Arjan Reinders

DE WITTE RAAF

Editie 128 juli-augustus 2007

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

René Daniëls. Tekeningen en schilderijen 1977-1987

Museum De Pont in Tilburg toont deze zomer een overzicht van de tekeningen van René Daniëls (1950, Eindhoven), aangevuld met een 20-tal schilderijen. Het wordt nergens expliciet als aanleiding voor de expositie genoemd, maar het is op dit moment twintig jaar geleden dat Daniëls werd getroffen door een hersenbloeding, die zijn artistieke praktijk abrupt beëindigde. Dat laatste lijkt althans nog steeds de gangbare opvatting. Daniëls is echter, hoewel hij nooit volledig herstelde van zijn beroerte, altijd door blijven werken. Zo’n tien jaar geleden werden via de Eindhovense galerie Peninsula plotseling twee ‘nieuwe’ Daniëls-tekeningen aangeboden. Over hoe serieus deze ‘nieuwe werken’ te nemen zijn, lijkt niemand het eens – net als dat het geval is met de schilderijen die Willem de Kooning maakte terwijl hij leed aan de ziekte van Alzheimer. In 1998 besloot het Van Abbemuseum in Eindhoven, waar toen het laatste overzicht van Daniëls werd getoond, om ze niet tot het oeuvre van Daniëls te rekenen. De werken zouden “de intensiteit en consistentie missen van het oeuvre zoals wij dat kennen”, aldus het museum destijds. Het baart dus opzien dat in De Pont nu een zaaltje is ingericht met tekeningen en schilderijen die Daniëls dit en afgelopen jaar produceerde.

In totaal zijn in De Pont circa 120 werken op papier te zien, waarvan een behoorlijk aantal nooit eerder is geëxposeerd. Het merendeel is afkomstig uit het bezit van de Stichting René Daniëls, die de honderden tekeningen en de ruim negentig schilderijen beheert die aanwezig waren in het atelier toen in 1987 het noodlot Daniëls trof. De tentoonstelling, samengesteld door Jaap Bremer (voormalig adjunct-directeur van het Kröller-Müller Museum in Otterlo) in nauwe samenwerking met Marleen Gijsen en de Stichting René Daniëls, toont aan hoezeer tekenen voor René Daniëls van meet af aan een vanzelfsprekend onderdeel van zijn kunstenaarschap vormde. Voor wie bekend is met Daniëls’ schilderijen hoeft dat geen verrassing te zijn; deze danken hun herkenbaarheid onder meer aan de haast tekenachtige, vluchtige schildertrant, die door de vele navolgers ‘typisch Nederlands’ is gaan heten. Ook Daniëls’ eerste tentoonstelling, in 1977, samen met Hans Biezen in de Stadt-Sparkasse in Düsseldorf, bestond voornamelijk uit tekeningen. Onder die vroege tekeningen bevinden zich enorme formaten van ruim anderhalf bij bijna twee meter, waarvan ook in De Pont enkele zijn te zien. Ze tonen lijnen, balkjes, ovalen en blokken, die lijken te zweven in de witte ruimte van het vlak. In de ritmische structuren zijn motieven te herkennen die ook in de schilderijen uit deze jaren voorkomen: grammofoonplaten, boeken en skateboards.

Meer nog dan uit deze groep op zichzelf staande tekeningen, spreekt het belang dat Daniëls aan dit medium hechtte uit de vele tientallen, meer of minder uitgewerkte schetsen die hij maakte als aanzet voor schilderijen, als variaties op bestaande composities en vooral ook als visuele neerslag van zijn invallen en gedachtesprongen. De expositie in De Pont gaat vergezeld van een bijzonder aardig boekje met eerder verschenen teksten over het werk van Daniëls en notities van de kunstenaar zelf. Mede interessant vanwege het feit dat de relatie tussen tekst en beeld een prominente rol speelt in Daniëls’ oeuvre. Zo schrijft hij: “Wat ik te zeggen heb kan in enkele regels. Ik vond altijd vruchtbare ideeën interessanter dan de volledige uitwerking van die ideeën. En op een ander niveau houdt het ook het midden tussen die afbeelding en de woorden die die afbeelding beschrijven.” Om te besluiten met de mysterieuze zin: “De woorden staan niet op hun juiste plaats.”

