René Gabriëls

DE WITTE RAAF

Editie 127 mei-juni 2007

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

De januskop van de intellectueel

In het televisieprogramma Keek op de Week (1989-1993) parodieerde dr. Remco Clavan (gespeeld door Kees van Kooten) de Oost-Europa-expert. Dr. Clavan staat voor de expert die vaak op televisie te zien is en met veel omhaal een nietszeggend commentaar geeft op de actualiteit. De meest gevleugelde woorden van deze tv-expert zijn: “Zelfs ik weet het niet, kun je nagaan!”

Pakweg de laatste twintig jaar hebben experts als Dr. Clavan in de Nederlandse media een steeds prominentere plaats ingenomen. Maar ook de experts die niet in de openbaarheid treden hebben een enorme opmars gemaakt. Denk alleen maar aan al die parlementaire commissies waar experts politici bijstaan om besluiten te kunnen nemen over ingewikkelde kwesties.

Hoewel de opkomst van tv-experts à la Clavan iets van de laatste decennia is, drukken experts al veel langer hun stempel op de samenleving. Een van de belangrijkste verklaringen hiervoor is dat wetenschap en techniek tot de belangrijkste productiekrachten van de samenleving zijn gaan behoren. De expertise van wetenschappers en technici is onontbeerlijk om de motor van het kapitalisme draaiende te houden, omdat ze bijdraagt aan het oplossen van praktische problemen en voor belangrijke innovaties zorgt. Een andere verklaring voor de opkomst van experts is dat de samenleving in de loop van de tijd zo complex geworden is dat de kennis van wetenschappers en technici onontbeerlijk is om greep te krijgen op het maatschappelijke reilen en zeilen.

De toenemende invloed van experts heeft een enorme impact op de samenleving. Ze heeft de asymmetrieën van de driehoeksverhouding tussen burgers, politici en experts op scherp gezet. Neem de relatie tussen experts en politici. Omdat politici als gekozen volksvertegenwoordigers dikwijls onvoldoende kennis bezitten om over een ingewikkelde kwestie een verantwoord besluit te kunnen nemen, huren ze dikwijls experts in. Zelfs volksvertegenwoordigers die zich in een bepaald thema verdiept hebben, de zogenaamde fractiespecialisten, kunnen het niet stellen zonder experts. Hoewel zij door hun partij min of meer gedwongen worden om over alle politieke kwesties een besluit te nemen, kunnen ze in een complexe samenleving slechts van enkele kwesties verstand hebben. Daarom vormen niet de kennis en het geweten van parlementsleden de leidraad bij hun besluiten, maar zijn ze afhankelijk van de kennis van experts en de loyaliteit van deze experts ten opzichte van de partij.

Omdat de discrepantie tussen de feitelijke kennis van volksvertegenwoordigers en de kennis die zij zouden moeten hebben om een weloverwogen besluit te kunnen nemen is toegenomen, hebben experts steeds meer macht gekregen om een probleem op een specifieke wijze te definiëren en in het verlengde daarvan bepaalde oplossingen te suggereren. Of het nu over de gezondheidszorg, de verandering van het klimaat of de arbeidsmarkt gaat, op al deze terreinen hebben politici hun hulp nodig.

Burgers die politici kritisch willen volgen en zich over bepaalde maatschappelijke vraagstukken goed willen informeren zijn afhankelijk van experts die zich, zoals Dr. Clavan, in de media tot hen richten. In Nederland zijn sommige instituten, bijvoorbeeld het Instituut Clingendael, hofleveranciers van zulke experts. Dikwijls mobiliseren politici experts om ervoor te zorgen dat burgers de voorgenomen besluiten accepteren. Wanneer burgers hun politieke voornemens niet accepteren, wijten zij dit dikwijls aan een gebrek aan kennis. De door politici op poten gezette voorlichtingscampagnes (zoals Postbus 51) zijn gebaseerd op de veronderstelling dat de scepsis van burgers over bijvoorbeeld gentechnologie en Europa terug te voeren is op onwetendheid. Het is de taak van de expert om aan hun onwetendheid een einde te maken. Indien burgers de kennis van de experts zouden hebben, zo de redenering, dan zouden ze de gentechnologie en Europa omarmen.

