Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 127 mei-juni 2007

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Möbel und Räume für Hermann Lange. Haus Lange, Krefeld

In een van de twee Krefeld Villa’s (1929) wordt dit voorjaar een tentoonstelling gewijd aan de ‘meubels en ruimtes’ die Mies van der Rohe (1886-1969) en Lily Reich (1885-1947) ontwierpen voor Hermann Lange, een van de belangrijkste opdrachtgevers van Mies. Lange was een ondernemer en kunstverzamelaar die in de jaren ’20 Haus Lange liet bouwen door Mies – samen met Haus Esters een ‘woningpaar’ dat vorig jaar nog onderwerp was van een erg lezenswaardig boek (zie DWR 125). Sinds 1955 maakt het huis deel uit van de kunstmusea van Krefeld; de lopende tentoonstelling maakt de architectuur zelf zowel tot museale ruimte als tot belangrijkste tentoonstellingsobject. De tentoongestelde meubelen vallen uiteen in twee groepen: enerzijds zijn er de ontwerpen die Mies en Reich expliciet voor het interieur van Haus Lange vervaardigden; anderzijds zijn er de meer canonieke ontwerpen die deel uitmaken van het oeuvre van Mies (en Reich), waarvan de Barcelona Chair (uit het gelijknamige paviljoen) en de tafel voor het Tugendhat House waarschijnlijk de bekendste zijn. De expositie wordt aangevuld met voorheen onbekende interieurfoto’s van Haus Lange, in 1930 in opdracht van Mies gemaakt, en met plannen, foto’s of schetsen van andere contemporaine architectuurontwerpen van de architect en zijn partner-medewerkster, zoals het Barcelona Paviljoen of het ontwerp voor de Deutsche Bau-Ausstellung in Berlijn uit 1931.

Het Belgische architectuurbureau Robbrecht en Daem werd aangezocht voor het ontwerp van de tentoonstelling, maar was ook van bij het begin nauw betrokken bij de conceptuele totstandkoming, in samenwerking met curatrice Christiane Lange. Een van de impliciete agenda’s van het ontwerp is de ‘restauratie’ van Haus Lange tot woning: door de jaren heen was het domestieke karakter uit het interieur verdreven ten voordele van de museale functies. Een eerste grote verdienste van de tentoonstelling, die nauw samenhangt met het feit dat de transformatie tot ‘huis’ slechts tijdelijk is, ligt in de ongedwongen omgang met dit modernistisch erfgoed – anders dan bij bijvoorbeeld het Huis Sonneveld (1933) in Rotterdam van architecten Brinkman en Van der Vlugt. De kamers van het huis worden niet strikt afgegrendeld; de inrichting is trouw aan de originele staat zonder statisch te zijn of naar een veronderstelde ‘nauwkeurigheid’ te streven; de bezoekers worden niet verzocht, zoals dat in Huis Sonneveld wel het geval is, om pantoffels aan te trekken vooraleer de rondgang aan te vatten. Bovendien zijn enkele ruimtes voor het eerst toegankelijk voor het publiek, zoals de donkere kamer voor foto-ontwikkeling op de eerste verdieping, of de onwaarschijnlijk precieze en quasi-klinische badkamers van de kinderen. Het ingebouwde meubilair (zoals een verplaatsbare houten wand tussen woon- en eetkamer) wordt teruggeplaatst. In de keuken staan opnieuw de houten tafels en stoelen uit de jaren ’30, en het ‘Zimmer der Dame’ – zoals ook bij Loos een van de typische programmatische voorkeuren van de modernistische architectuur – is volledig in ere hersteld, met bijhorend gordijn en tapijt. De halogeenlampen hebben plaatsgemaakt voor eenvoudige gloeilampen. De raamopeningen werden gevrijwaard van verduisteringsschermen, en waar nodig treden de originele rolluiken opnieuw in werking. Toelichting wordt voorzien door middel van witte houten plaatjes, die subtiel uit de wanden tevoorschijn komen.

Deze ‘herstelde’, strikt huiselijke ruimtes treden in interactie met bijvoorbeeld de woon- en zitkamer, waar meubilair dat niet voor Haus Lange is ontworpen, letterlijk wordt tentoongesteld: stoelen en zetels staan opgesteld op donkere houten plateaus, waardoor ze een tiental centimeter boven de parketvloer zweven. Die bescheiden sokkels schrijven zichzelf in het ruimteplan van de miesiaanse architectuur in, door bijvoorbeeld de raamopeningen te volgen of door op elkaar aan te sluiten over de grenzen van de verschillende kamers heen. Een schilderij van Kandinsky, Improvisation 21, eigendom van de familie Lange, hangt voor de gelegenheid tegen de wand van de woonkamer, en ‘kadert’ zo de pseudoartificiële aanwezigheid van het meubilair – voorwerpen die, in meer of mindere mate, uit zichzelf al de grens met de geometrische abstractie opzoeken.

Er vinden op die manier veel verschillende mooie dingen tegelijkertijd plaats: het wooninterieur wordt geconfronteerd met en toegelicht door meubels van dezelfde ontwerpers; de lijn tussen architectuur en tentoongestelde ‘kunst’ wordt opgezocht en verhelderd; het karakter van het modernistische wonen en werken wordt zichtbaar en toegankelijk gemaakt. Het heeft veel gemeen met wat vele artistieke ingrepen de afgelopen decennia in de Krefeld Villa’s verwezenlijkten, zij het dat het effect hier – zoals altijd in het geval van goede architectuur – bijna achteloos tot stand komt.

 

• Mies van der Rohe & Lily Reich. Möbel und Räume für Hermann Lange tot 3 juni in Museum Haus Lange, Wilhelmshofallee 91, 47800 Krefeld (www.moebel-und-raeume-haus-lange.de).