Dorine Van Hoogstraten

DE WITTE RAAF

Editie 125 januari-februari 2007

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Domestic Landscapes

Bert Teunissen in Huis Marseille

In principe kan alles een woning zijn, of het nu een grachtenpand is of een grot, een kartonnen doos of een rijtjeshuis. Zodra een mens ergens gaat wonen, promoveert die plek tot woning. De vraag is: wat maakt een huis tot thuis? Zit dat in meubels, kleuren, geuren, geluiden, lichtval of in de andere mensen die er ook wonen? Het antwoord van fotograaf Bert Teunissen is veelomvattend: een woning is een landschap, eendomestic landscape. Met dezelfde complexiteit die een gebied tot een landschap maakt. Het samenstel van objecten, mensen en zintuiglijke waarnemingen maakt een huis tot thuis, en Teunissen heeft geprobeerd dat vast te leggen.

Teunissen (geboren in Ruurlo, 1959) fotografeerde tien jaar lang interieurs met hun bewoners in diverse Europese landen. Hij maakte ongeveer 250 foto’s, waarvan een deel nu geëxposeerd wordt in Huis Marseille, een fotomuseum dat gevestigd is in een statig herenhuis op de Amsterdamse Keizersgracht. Op iedere foto is een kamer te zien zonder kunstverlichting. Alleen daglicht en soms een haardvuur verlichten de ruimte. De mensen op de foto’s kijken doorgaans frontaal in de camera, de gezichten staan neutraal tot ernstig, vrijwel niemand lacht. Huisdieren en kinderen zijn zelden aanwezig, de meeste foto’s hebben een oude man en/of vrouw in de hoofdrol. Ze poseren voor de fotograaf, met wie ze zojuist een praatje hebben gemaakt; zijn koffiekopje staat in veel gevallen nog op tafel.

De interieurs zijn over het algemeen proper en sober. Ze zijn door de bewoners ingericht met een keur aan meubels, foto’s, prenten, souvenirs, religieuze beeldjes en servies. Geen Ikea, Coca Cola of Disney in deze woningen, maar spullen die de bewoners door de jaren heen verzameld en gekregen hebben, die nodig waren of die ze kochten omdat ze ze leuk vonden. De meubels zijn niet op elkaar afgestemd en daardoor zijn de interieurs heel persoonlijk en heel verschillend. Tegelijk lijken ze ook op elkaar: op elke tafel ligt een tafelkleed en overal staat er òf een kachel òf een televisie centraal.

Een deel van de foto’s is op panoramaformaat geschoten en groot afgedrukt. De laatste jaren is Teunissen vaker op vierkant formaat gaan fotograferen, met een heel ander soort foto’s tot gevolg. De panoramafoto’s laten veel interieur zien en minder prominent de bewoner, waardoor het idee van het domestic landscape goed overkomt. De vierkante foto’s zetten de bewoner centraal en worden daardoor meer karakterstudies.

Op een audiotour bij de tentoonstelling heeft Teunissen niet alleen een toelichting op het totale project ingesproken, maar vertelt hij ook de verhalen bij een aantal foto’s. Dit noemt hij domestic stories. Ze gaan over een gepensioneerde Portugese die dolgelukkig was met een tweekamerwoninkje naast het huis van haar beste vriendin; over een man die na lange tijd terugkeerde naar zijn geboortegrond om op kleine schaal streekeigen producten te gaan maken; over een oud Spaans stel dat volmaakt tevreden was met wat chorizo, kaas en wijn in het voorraadkastje van hun piepkleine woning. Verhalen die druipen van de nostalgie, van een verlangen naar een eenvoudig en puur leven. De basis van de nostalgie ligt in zijn jeugd, zo vertelt Teunissen in zijn introductie op de tentoonstelling. Als kind werd hij teleurgesteld toen zijn ouderlijk huis na een grondige verbouwing totaal veranderd bleek. De vertrouwde lichtval en sfeer waren verdwenen. Sindsdien jaagt hij de sfeer en lichtval van zijn oude woning na en als hij ergens een glimp ziet van zijn herinnering, wil hij fotograferen. Dat blijkt een sterke drijfveer, aangezien het hem tien jaar aan de slag heeft gehouden. Hij zocht naar huizen waar de veranderingen van het daglicht nog het levensritme van mensen bepaalt.

Omdat in de introductie gemeld wordt dat Teunissen “met spijt constateert dat door globalisering de authentieke manieren van leven verdwijnen en dat mensen die een sterke band met hun geboortegrond hebben, dreigen uit te sterven”, neem je als bezoeker aan dat hij deze interieurs zo aantrof. Hij documenteert wat dreigt te verdwijnen. Dat betekent dat hij lang moet hebben gezocht naar de juiste plekken. Bij het kijken naar de foto’s vraag je je soms af hoe hij de selectie heeft gemaakt. In de queeste naar het levensritme van zijn jonge jaren heeft Teunissen zijn grootformaatcamera vooral neergezet in woningen van mensen die het niet breed hebben. Knappe jonge mensen met hippe designmeubels kwamen niet in aanmerking.

Het daglicht van één kant geeft de beelden een soort Vermeer-sfeer, maar dan op een hedendaagse, meer directe manier. De producten van Teunissens zoektocht zijn uiteindelijk indringend, maar vooral ook esthetisch. Het zijn subjectieve, persoonlijke beelden die de fotograaf ons voorhoudt. Omdat de foto’s achter spiegelend glas zijn ingelijst en vaak grote schaduwpartijen hebben, ziet de beschouwer regelmatig zichzelf weerspiegeld. De mensen op de foto’s kijken in de lens en de beschouwer ziet zichzelf en wordt even binnengelaten in de woning van vreemden. En hoewel we behoorlijk wat gewend zijn van de televisie, waar iedereen bij iedereen in de slaapkamer kan kijken, zijn deze beelden bij vlagen pijnlijk privé. Teunissen houdt ons – bedoeld of onbedoeld – spiegels voor met zijn domestic landscapes.

• Domestic Landscapes. Bert Teunissen in Huis Marseille tot 4 maart in Huis Marseille, Keizersgracht 401, 1016 EK Amsterdam (020/531.89.89; www.huismarseille.nl).