Indira Van 't Klooster

DE WITTE RAAF

Editie 125 januari-februari 2007

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Over beeld en geluid. Jaap Drupsteen en Neutelings Riedijk Architecten

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid herbergt ongeveer zeventig procent van het audiovisuele materiaal dat in Nederland sinds 1896 werd geproduceerd, en de grootste muziek- en filmverzameling van Nederland. Een geschikt gebouw voor het Instituut bestaat dan ook grotendeels uit depot- en archiefruimte, zonder daglicht en met precies gedefinieerde klimatologische condities. Ongeveer de helft van het programma (en al het materiaal) is daarom ondergronds gesitueerd, maar ook het bovengrondse deel omvat een grote ruimte zonder daglicht: de Beeld en Geluid experience, over de media van toen en nu.

Zo bezien is de gevel van groot belang. Want hoe krijgen al die ruimten zonder ramen een aantrekkelijk gezicht naar de buitenwereld? Neutelings Riedijk Architecten haalde Jaap Drupsteen (°1941) erbij. Drupsteen is een van Nederlands bekendste onbekende ontwerpers. Alle Nederlanders hebben een paspoort naar zijn ontwerp op zak, heel Nederland betaalde tot de invoering van de euro met door hem ontworpen briefgeld (de kievit, de vuurtoren), en velen herinneren zich de leaders voor KRO’s Sport op Zaterdag (1980), Den Haag Vandaag (1980) of Kunstmest (1993). Maar eigenlijk is hij vooral een kunstenaar op het snijvlak van beeld en geluid.

Museum Hilversum heeft naar aanleiding van de opening van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid een dubbelportret gemaakt van de architect en de kunstenaar. Vijftien maquettes, als fonkelende diamanten op zwart fluweel, tonen de context van het werk van de architect. Prachtig, maar bekend terrein. Het is vooral de tentoonstelling over Drupsteen die de nieuwste aanwinst in het Hilversumse Mediapark een extra dimensie geeft. Het merendeel van de expositie bestaat uit televisiefragmenten die Drupsteen zelf van commentaar voorziet. De bewegende beeldcollages stammen uit de jaren ’70, maar zijn – hoewel gedateerd gezien de technische mogelijkheden – nog altijd fascinerend om naar te kijken. Typerend voor zijn manier van denken is zijn commentaar op een van zijn dierbaarste producten: Hertejoch Zanker uit 1983. “Het is een animatie over iemand die schrijft aan een tafel en wat hij schreef meteen daarna weer weggooide. Dat was het hele verhaal, maar het is bijzonder omdat het kunst is die tot stand komt met de maakmiddelen van televisie. Kunst op een televisionaire manier.”

Vooral muziektelevisie leent zich daarvoor. “Muziektelevisie is een wereldwijd probleem. Een spelend orkest op de elektronische glazen buis is een groep kleine poppetjes. Camera’s gaan dan maar op zoek naar details. Dat leidt al decennialang tot clichés als vingers op snaren, monden blazend op pijpen, brillen, neuzen en haardossen. Beelden die eerder afleiden dan de aandacht concentreren op muziek. TV moet beter laten ZIEN wat we HOREN”, zegt Drupsteen op zijn website. Voor De BV Haast Show (1977) gebruikte hij schilderijen van de 16de-eeuwse architect en schilder Vredeman de Vries als basis voor een virtueel driedimensionaal decor voor een orkest (het Willem Breuker Kollektief). Echte mensen gevat in surreële beelden, die desondanks een ‘onontkoombare illusie’ bieden. Hetzelfde effect is waarneembaar in de Doe Maar Special (1988), waarvoor hij de liedteksten visualiseerde in beeldcollages waarin de popartiesten figureerden, opdat het beeld geen eendimensionale illustratie werd bij de liedjes.

Ook in zijn eigen composities zijn beeld en geluid verweven. Sinds een aantal jaar werkt hij aan een connectiesysteem tussen beeld en geluid, om beeld en geluid op elkaar te kunnen afstemmen binnen de maatvoering die in muziek gebruikelijk is. Met zijn band Tom Push, een audiovisueel combo, ontwerpt hijmotion graphics, waarin soundtrack en animaties als virtuele ritmesectie de live spelende musici begeleiden. Soortgelijke animaties maakt hij ook bij klassieke muziek, bijvoorbeeld voor het Holland Festival. Dat gaat zover dat de startmomenten van de video’s in de partituren vermeld staan. De dirigent kan zelf bepalen wanneer ze gespeeld worden, in welke snelheid en met welke intensiteit. Zo kunnen beweging en geluid van twee kanten worden beïnvloed, een voorwaarde voor de synthese die Drupsteen nastreeft. “Muziek en geluid moeten zich hechten aan het beeld, alsof het beeld het geluid veroorzaakt.”

Met recht dus werd Drupsteen gevraagd om de gevels van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid inhoud te geven. De opdracht van Neutelings Riedijk luidde: “Gebruik beelden uit het archief en bewerk ze zodanig dat het gebouw uitbundig gekleurd wordt en toch monumentaal blijft. Voorkom dat het gebouw een grote kiosk wordt.” Dat heeft geleid tot een selectie van 748 beelden uit allerlei tijdperken en genres die de Nederlandse televisie rijk is. Vervolgens zijn de beelden bewerkt. De stills vervloeien in horizontale richting, de kleurintensiteit is opgevoerd en tot slot komt het originele beeld in glasreliëf weer terug. Dat alles in één technische handeling: pigmentpoeders, glasplaat en mal gingen tegelijkertijd de oven in. Het resultaat is een doorlopende lus van beelden die de Nederlandse televisiegeschiedenis verbeeldt, alsook een nieuwe interpretatie van het fenomeen kunst op een televisionaire manier.

• Over beeld en geluid tot en met 6 mei in Museum Hilversum, Kerkbrink 6, 1211 BX Hilversum (035/629.28.26; www.museumhilversum.nl en http://portal.beeldengeluid.nl).