Dorine Van Hoogstraten

DE WITTE RAAF

Editie 127 mei-juni 2007

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Hertzbergers Amsterdam

Herman Hertzberger maakt gebouwen voor mensen. Dat zou natuurlijk voor alle architecten moeten gelden, maar dat is niet zo. Veel gebouwen lijken te worden ontworpen voor de Architectuur, voor de fotografen. Dat is showroomarchitectuur: lekker om naar te kijken, resultaat van razend interessante theorieën, maar vaak minder handig in het dagelijks gebruik. Herman Hertzberger maakt democratische architectuur. Niet populair of zelfs populistisch, maar menselijk.

In Amsterdam heeft Arcam een tentoonstelling samengesteld over het werk van Hertzberger in de hoofdstad. Niet alleen werk dat is uitgevoerd sinds de late jaren ’50, maar ook onuitgevoerde projecten, inzendingen voor niet-gewonnen prijsvragen en zelfs een alweer afgebroken gebouw. De bijhorende publicatie, een aflevering in de gerenommeerde reeks Arcam Pockets, is jammer genoeg anderhalve maand later klaar dan de tentoonstelling en kan daardoor nog niet worden besproken. Aanleiding voor dit alles is Hertzbergers 75ste verjaardag. Een eerbetoon aan de geboren en getogen Amsterdammer in Arcam is een passend gebaar, temeer omdat hij in Amsterdam ontwerpen heeft gemaakt op verschillende schaalniveaus, in verschillende fases van zijn ontwikkeling als architect en voor verschillende soorten gebouwen. Arcams expositie toont daarmee als vanzelf een representatieve uitsnede van Hertzbergers loopbaan.

De tentoonstelling is helder opgezet, met een evenwichtige afwisseling van teksten, tekeningen en schetsen, maquettes en een aantal televisieprogramma's van de lokale zender AT5 over een drietal specifieke gebouwen. De projecten worden niet in chronologische volgorde getoond, wat logisch zou zijn, maar waarschijnlijk ook saai. De bezoeker die langs de vitrines loopt, schiet heen en weer door tijd en ruimte, van het stadhuisontwerp in de binnenstad uit 1967 naar een prijsvraagontwerp voor de uitbreiding van het Stedelijk Museum in 2004, naar het Bijlmermonument in 1994-1998, naar de Nieuwmarktbuurt in 1970, via het plan voor het Haarlemmerplein in 2003 naar de woningbouw aan de Haarlemmerhouttuinen in 1978, naar een uitbreiding van een garage in Amsterdam-Zuid uit 1964 enzovoort.

Bij binnenkomst loop je tegen een maquette voor het stadhuis aan, die ook op de aankondigingen van de tentoonstelling prijkt. Dat zet de geest direct op scherp, aangezien Hertzbergers stadhuis diametraal tegenovergesteld is aan de uiteindelijk gebouwde Stopera, het gebouwencomplex van stadhuis en opera. Waar de huidige Stopera zich aan de Amstelkant als een monumentaal theater manifesteert en aan de kant van het Waterlooplein als hoekig, streng kantoorgebouw, was Hertzbergers ontwerp één geheel: antimonumentaal en sterk geleed in blokjes die aan elkaar geschakeld waren door openbare binnenstraten en -pleinen. Hertzbergers stadhuis wilde aansluiten op het stedelijk weefsel en vormde een antwoord op zijn illustere voorganger, het 17de-eeuwse stadhuis op de Dam. Hoewel de plattegrond prachtig is en de maquette interessant vanwege de complexe structuur en de verschillende vormen waaruit het geheel is opgebouwd, was het vanaf straatniveau gezien waarschijnlijk een wat vormeloos gebouw geworden. De charme van het ontwerp zit dan ook niet in de esthetiek of de glans van de façade, maar in de manier waarop het gebouw aansluit op de stad, met de onderdelen op maat van de omringende huizen. De wijze waarop Hertzberger zijn ideaal van ‘de architectuur van de democratie’ uitdrukt in zijn antimonumentale en antihiërarchische gebouw is fascinerend. Hieraan laat zich bovendien duidelijk de invloed van zijn leermeester Aldo van Eyck (1918-1999) aflezen. Deze spraakmakende architect toonde overtuigend het belang ervan aan dat een architect klein maakt wat groot is. Zet de maquette van het stadhuis naast die van Van Eycks burgerweeshuis (1959-1961) en het gemeenschappelijke ideeëngoed is in één klap zichtbaar.