Vanwege hun invloed op de meningsvorming hebben experts deels de plaats ingenomen van de traditionele intellectueel. Dat betekent niet dat zij een intellectuele rol vervullen. Immers, het klein aantal experts dat in het openbaar optreedt, is zelden kritisch. De media verwachten dat ook niet van hen. Zij willen dat experts zeggen hoe het is en niet dat ze, zoals het een intellectueel betaamt, de opvatting van anderen onderuithalen of op grond van normatieve principes de status-quo kritiseren.

De mediagenieke expert is meestal een positivist, iemand die uitstraalt dat hij uitsluitend geïnteresseerd is in het presenteren van harde feiten. Normatieve uitspraken over hoe de werkelijkheid eruit behoort te zien, zijn niet aan hem besteed. Daarom zijn de meeste Clavans geen intellectueel.

Ook al is niet elke intellectueel een expert en andersom niet elke expert een intellectueel, ze hebben wel dezelfde januskop. De ene kant van Janus zegt dat intellectuelen en experts voor ideeën leven en de andere kant dat ze van ideeën leven. Ze leven voor ideeën als waarheid en rechtvaardigheid wanneer zij in de openbaarheid de leugens van politici omtrent de oorlog in Irak aan het licht brengen of de groeiende kloof tussen arm en rijk veroordelen. Maar ze leven ook van hun ideeën omdat ze status en macht ontlenen aan datgene wat ze zeggen en schrijven, en er soms ook een goede boterham aan overhouden. Het is belangrijk om beide gezichten van Janus voor het voetlicht te brengen. Omdat dat al voor intellectuelen is gedaan – denk aan de kritische beschouwingen over de fellow travellers – is het zinvol om dat ook voor experts te doen. Het is vooral de door de politiek geruggensteunde macht van experts die kritisch onder de loep moet worden genomen. Dit is bij uitstek een taak voor intellectuelen.

Intellectuelen zouden hun pijlen moeten richten op twee tekorten die kenmerkend zijn voor de driehoeksverhouding tussen burgers, politici en experts. Allereerst een democratisch tekort. De invloed die experts op politici hebben, wordt grotendeels aan het zicht onttrokken en kan niet of nauwelijks worden gecontroleerd. Voorts is er een tekort aan contra-expertise. Het is goed wanneer tegenover de expertise van wetenschappers en technici de contra-expertise van andere wetenschappers en technici wordt geplaatst, zodat burgers en politici een genuanceerde mening kunnen vormen en er weloverwogen besluiten worden genomen.

Tegen deze achtergrond is het van groot belang dat intellectuelen het deels aan de Clavans verloren terrein heroveren, ervoor zorgen dat de meningen van politici en experts niet onweersproken blijven. Niet alleen de democratie maar ook de oplossing van complexe vraagstukken is gebaat bij een grote diversiteit aan visies. Zonder meerstemmigheid gaat niet alleen de kwaliteit van de menings- en besluitvorming omlaag, maar zullen er ook geen intelligente oplossingen voor de grote politieke problemen van deze tijd worden bedacht. De media bieden echter te weinig ruimte voor andere geluiden. Zij nodigen steeds dezelfde Clavans uit.

De opkomst van experts als Clavan is voor Foucault een reden geweest om te suggereren dat de traditionele intellectueel op sterven na dood is. Deze diagnose klopt niet, want er zijn gelukkig nog voldoende intellectuelen die zich met zeer uiteenlopende kwesties bemoeien en kritiek uitoefenen op bijvoorbeeld de schending van mensenrechten. Men moet zich echter wel zorgen maken over universiteiten en media die wetenschappers primair zien als handelswaar in plaats van als zelfstandig denkende mensen die een intellectuele rol kunnen vervullen. Wat dat betreft is de werkelijkheid in Nederland grotesker dan de parodie van Kees van Kooten. Zonder ironie bracht de Universiteit Utrecht het boekje Zoekt u naar dr. Clavan? op de markt waarin ze haar experts aan de media presenteert. En voor media die zoeken naar experts biedt de site www.drclavan.nl ook uitkomst. Via deze site kunnen experts zich op de mediamarkt aanbieden in de hoop dat zij hun expertise kunnen kapitaliseren. Op deze site staat te lezen dat experts in het massamediale tijdperk altijd het laatste woord hebben. Het is de verantwoordelijkheid van de intellectueel om dit te voorkomen.