Steven ten Thije

DE WITTE RAAF

Editie 125 januari-februari 2007

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

I.p.v. Mashkov

Het Gemeentemuseum in Den Haag laat deze maanden een selectie zien van werk dat recentelijk is aangekocht binnen het nieuwe ‘ontzamelingsbeleid’. Een dergelijke beleidsoptie houdt in dat musea werken uit de eigen collectie verkopen die geruime tijd in het depot hebben gezeten, om met de opbrengst werk aan te kopen dat een grotere expositiewaarde heeft. De meest opmerkelijke verkoop van het Gemeentemuseum in deze context is een bloemstilleven van de Russische schilder Ilja Mashkov (1884-1944). Dit werk leverde het museum ruim 3 miljoen euro op. Het is het enige afgestoten werk dat als fotoreproductie te zien is op de tentoonstelling.

Voor een ontzamelingsbeleid wordt gekozen omdat het meer dynamiek in de collectie zou brengen, die hierdoor geen statische accumulatie van aankopen is, maar een open geheel. Het museum kan zich zodoende op uitgesproken wijze herprofileren. Ten tweede geeft men zo gehoor aan de al jaren klinkende oproep om kunst zoveel mogelijk uit de depots te houden. Door een museum de mogelijkheid te geven om ongewenste werken ‘in te wisselen’ voor werk dat beter aansluit bij het huidige expositiebeleid, nemen de mogelijkheden om de collectie te exposeren toe.

De vrijheid om een collectie deels te herscheppen brengt wel het gevaar met zich mee dat de historische complexiteit van de collectie verloren gaat. Een museale verzameling is meer dan louter een groep werken. Het is tevens een historisch ‘document’ dat inzicht geeft in de kunstgeschiedenis in concrete zin. Een museale collectie is een levend archief, dat als doel heeft om zichzelf op anachronistische wijze te actualiseren. Dat houdt de mogelijkheid in om werken die op een eerder moment zijn aangeschaft te confronteren met de museale werkelijkheid van vandaag.

Bij de tentoonstelling in het Gemeentemuseum spelen dergelijke overwegingen echter een marginale rol. De lijst van afgestoten werken is overigens niet echt spectaculair. Het overgrote deel bestaat uit 19de- en vroeg 20ste-eeuwse werken van schilders die vaak allang in de vergetelheid zijn geraakt. De verkoop heeft iets weg van een zolderopruiming en had zonder het stilleven van Mashkov weinig opzien gebaard.

In de presentatie van de nieuw aangekochte werken is de kans gemist om te reflecteren op de rol van de collectie en de relatie die zij tot de concrete ruimte van het museum heeft. Van Krimpen, bekend om zijn zakelijke en marktgerichte benadering van kunst, is wars van theorie. Hij opteert voornamelijk voor klassieke media als schilderkunst en fotografie en hij biedt het publiek zonder veel opsmuk zijn keuzes aan. De namen variëren van grootheden als Andy Warhol, Jörg Immendorff, Markus Lüpertz, Frank Stella, Rineke Dijkstra en Thomas Ruff tot jongere kunstenaars als Tjebbe Beekman, Sebastian Gögel, Matthias Weischer, David Schnell, Michael Kirkham en Hadassah Emmerich.

In de schilderkunst lijkt daarmee de nadruk te liggen op technisch imposant werk met complexe narratieve composities en verwijzingen naar de geschiedenis van de schilderkunst. Oeuvres die een reflectie bieden op het medium, bijvoorbeeld op de spanning tussen materiaal en inhoud, zijn ondervertegenwoordigd. Veelzeggend in dat opzicht is dat wel werk van Immendorff, Lüpertz en A.R. Penck werd aangekocht en niets van Gerhard Richter, Sigmar Polke of Blinky Palermo. Van Krimpens voorkeur lijkt uit te gaan naar de meer klassieke, expressionistische kunst van deze generatie.

Dit neemt niet weg dat Uzlany II, het recent aangekochte werk van Frank Stella, een bijzondere aanvulling is op de collectie. Het werk, dat zich voorzichtig uitstrekt in de ruimte en breekt met het platte vlak van het schilderij, is een sleutelstuk in het oeuvre van Stella. Ook Schade, dass Wols das nicht mehr miterleben darfvan Martin Kippenberger is een mooie aanwinst. Het werk is een ode van de jonge Duitse schilder aan zijn landgenoot en collega-kunstenaar Wols (eigenlijk Alfred Otto Wolfgang Schulze) die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Parijs zwierf en snapshots maakte met een uitzonderlijke aandacht voor het onbeduidende. Dergelijke werken vullen de leegte op die achterblijft na het vertrek van Mashkov.

• i.p.v. Mashkov loopt tot 25 maart in het Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, 2517 HV Den Haag (070/338.11.11; www.gemeentemuseum.nl).