Een project waar Hertzberger zich van zijn meest menselijke kant laat zien is het Bijlmermonument dat hij samen met landschapsarchitect Georges Descombes maakte in twee fases tussen 1994 en 1998. Aanleiding was de ramp met het vliegtuig dat in 1992 op de woonwijk in Amsterdam Zuidoost stortte. Rondom een grote boom, de Boom die Alles Zag, ontstond spontaan een informele gedenkplaats. Daarmee was het tegelijkertijd een logische maar ook kwetsbare locatie voor een formeel monument. De lage muur waarmee Hertzberger en Descombes de contouren van het verdwenen flatgebouw weergeven wordt doorsneden door een rechte lijn. Rondom de Boom die Alles Zag is een vloer van mozaïektegels gelegd. De teksten en afbeeldingen op de tegels zijn gemaakt door bewoners. Daarmee geven zij betekenis aan het monument. Het knappe van het ontwerp is dat het de bestaande gedenkplaats heeft geformaliseerd en duurzaam gemaakt zonder dat de plek de bewoners is afgenomen. Het monument is de Bijlmer niet opgelegd, maar is echt van de Bijlmer geworden, zonder sentimenteel of populistisch te zijn.

Naast dit soort uitzonderlijke projecten voor het stadhuis, het monument, maar ook de musea en het conservatorium, maakte Hertzberger vooral vernieuwende ontwerpen voor meer alledaagse gebouwen: bejaardenhuis, studentenhuis, woningen, scholen. Op de tentoonstelling zijn diverse scholen te zien, die een bespreking op zich waard zijn. Hertzberger heeft zeer uitgesproken en belangwekkende ideeën over scholenbouw en over de armoedige manier waarop de overheid met onderwijshuisvesting omgaat.

In het wooncomplex voor ouderen, De Drie Hoven uit 1964-1974, heeft Hertzberger zichtbaar geworsteld met een lastige opgave. Hij moest ouderen huisvesten die verschillende eisen stelden aan hun omgeving: één groep had alleen een kleinere woning met wat extra voorzieningen nodig, een andere groep vergde intensieve verzorging en een derde groep bevond zich daar ergens tussen. Bovendien wilde men het huis extra's geven als een plantenkas en voorzieningen waar ook buurtbewoners gebruik van konden maken, zoals een café, restaurant en wasserette. De grenzen tussen privé en openbaar, geborgenheid en openheid naar de buurt verkende de architect op onnavolgbare wijze. Het concept kan echter niet voldoen aan de nu geldende veiligheidsnormen voor ouderenhuisvesting, gekenmerkt door sloten, hekken en toezicht. Daarom wordt De Drie Hoven waarschijnlijk gesloopt.

Toch zit juist in dat soort vernieuwende ‘leefconcepten’ Hertzbergers kracht. De samenleving is in zijn ogen maakbaar en hij is bezeten door de drang om er vorm aan te geven. Architectuur moet impact hebben op het dagelijkse leven. Architectuur en stad moeten versmelten. Hertzberger is ouderwets in zijn idealisme. Hij is arrogant, maar ook charmant in zijn betrokkenheid. En het spreekt aan. Ik merk regelmatig dat studenten op de Academie van Bouwkunst en de Rietveldacademie in Amsterdam door Hertzberger worden geraakt. De tentoonstelling was drukbezocht. Het gaat bij Hertzbergers gebouwen niet om prestigieuze esthetiek. En dat hoeft ook niet. Zijn gebouwen proberen in de eerste plaats menselijk te zijn, ook als dat niet modieus is.

 

• Hertzbergers Amsterdam tot 2 juni in Arcam, Prins Hendrikkade 600, 1011 VX Amsterdam (020/620.48.78;www.arcam.nl).