leven irrelevant wordt bevonden, versterkt de mythologisering van het beschikbare werk. Als we te rade gaan bij Lozano zelf en de additional hanging instructions bekijken uit haar lucide solotentoonstelling Infofiction – in het jaar van haar uittrede – dan moeten we een achteruitgang constateren ten opzichte van de reflexieve tentoonstellingspraktijken van de jaren ’70.

Het was Lozano die zich, samen met enkele andere kunstenaars, interesseerde voor een inversie van de dominante logica van de kunst(wereld). Doel was om de avant-garde nog te overtreffen, teneinde haar ad acta te kunnen leggen, en daar de consequenties uit te trekken. Die consequenties moeten opgemerkt, erkend, tentoongesteld en besproken worden. Met een ongedateerde notitie: “Cosmic humour turns all games on end.”

(vertaald uit het Duits)

• Lee Lozano, Win First Dont Last. Win Last Dont Care, nog tot 7 januari 2007 in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven (040/238.10.00; www.vanabbemuseum.nl).