Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 124 november-december 2006

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Robert Rauschenberg. Combines

Het dichten van “the gap between life and art” beschouwde Robert Rauschenberg (Port Arthur, Texas, 1925) als de belangrijkste opdracht van de kunstenaar. Het niemandsland tussen het leven en de kunst werd opgevuld met wat hij zelf bestempelde als Combines. Een bescheiden tentoonstelling – blijkens de catalogus gaat het hier om een afgeslankte versie van wat eerder in Los Angeles te zien was – toont aan hoe hij op enkele jaren tijd, vanuit het abstract expressionisme midden jaren ’50 via de collage en de readymade in het begin van de jaren ’60, evolueerde naar ruimtelijke constructies. Door gebruik te maken van herkenbare beelden uit de populaire cultuur annonceerde hij zowel het einde van de abstracte kunst als het begin van de pop art. Pollock overleed in 1956, Warhol debuteerde in 1961. En toch blijven de schilderkunstige manipulatie van de kleur, de rijke textuur van het oppervlak en de picturale kwaliteiten van de materie de belangrijkste karakteristieken van zijn werk.

De Combines zijn zowel schilderij als sculptuur en tegelijk geen van beide. Ze combineren niet alleen schilder- en beeldhouwkunst, maar ook geluid, beweging en elementen uit de werkelijkheid zoals opgezette dieren, autobanden en beelden uit de populaire media. Ze zijn eerder ‘echt’ dan ‘mimetisch’. De eerste ideeën hieromtrent ontstonden reeds aan het Black Mountain College, een experimentele kunstschool die door Joseph Albers, die in 1933 Duitsland en het Bauhaus verlaten had, in North Carolina was opgericht. Albers leerde zijn studenten niet alleen ‘kijken’, hij liet hen ook werken met de combinatie van de meest diverse materialen. Zijn uitgangspunt was dat “two elements in conjunction form a third or even fourth element. The result should generate at least one special relationship.” Combine, niet alleen van materialen maar ook van disciplines, was zowat de pedagogische doctrine van het Black Mountain College. Het is ook hier dat Rauschenberg aansluiting en samenwerking vond met de componist John Cage en de danser Merce Cunningham, die in de verdere evolutie van zijn werk een belangrijke rol spelen. Hij componeerde ook soundscapes voor zijn installaties en trad zelf op als danser. Het decor dat hij in 1954 maakte voor Cunninghams Minutiae is een van de vroegste voorbeelden van Combine.

Ondanks de op het eerste gezicht arbitraire ‘ontmoetingen’ van zeer verschillende objecten en materialen, hebben deze werken een sterk autobiografisch karakter. De gebruikte meubel- en kledingstukken hebben een sentimentele waarde en de vele foto’s en tekstfragmenten zitten vol met persoonlijke verwijzingen en seksuele connotaties. Sommige werken waren het resultaat van een performance of deden dienst als environment voor een happening. Voor Monogram (1955-1959), ongetwijfeld zijn meest radicale Combine, gebruikte hij een van zijn eigen schilderijen als voetstuk voor een opgezette angorageit. Om haar middel bevestigde hij een autoband. Ondanks het grote ‘mimetische’ gehalte van de Combines, ontsnappen zijn werken niet aan hun symbolische betekenis. De geit zou staan voor de seksuele driften, de autoband voor een lichaamsopening (naar keuze) en het geheel voor het mannelijk libido.

Dat deze tentoonstelling ook Parijs aandoet is een bijzonder evenement. Het was namelijk Rauschenberg die ervoor zorgde dat de hegemonie van de Franse kunst in 1964 werd opgeheven. In dat jaar won hij als eerste Amerikaanse kunstenaar de grote prijs voor schilderkunst op de biënnale van Venetië met werken die aan deCombines schatplichtig zijn. De gedoodverfde winnaar was de 78-jarige Franse lyrisch abstracte schilder Roger Bissière. Hij moest het onderspit delven tegen de 39-jarige Rauschenberg.

Opvallend is de aangename frisheid van deze werken, die er vijftig jaar na datum uitzien alsof ze gisteren gemaakt werden. Anderzijds is de esthetiek van de collage en de assemblage, evenals de gestuele verfaanbreng, hopeloos gedateerd. Robert Rauschenberg. Combines is historisch gezien een boeiende tentoonstelling, maar of ze vandaag voor de hedendaagse creatie even pertinent is als vijftig jaar geleden is zeer de vraag. Interessant is de gelijktijdigheid met de Yves Kleintentoonstelling, die exact dezelfde periode, 1955-1962, omspant. Al is de esthetiek van zijn monochromen om andere redenen gedateerd, zijn positie als kunstenaar blijft zeker wel actueel.

• Robert Rauschenberg. Combines tot 15 januari in het Centre Pompidou, Place Georges Pompidou, 75004 Parijs (01/44.78.12.33. www.centrepompidou.fr).