Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 129 september-oktober 2007

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jubilee, MuHKA

Het MuHKA opende in 1987 en bestaat dus 20 jaar. Om dat te vieren wordt onder de noemer JUBILEE een wervelende reeks tentoonstellingen georganiseerd. Op 1 juni werden de feestelijkheden in gang gezet met Luc Tuymans. I don’t get it, een overzicht van de ‘werkproducten’ van de schilder in het FotoMuseum (besproken in DWR 128); en met Een verhaal van het beeld, een proefopzet van de tentoonstelling die het MuHKA samen met het KMSKA eind november in het nieuwe Institute of Contemporary Arts in Singapore organiseert. Het offensief werd op 29 juni aangevuld met nog drie tentoonstellingen. De rotonde op het gelijkvloers van het MuHKA toont voor het eerst stukken uit de inboedel van het pand ‘Biekorfstraat 2’, de voormalige woning van Panamarenko die sinds kort deel uitmaakt van de collectie. Daarnaast is er de collectiepresentatie Who’s Got the Big Picture? Tot slot is er MuHKA te gast in KMSKA: daar komt ‘puntsgewijze’ plaats vrij voor ‘interventies’ door middel van stukken uit de collectie van het jarige museum. De jubileumzomer wordt bestendigd in de collectiecatalogus JUBILEE 2007/1987/1967, die een logica hanteert die losstaat van de tentoonstellingen, maar wel, zo staat in de folder, “dienst kan doen als handleiding”.

Wie rekent op Who’s Got the Big Picture om een ‘beeld’ te krijgen van twintig jaar MuHKA of van het MuHKA na twintig jaar, komt bedrogen uit. Meer nog: het vermijden van een hanteerbare geschiedenis of van een duidelijk ‘beeld’ lijkt niets minder dan het opzet van de collectietentoonstelling. De titel is ontleend aan een groot schilderij van de Oostenrijkse kunstenares Johanna Kandl uit 2006, dat als motto in de inkomhal is geplaatst: een kaleidoscopisch stadsbeeld waarin steeds nieuwe details naar voren treden. Dat is dus de parallel: wie heeft het overzicht – op de hedendaagse stad of op ‘het MuHKA’? Maar de groei van een collectie (en van een museum) is niet noodzakelijk dezelfde als die van een stad. In de eerste zaal staan voorts enkele werken waarvan kennelijk gesuggereerd wordt dat ze een rol hebben gespeeld in de evolutie van het museum – of zijn ze eerder opgenomen omwille van het belang van de kunstenaar of het belang van de aankoop? Duidelijk wordt het niet: Doors Crossingvan Gordon Matta-Clark dateert immers uit 1977, en was cruciaal in de totstandkoming van de Stichting Gordon Matta-Clark als voorloper van het MuHKA, maar is pas zeer recent aangekocht uit een privé-collectie; Cabane Eclatée van Daniel Buren uit 1989 is verworven in de jaren ’90, terwijl Buren al in de jaren ’60 en ’70 werken maakte voor de Antwerpse Wide White Space Gallery; Hommage à… I van Lili Dujourie uit 1972 is gerealiseerd toen de video-opnametechnologie nog in haar kinderschoenen stond en van het MuHKA nog geen sprake was.

De eerste groep werken bestaat dus zowel uit een motto als uit een paar emblematische ‘topwerken’ waarvan de onderlinge relatie en de ‘historische’ betekenis voor het MuHKA zich nooit helemaal materialiseert, en werkt op die manier als opmaat voor wat komen gaat. Het grote ‘probleem’ van Who’s Got the Big Picture zijn de accrochages en de manier waarop ze betekenis kunnen krijgen of een zuiver ‘ervaringsgerichte’ meerwaarde verlenen. Al te vaak wordt er gerekend op voorkennis van de bezoeker om op eigen initiatief ‘kleine geschiedenissen’ te vormen. In de praktijk komt het erop neer dat men, inderdaad zoals wordt gesuggereerd, de ‘catalogus als handleiding’ moet nemen. Maar wie bezoekt graag een tentoonstelling met een catalogus van driehonderd bladzijden in de hand? Bovendien volgt de tentoonstelling niet eens de pseudothematische indeling van het collectieboek. De werken op zich mogen dan al waardevol zijn, net als het feit dat het MuHKA ze heeft weten te verwerven en ze nu toont – een samenhangende tentoonstelling opzetten is een andere zaak. Om echt te tonen dat een collectie niet ‘overschouwd’ kan worden, was de extreme logica van het alfabet of de chronologie veel consequenter en alleszins minder frustrerend geweest.

In het KMSKA lijken de werken pas echt ‘gedropt’. In een hoek van een van de zalen op het gelijkvloers hangt bijvoorbeeld Sneeuw in Vlaanderen van Valerius De Saedeleer uit 1928 naast De stervende van Albert Servaes uit 1910. Dat is eenvoudig te verklaren vanuit een klassiek kunsthistorisch perspectief. Omdat het MuHKA echter jarig is, staat nu tussen die twee schilderijen, Untitled (To the real Dan Hill) van Dan Flavin uit 1978, een buislamp die lichtvlekken op de werken van de Vlaamse meesters ‘werpt’. In een posthistorische ‘schokervaring’ zou deze ‘experimentele’ opstelling ons op de drie werken een nieuw perspectief moeten leveren. Maar wat het museum eigenlijk echt doet, is het uitwissen van elke vorm van historiografie of betekenisgeving. Er zijn talrijke voorbeelden te geven van deze praktijk – het gigantische beeld van een knielende vrouw met monsterlijke borsten (Body Works van Wang Du uit 1997) in de trappenhal van het KMSKA is misschien nog het meest aanstootgevend. Ook de Prova Car van Panamarenko in de hal heeft op zich ‘historisch belang’, maar bewijst hier eerder het ‘belang van de historie’ – en de willekeur van de negatie ervan.

Er is één lichtpunt in deze chaotische nevenschikking van periodes, thema’s, kunstenaars, gebeurtenissen en evenementen: de preview van het Panamarenkohuis. Zelfs voor een koele minnaar van het werk van de Belgische fantast moet dat indrukwekkend overkomen: op de wanden hangen foto’s uit het persoonlijke archief, met als achtergrond een reproductie van het oorspronkelijke behangpapier. In het midden worden artefacten, instrumenten en documenten in uitgeleefde meubels uitgestald. Het geheel construeert een veelzijdig beeld van de symbiose tussen leven en werk, tussen werkelijkheid en fictie. Voor wie dat wil refereert het zelfs aanWirtschaftswerte van Joseph Beuys. Waar het festival er elders niet in slaagt een geschiedenis te vertellen, laat het in deze opstelling de toeschouwer wél de mogelijkheid om te lezen, om voor zichzelf een big picture te vormen van een oeuvre.

• JUBILEE, 20 jaar MuHKA tot 18 november in MuHKA, FotoMuseum, KMSKA en Atelier Panamarenko. Meer info over de verschillende tentoonstellingen en de publicatie op www.muhka.beMuHKA, Leuvenstraat 32, Antwerpen (03/260.99.99).