Daniëls’ kunst is meerduidig, zowel inhoudelijk als visueel. Zijn motieven laten zich niet tot één interpretatie reduceren, zij komen evenzeer voort uit subjectieve associaties en gebeurtenissen in zijn persoonlijk leven als uit de publieke en artistieke discussie. De tekeningen tonen een rijkdom aan ideeën en motieven, die telkens worden hernomen en soms hun weg hebben gevonden naar de schilderijen. In De Pont wordt dit inzichtelijk gemaakt in de zogenoemde wolhokken, een rij intieme prentenkabinetten waar de werken op papier keurig op chronologische volgorde hangen. In elke ruimte is een nieuwe serie van werken gegroepeerd, waardoor de voor Daniëls typerende, Picabia-achtige stijlwisselingen stap voor stap zijn te volgen. Na de vroegste, grote tekeningen met ritmische structuren, volgt een kabinet met een serie tekeningen en schetsen rond het schilderij La Muse Vénale, waarmee een werkwijze geïntroduceerd wordt die Daniëls later zou omschrijven als ‘beeldend dichten’. Hierna volgen de werken met skateboards, lp’s en camera’s, die Daniëls het predikaat van ‘Nieuwe Wilde’ opleverden. Vervolgens doet het kritische commentaar op de kunstwereld zijn intrede in bijvoorbeeld een aquarel met de titel De tijdgeest van de Westerse kunst op de Dokumenta uit 1982. Hierop tekent zich een bizarre ratrace af van skateboards die bereden worden door ratten die ook nog een skateboard in hun bek houden.

Op deze manier passeert Daniëls’ gehele tekenkunstige oeuvre de revue, waarbij de inhoudelijke variatie en rijkdom ronduit overweldigen. Aan kracht en zeggingskracht heeft dit beknopte oeuvre na twintig jaar niets ingeboet. Meer nog: waar Daniëls’ schilderijen in de loop der jaren iets archetypisch en daarmee iets vanzelfsprekends hebben gekregen, ogen de tekeningen verrassend fris en actueel. Het valt op hoezeer het tekenen en schilderen door Daniëls werd gezien als een deels speelse, deels serieuze activiteit – een houding die je sinds kort ook weer kunt aantreffen bij sommige jonge, beginnende schilders. Een houding ook die na twintig jaar nog altijd levend is in Daniëls werk, zo blijkt wanneer je het laatste kabinet binnentreedt.

De hier getoonde tekeningen en kleine werken op doek zijn ontstaan in 2006 en 2007: een eigenaardige tijdsprong in de tentoonstelling, maar alleen al hierom is deze tentoonstelling een bezoekje waard: nieuw werk van René Daniëls! Talloze bekende elementen uit het vroegere werk zien we hier terugkeren: de bloesemtak met woorden in plaats van bladeren, het kamerscherm/vlinderdas/tentoonstellingsruimte-motief, de microfoonstandaard, de camera. Ook een nieuw motief heeft zijn intrede gedaan: verscheidene malen is een ovale vorm met een bolletje te zien, waarop het woord ‘aarde’ staat geschreven. Opengeslagen schetsboeken in een vitrine tonen een preoccupatie met alledaagse voorwerpen als een kaasschaaf, een afstandsbediening en een eenvoudig broodmes, waarin bijvoorbeeld het gezicht van de kunstenaar wordt gespiegeld of waarop een vrouwelijke figuur balanceert. De kleine doeken hebben het formaat van cassettes die in oude videocamera’s gebruikt werden. De voorstellingen zijn tamelijk rudimentair en abstract, de woorden ‘sony’, ‘fuji’ en ‘film’ duiken veelvuldig op. De stijl is uiterst direct; alles is met een dikke, zwarte viltstift en een spuitbus (fel oranje) op een witte ondergrond geplaatst. Het is lastig om over dit nieuwe werk iets zinnigs te zeggen, behalve dat het zeer energiek, geconcentreerd en toch ook complex is. Het is het werk van iemand die kunst moet maken, voor wie het tekenen een eerste levensbehoefte is. Wat er verder ook over te melden valt, intrigerend en indrukwekkend is het zeker.

 

• René Daniëls. Tekeningen en schilderijen 1977-1987 tot 26 augustus in De Pont, Wilhelminapark 1, 5041 EA Tilburg (013/543.83.00; www.depont.nl).